Maandelijks archief: oktober 2012

Financiering van landschap 7, geld verdienen vraagt zakelijke aanpak

[Dit artikel is een uitgebreidere versie van onze bijdrage aan de opiniepagina van Trouw op 4 oktober 2012]
Voorpaginanieuws in de Trouw: “Natuurclubs gaan hun eigen geld verdienen”. Wij vinden dat goed nieuws. De afgelopen jaren is gebleken dat de afhankelijkheid van overheidsgeld de sector erg kwetsbaar maakt. Blijkbaar hebben wij op dit moment als samenleving minder geld over voor natuur en dat uit zich in een kleinere bijdrage van de overheid. De natuurorganisaties willen graag de natuur in Nederland behouden en zelfs versterken, het geld moet dus ergens anders vandaan komen. Naar aanleiding van het artikel in Trouw zien we twee belangrijke vragen: Wat voor natuur willen we in Nederland? en, wat valt daarmee te verdienen?

Wat voor natuur willen wij in Nederland?

Het valt ons op dat natuurorganisaties nogal wat willen. Grofweg gaat het om drie zaken: geld binnenhalen bij het grote publiek; verdubbeling van de biodiversiteit en allerlei neveninkomsten genereren. De experts moeten zich maar buigen over de inhoudelijke vraag of dat allemaal samengaat. Vanuit het financieringsvraagstuk willen we het zakelijk bekijken. Wil je geld krijgen van het publiek, dan moet je ze wat bieden. Wil je  neveninkomsten genereren dan heeft dat invloed op de kwaliteit van je gebied. Simpeler gesteld, het vraagt van natuurorganisaties dat ze marktgericht gaan werken. Zie de natuur als een product of dienst waar mensen graag voor betalen.

Een goede ondernemer zou in zo’n geval een marktonderzoek doen, vervolgens het product optimaliseren en tot slot een reclamecampagne organiseren. Hoewel de natuurorganisaties geen ondernemingen zijn kan het geen kwaad dit soort ‘ondernemersvragen’ te stellen. Wij hebben het gevoel dat het op dit punt niet helemaal lekker gaat. Het product is feitelijk al gedefinieerd, natuur met meer biodiversiteit, maar wij vragen ons echt af of mensen in Nederland daarop zitten te wachten? Gaan ze meer betalen voor extra biodiversiteit of juist liever voor ruimtelijke kwaliteiten, een mooi plaatje, zichtbare natuur en natuur die spannend is?

Natuurlijk is het belangrijk een aantal bijzondere gebieden te behouden en de soorten daar te beschermen. We zijn er zelfs toe verplicht. Maar in andere gebieden kan het wellicht wat minder. Dat betekent minder geld uitgeven aan verhoging van de biodiversiteit, wat meer aan aantrekkelijkheid en op die manier minder uitgeven en meer inkomsten genereren. Zie de natuurbeleving maar als een grote markt en natuurgebieden als producten en kom zo tot differentiatie, kijknatuur, biodiverse natuur, doe-natuur, dierennatuur, productienatuur, etc.

Waar ga je aan verdienen?

In Trouw wordt gesproken over verbreding richting gezondheidszorg, waterveiligheid en energievoorziening “niet alleen kan daar veel geld worden verdiend dat ten goede komt aan de natuur, ook laat de verbinding zien dat natuur andere waarden heeft dan alleen recreatie”. Wij kunnen dat alleen maar bevestigen en hebben daar al eerder over geschreven. Het lijkt eenvoudig, geld verdienen met de natuur de praktijk is echter weerbarstig.

Gezondheidszorg. Het rustgevende karakter van de natuur wordt hier ingezet om mensen te genezen. We kennen natuurlijk al de zorgboerderij, maar zo zou je ook kunnen denken aan de zorgnatuurwerkplek en vroeger hadden we al de sanatoria. Maar vergis je niet, er liggen al diverse zorginstellingen in groene gebieden, met name in de psychische zorg. De vraag is dus of er behoefte is aan meer ruimte in het groen? Is hier nog een markt voor? Wat zijn hier nou de werkelijke mogelijkheden? Welke instellingen / patiënten hebben behoefte aan natuur en willen daar voor betalen? Maar allereerst zal je aan moeten tonen dat natuur ingezet kan worden in de zorg, dat natuur beter en goedkoper is dan andere middelen en dat er uiteindelijk voor de natuurbeheerder een positief rendement te halen is.

