Financiële denkfout (21): alternatieve paden (uitstel loont?)

Alweer een sprong in de reeks. Weer om een actualiteit die zich aandient als illustratiemateriaal te kunnen gebruiken bij de denkfout.

Uitstel loont

De aanleiding is een publicatie van Koen van Cann over het rendement van (onder andere) zonnepanelen. De publicatie zelf is te vinden op artikel uitstellen loont en is weer een afgeleide van een eerdere afstudeerthesis (2011) aan de TU Eindhoven.

Een opmerkelijk conclusie van Van Cann is dat investeren in zonnepanelen pas rendeert als je rekenhorizon neemt van langer dan 30 jaar. Ik wil in een aparte bijdrage nog eens dieper op de uitkomsten van dit onderzoek ingaan en heb bij de auteur een verzoek liggen om het achterliggende rekenmodel te ontvangen. Op zich baseert Van Cann zich op betrouwbare bronnen. De conclusie is opmerkelijk omdat de berichtgeving van de laatste jaren tendeert naar ‘een hoger rendement op je dak dan op de bank’. En van alle energiebesparende maatregelen zijn zonnepanelen (na isolatie) nog de snelst renderende.

Maar dat is niet het bijzondere aan de studie. Normaal bereken je een rendement door rekening te houden met alle toekomstige kasstromen die bij de maatregel horen en die te vergelijken met de begininvestering. Dat heet de Netto Contante Waarde (NCW) methode. Bij een NCW>0 is de investering economisch zinvol (het verwachte rendement is hoger dan het vereiste rendement). Wat van Cann nu eigenlijk zegt is: zelfs als deze methode tot een positieve beslissing leidt is het nog maar de vraag of de maatregel echt rendeert.

Reële optiewaarde

Hoezo dan? Omdat het er niet over gaat of de investering in absolute zin rendeert. Het gaat er om of de investering voldoende rendeert ten opzichte van alternatieve mogelijkheden. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen kijken naar het rendement van de investering als je een jaar wacht (het alternatief is dan: niet nu investeren maar pas over een jaar). En die benadering heeft Van Cann onderzocht aan de hand van het reële optiewaarde model. Je hebt namelijk de optie (mogelijkheid) om te wachten met de aankoop en met wat formules uit de economische literatuur kun je aan deze optie een waarde toekennen. Het rendement van de investeringsbeslissing wordt nu (beter, nauwkeuriger) bepaald door de som te nemen van de netto contante waarde én de reële optiewaarde. Van Cann laat zien dat onder bepaalde vooronderstellingen het loont om te wachten met de aankoop van zonnepanelen.

Reflectie

Illustratie. Je wilt een machine kopen en die geeft ofwel een opbrengst van 300 per jaar ofwel van 100 per jaar. Als de kansen op beide mogelijkheden gelijk zijn zou je de opbrengst terug kunnen brengen naar een verwachting van 200 per jaar. Je hebt dan rekening gehouden met onzekerheid.

En dit is cruciaal voor de conclusie van Van Cann: stel nu dat je weet dat na x jaar nieuwe kennis beschikbaar komt. Vanaf dat moment is met zekerheid de kasstroom ofwel 300 tot in het einde der tijden ofwel 100 tot in het einde der tijden. Na het beschikbaar komen van die kennis slaat je investering structureel om in ofwel winstgevend ofwel verliesgevend. In dat geval, zo is aan te tonen, is het verstandig te wachten tot die nieuwe informatie bekend wordt. Je weet daarna zeker dat je een goede investering hebt (want als het rendement negatief is investeer je niet) maar je moet daar wel mogelijke opbrengsten voor missen die zich aandienen tussen nu en het moment van de nieuwe informatie.

Van Cann heeft in zijn berekeningen overigens nog geen rekening gehouden met technologische vooruitgang en dus prijsdaling van zonnepanelen. Met die aanname zou ‘uitstellen loont’ nog in verhevigde mate opgaan. Maar nogmaals: ik zou hier graag wat dieper in graven want ik vind de conclusies nog contra-intuitief (bij de elektriciteitsprijs is dergelijke nieuwe cruciale informatie niet te verwachten, het gaat om een trendmatige prijsstijging met inderdaad een onzekere spreiding om die trend heen).

Wel stelt Van Cann dat je bij nieuwbouw dan een huis moet bouwen dat klaar is voor de toekomst. Dat betekent dat je later zonder extra kosten alsnog een energiebesparende maatregel in je huis kunt pluggen. Je bent dan optimaal voorbereid om precies op het goede moment de investering te doen.

Metafoor

Is het nog simpeler uit te leggen? Een poging. Stel je gaat een rondje hardlopen. Ga ik nu starten of wacht ik nog even? Het kan over een kwartiertje gaan regenen en dan word ik nat. Als het over een kwartier nog niet is gaan regenen dan gaat het vandaag niet meer regenen. Dus is het misschien handig even een kwartiertje te wachten en dan te gaan hardlopen. Maar ja, als ik een kwartiertje wacht dan kan ik niet meelopen met mijn hardloopgroepje want die vertrekken op een vaste tijd. Als ik wacht mis ik dus wel het genot van samen lopen met mijn vrienden.

Maar misschien gaat het zodadelijk ook waaien. De helft van het rondje heb ik wind mee en de helft van het rondje heb ik wind tegen. Als ik wat later vertrek kan ik mijn vrienden zelfs nog inhalen. Zij krijgen dan een heel stuk wind tegen en ik juist een stuk wind mee. En zo verder.

Wat Van Cann dus terecht aan de discussie over rendement van duurzaamheid toevoegt is de optimale timing van je investeringsbeslissing. Precies zoals je bij je hardlooprondje rekening kunt houden met de voorspelling van ‘buienradar’.

Alternatieve paden

We moeten bij het berekenen van een rendement niet kijken naar het absolute rendement alleen maar ook naar het rendement van alternatieven, van alternatieve paden. Als we rekenen aan duurzaamheid dan doen we dat onvoldoende. Duurzaamheidsguru’s zijn al blij als ze kunnen aantonen dat er een rendementje van 2% uit de berekening komt. Een projectontwikkelaar zal niet overtuigd zijn als hij met traditionele bouw met minder risico op 8% uit kan komen. De projectontwikkelaar kijkt dus wel naar alternatieve paden.

De denkfout van Dobelli gaat dan ook over iets anders. Niet over de situatie vooraf maar over de situatie achteraf. We kijken naar een succesvol bedrijf en concluderen dat het een slimme investering was. Maar we vergeten wat er allemaal fout had kunnen gaan. Ex ante was het een foute investering (geen rekening gehouden met alternatieve paden), ex post was het een goede investering (‘mijn leven was vol ongelukken, waarvan de meeste niet zijn gebeurd’).

Rudy van Stratum

PS 15-10-2012 Dhr van Cann meldt mij het achterliggende rekenmodel niet ter beschikking te stellen. Een alternatief is het model op basis van de achterliggende thesis zelf te programmeren Dat gaat te veel tijd en moeite kosten in relatie tot het gewenste resultaat.

 

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*