Coöperaties (1), de Energiecoöperatie

Voor me ligt een publicatie van het planbureau voor de leefomgeving over energiecoöperaties. Geprikkeld door de eerder artikelen van Rudy waar de coöperatie als mogelijk oplossing voor groenfinanciering wordt gepresenteerd heb ik het doorgenomen. De publicatie is het verslag van een onderzoek dat op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) is uitgevoerd. Belangrijkste vragen zijn, wat doen de energiecoöperaties, hoe faciliteren gemeenten de coöperaties en in hoeverre leveren de coöperaties een rol bij het oplossen van het klimaat- en energieprobleem.

De publicatie heeft het over handelingsperspectieven. Dat gaat over de vraag wat de coöperaties doen, maar vooral ook over de vraag welke bijdrage coöperaties kunnen leveren aan het realiseren van gemeentelijke klimaatdoelstellingen. Op het eerste gezicht lijkt het antwoord eenvoudig, coöperaties werken aan klimaat, dat is dus mooi voor gemeenten met hoge ambities. In de praktijk blijkt het een stuk ingewikkelder, de coöperaties zijn relatief klein en werken veelal met vrijwilligers. De bijdrage is dus relatief klein, maar als ze groeien moeten ze al snel concurreren met commerciële partijen. De komende tijd  zullen we uitgebreider stilstaan bij de vraag wat coöperaties kunnen betekenen bij het werken aan de kwaliteit van onze leefomgeving en gaan we ook meer de diepte in als het gaat om de energiecoöperaties.  Daarbij hoort ook de vraag hoe overheden de coöperaties kunnen faciliteren. Voor vandaag een algemeen beeld, wat zijn energiecoöperaties, wat doen ze en hoe financieren ze dat?

Wat is het, wat doen ze?

Energiecoöperaties bestaan al sinds het eind van de jaren 80 van de vorige eeuw. Toen ging het uitsluitend om windenergie, gezamenlijk werd door de leden een molen gekocht, de opbrengst werd onder de leden verdeeld. Het waren er toen ca. 15 waarvan de meeste nog steeds bestaan. Sinds een aantal jaren zijn er weer nieuwe energiecoöperaties ontstaan, de publicatie gaat er van uit dat er nu zo’n 110 actief zijn. Maar, dat hangt af van de definitie, je kunt ook op veel meer uitkomen. De nieuwe coöperaties houden zich met diverse activiteiten bezig, de gemeenschappelijke noemer daarvan is een duurzame ontwikkeling en meer specifiek tegengaan van klimaatverandering.

Waren de coöperaties uit de jaren 80 / 90 gericht op windenergie, tegenwoordig is het veel breder:

  • Doorleveren van energie. Inkoop van energie (gas en elektriciteit) en levering aan de leden. Elektriciteit is over het algemeen afkomstig uit duurzame bronnen, gas op een enkele uitzondering na niet. Op de inkoop en verkoop wordt een kleine winst gemaakt die gebruikt kan worden voor eigen projecten.
  • Collectieve inkoop van zonnepanelen. Organisatie van de gezamenlijke inkoop van zonnepanelen. Dit leidt tot een lagere prijs voor de leden en niet onbelangrijk, de leden hoeven zelf niet na te denken over welk type het beste is (ontzorgen).
  • Bouwen van een zonnecentrale. De coöperatie bouwt een groot systeem, op een groot dak of bijvoorbeeld op een braakliggend stuk grond. Inkomsten krijgt de coöperatie ui de verhuur van panelen of de verkoop van elektra.
  • Windenergie, de bouw van windmolens. De coöperatie ontvangt hiervoor subsidie en verkoopt de energie.
  • Energiebesparing. De organisatie van activiteiten om de isolatie van bestaande gebouwen van de grond te krijgen. Bijvoorbeeld door het organiseren van informatieavonden, het leveren van adviezen of het gezamenlijk inhuren van een aannemer.
  • Informatie en advies over duurzame energie en energiebesparing.

 

Al deze activiteiten leveren op de een of andere manier geld op en houden zo de coöperatie draaiend. De opbrengst wordt gebruikt voor investeringen in energie of voor andere investeringen in de lokale gemeenschap. Onderstaande figuur (klik voor vergroting) geeft een overzicht van de activiteiten en inkomsten.

energiecooperaties-01

Wat levert het op?

Een belangrijke vraag is wat het effect is van de energiecoöperaties, gaan zij er voor zorgen dat overheden hun klimaatdoelstellingen realiseren of is het een druppel op een gloeiende plaat. Op de korte termijn moeten we er niet te veel van verwachten:

  • De productie van duurzame energie is relatief klein. Daar komt bij dat het op dit moment erg onduidelijk is hoe de vergoeding voor collectief opgewekte  duurzame energie er uit zal zien. Deze onzekerheid maakt dat investeringen in collectieve voorzieningen uitgeteld worden.
  • De collectieve inkoop  van bijvoorbeeld zonnepanelen. Het is niet bekend hoeveel dit is, maar het zou heel veel kunnen zijn. Het is een relatief eenvoudige werkwijze.
  • Windenergie op land, zo’n 4% van de windenergie op land wordt door coöperaties opgewekt. Het Rijk vindt dat er meer windmolens op land moeten komen, de coöperaties kunnen daar een rol bij spelen. Hun projecten hebben vaak draagvlak onder de bevolking.
  • Isolatie bestaande bouw. De bijdrage van de coöperaties is gering, het vraagt veel en langdurige inzet van vrijwilligers om hier iets substantieels te bereiken. Hier wordt de term vrijwilligersmoeheid geïntroduceerd. Opvallend is overigens wel dat het onderzoek uitwijst dat adviezen van vrijwilligers eerder opgevolgd worden dan adviezen van commerciële partijen of de overheid.

 

Maar, elke bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering is welkom. Daar komt bij dat energiecoöperaties ook een bijdrage leveren aan gemeenschapszin. Ook niet onbelangrijk.

 

Stijn van Liefland

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*