Waterveiligheid. In het verleden is hier natuurlijk rondom de grote rivieren een enorme slag geslagen. Meer ruimte creëren voor de rivieren en tegelijkertijd ruimte voor de natuur. Maar hier ben je wel gebonden aan een locatie. Wij hebben toch de indruk dat je hier bijvoorbeeld in een gebied als de weerribben niet zo veel mee kunt en ook op de zandgronden is waterveiligheid minder relevant. Ook hier dus een hoop vragen. Waar is waterveiligheid relevant? Kan natuurontwikkeling op die plekken een bijdrage leveren? Werkt dat beter of goedkoper dan andere maatregelen? En, net als bij de zorg, blijft er uiteindelijk nog een positief rendement over voor de natuurbeheerder?

Energievoorziening. Op de website van InnovatieNetwerk staat een aardig filmpje dat laat zien hoe je windturbines in het bos beleeft. Boodschap, eigenlijk zie je ze niet, je moet ze echt zoeken en pas als je heel dichtbij bent kun je ze zien. Wellicht ligt hier een mogelijkheid, ook zonne-energie (bijvoorbeeld in bufferzones) zou een mogelijkheid kunnen zijn. Biomassa uit de natuur lijkt zo voor de hand liggend maar blijkt over het algemeen niet echt rendabel, het is te nat, gebieden zijn niet goed ontsloten en het ligt ver van centrales die het kunnen gebruiken. Maar, de techniek staat niet stil mogelijk dat kleinschalige toepassingen een deel van de problemen weg kunnen nemen. Echter, wil je echt geld gaan verdienen met energie uit de natuur dan heeft dat absoluut gevolgen voor hoe die natuur eruit ziet en functioneert.

Drinkwater, afvang van CO2, waterzuivering, de zogenaamde ecosysteemdiensten. Tot nu toe wordt hier niet of weinig voor betaald terwijl deze diensten zeer waardevol zijn. Hier zal toch vooral een lobby richting overheid nodig zijn om op langere termijn tot inkomsten te komen.

 Conclusie

  • Met het oog op het genereren van nieuwe inkomsten is een heroriëntatie op de doelen van natuur in Nederland gewenst. Je kunt niet alles en moet dus een keuze maken.
  • Simpele oplossingen zijn niet voor handen. De voorbeelden die in Trouw genoemd worden lijken mooi maar de praktijk is weerbarstig. Er zijn zoveel factoren die bepalen hoe en wat er verdiend kan worden, de ligging, de karakteristieken, de omgeving etc. dat alleen maatwerk kan volstaan. Als voorbeeld de windmolens in een bos. Dit is wellicht een goede mogelijkheid, maar als er geen weg ligt en geen kabels wordt het heel lastig.
  • Naast creativiteit is ook een kritische blik noodzakelijk. Een kritische blik op de doelen voor natuurgebieden en een kritische blik op het rendement van nieuwe verdienmogelijkheden.

Financiering van landschap 6, welke verdienmogelijkheid past?

Na de grote klappers uit aflevering 5 vandaag een aflevering over de kleinere verdienmogelijkheden (kijk hier voor alle vorige afleveringen). Maar eerst nog even terugkijken op de vorige afleveringen en het vervolg. We krijgen op de site, via de mail en in gesprekken reacties op onze artikelen en zo ook over de reeks over groen en landschap. Zo af en toe geeft iemand aan dat we iets vergeten zijn of wellicht te snel een conclusie hebben getrokken. Nou streven wij niet naar het ultieme naslagwerk maar we willen dat wat we opschrijven wel zo goed mogelijk doen. Aan het einde van deze reeks willen met een soort samenvatting komen. Een beslisschema, een mindmap o.i.d., hoe het er precies uit gaat zien weten we zelf ook nog niet. Alle reacties, aanvullingen, kritiek etc. zijn daarom welkom en gaan we gebruiken voor dit laatste eindplaatje. Zover is het echter nog niet, dus terug naar de verdienmogelijkheden.

Het is best lastig iets zinnigs te zeggen over de kleinere verdienmogelijkheden, wat is de kern, is er een patroon te vinden, kan je iets zinnigs zeggen over de toepassing? Uiteindelijk hebben we er voor gekozen om alle verdienmogelijkheden in een grote tabel te zetten en op een aantal dimensies te scoren om vervolgens te kijken of er een onderscheid te maken valt. Deze hebben we vervolgens vertaald in een beslisboom die uit moet wijzen waar welke verdienmogelijkheid het beste past. Dit allemaal op basis van ons gezond verstand, onze ervaring en literatuur maar niet op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek. Wat valt op:

  • Vrijwel alle verdienmogelijkheden hebben bijkomende kosten en risico’s. Soms zijn de risico’s financieel, maar ook andere risico’s zoals bijvoorbeeld een slecht imago (bijv. a.g.v. jacht) zijn van belang. Voor wat betreft de kosten, die gaan vaak voor de baten uit. Een goede kosten baten analyse is dus essentieel waarbij ook aandacht gegeven moet worden aan  een worst case scenario.
  • Verdienmogelijkheden hebben zelden een positief effect op de doelstellingen (meer natuurwaarde, mooi landschap) waarbij opgemerkt moet worden dat veel verdienmogelijkheden ook niet strijdig zijn. Tegelijk, als je maar genoeg verdient kan je dat natuurlijk weer  besteden om je doelen dichterbij te brengen.
  • Onderscheidend voor de verdienmogelijkheden is vooral, het aanbod aan groen in een regio (groen schaars vs. groen niet schaars), het aantal bezoekers en het al dan niet ter discussie stellen van natuurdoelen.
  • Risico’s zijn al eerder genoemd. Voor een aantal mogelijkheden geldt weliswaar dat deze risico’s er zijn, maar dat deze alleen in de plan en realisatiefase van belang zijn. Het bouwen en verkopen van woningen is een risicovolle activiteit. Na verkoop zijn de risico’s op langere termijn echter gering.

Al met al heeft dit geleid tot de volgende beslisboom. De tabel die we gemaakt hebben is hier te downloaden. We zijn benieuwd naar reacties en aanvullingen om zowel beslisboom als tabel te verbeteren.

 

 

Financiële denkfout (10): incentive superresponse neiging

Alweer de 10e aflevering? Nee, eigenlijk niet. Maar de actualiteit gebiedt deze aflevering naar voren te halen. Afgelopen zaterdag (29-9-2012) stond er in de Volkskrant een interessant artikel over de ‘graaicultuur’ van de nieuwe ‘semi-publieke kaste’ van bankiers en corporatie-directeuren onder de titel ‘Geen regels maar waarden’. Mooie gelegenheid om én het artikel samen te vatten én deze denkfout uit te leggen én iets over de inzichten van de economische wetenschap te melden.

Artikel ‘geen regels maar waarden’

Het artikel constateert dat wij als maatschappij geen of minder vertrouwen hebben in bankdirecteuren en semi-publieke managers en directeuren. Vervolgens volgt een verklaring van hoe het zo is gekomen en een oplossingsrichting. Hoe is het zo gekomen? De verklaring maakt gebruik van twee economische verschijnselen: het ‘principal-agent’ probleem en ‘moral hazard’. Ik kom op deze twee verschijnselen hieronder apart terug. Dan de oplossingsrichting. Hoe herstellen we het vertrouwen weer in de semi-publieke sector (waar ik het bankwezen ook maar even onder schaar)? Dat kun je doen door (nog) meer regels te stellen. Dat is de technocratische of instrumentele aanpak. Wat je doet is als het ware van buiten invloed uitoefenen op wat wel en op wat niet mag. De auteur gelooft niet in deze aanpak: het systeem wordt alsmaar complexer en je loopt altijd achter op de werkelijkheid. De auteur pleit daarom voor een oplossing van binnenuit: een herstel van de kernwaarden van de beroepsbeoefenaren (bankdirecteuren etc) en van de organisaties zelf (‘wij willen goed zorgen voor het spaargeld van anderen’).

Economische verklaring

De economie kan de ontstane situatie simpel en rationeel verklaren (altijd achteraf, dat dan weer wel). Op de eerste plaats stelt een econoom dat iemand die zegt dat hij het publieke belang nastreeft dat nog niet automatisch doet. Een econoom gaat uit van een zogenaamde ‘homo economicus’ en die maximaliseert simpelweg zijn eigen doelstellingsfunctie onder van buitenaf opgelegde randvoorwaardes. Iemand zal dus niet het doel van een ander maximaliseren maar dat van zichzelf. Dit is het principaal-agent probleem. De principaal is de opdrachtgever die zegt dat jij iets moet doen (bijvoorbeeld: de publieke taak behartigen) en de agent dat ben je zelf (en die doet gewoon wat goed is voor hemzelf). In het algemeen zullen de belangen of doelstellingen van principaal en agent niet hetzelfde zijn. Dat geldt zowel voor het bedrijfsleven waar managers zeggen de belangen van aandeelhouders te zullen behartigen als voor de (semi-) publieke sector waar managers zeggen voor de publieke zaak te gaan.

Op de tweede plaats zegt de economie dat als de homo economicus niet opdraait voor de risico’s die hij loopt, dat hij dan steeds meer risico opzoekt om zijn beloning te kunnen verhogen. Dit is het ‘moreel risico’ probleem. Voorbeelden liggen hier voor het oprapen. Als je jezelf verzekerd hebt voor autoschade zul je wat ruwer en slordiger gaan rijden. Als je verzekerd bent voor alle medische kosten, dan zul je wat makkelijker naar de huisarts lopen. Als je als bank niet failliet kunt gaan (maar wel de bonussen kunt opstrijken) zul je meer risico nemen.

Denkfout

Eindelijk: de koppeling met de denkfouten van Dobelli. Het gaat om de zogenaamde ‘incentive superresponse neiging’. Het is de denkfout die we maken als we iemand op zijn woord geloven zonder naar zijn echte belangen te kijken. Voorbeeld (van Dobelli): er heerste een rattenplaag, iemand bedacht dat het dus goed zou zijn een beloning uit te loven voor het doden van ratten, wat er gebeurde was dat men extra ratten ging fokken zodat het makkelijker werd ze te doden en zo de beloning op te strijken. Iemand die hier zegt het belangrijk te vinden ratten te willen doden, bedoelt te zeggen: ik vind het fijn de beloning op te strijken die hoort bij het doden van ratten. In deze denkfout kijken mensen naar de prikkels en niet naar de achterliggende doelstellingen.

Eigenlijk komt de waarschuwing die bij deze denkfout hoort er op neer dat je voortdurend de vraag moet stellen: what’s in it for me, what’s in it for him, what’s in it for her? De dokter is geneigd meer medische handelingen te verrichten want dat is waar hij voor is opgeleid, dat is wat hij belangrijkt vindt. De beveiligings-expert zal steeds met een nieuwe beveiligingsmaatregel komen (want dat is waar hij voor is aangesteld). De verkoper van audio-apparatuur zal je die versterker verkopen waar hij de meeste voorrraad van heeft staan en/of waar hij de hoogste marge op heeft.

De kern

Wat is de kern? De kern is dat prikkels en doelstelling op elkaar moeten zijn afgestemd. De belangen moeten onderling matchen. Nu snappen we ook waarom de auteur van de VK het heeft over twee mogelijke oplossingsrichtingen. In economische termen is het weer simpel uit te leggen.

De homo economicus maximaliseert zijn doelstellingsfunctie onder de voor hem gegeven randvoorwaarden. Als daar iets uit komt wat jou als opdrachtgever (klant) niet goed uitkomt, kun je dus 2 dingen doen. Ofwel bouw je nieuwe of andere randvoorwaarden in (nieuwe regels, boetes, toezichthouders) ofwel zorg je dat zijn doelstellingsfunctie overeenkomst met die van jou.

Het eerste komt overeen met de technocratische oplossing en verklaart de roep om meer regels en extra toezicht. Het is als het ware een oplossing van buiten. Het andere komt overeen met het pleidooi van de auteur en vormt een oplossing van binnen. Punt is dat je iemand niet zomaar een andere doelstellingsfunctie kan aanpraten. De eenvoudigste manier om dat voor elkaar te krijgen is het zoeken naar mensen die van nature dezelfde doelstelling hebben als waar jij als opdrachtgever naar streeft. Dus wil je dat de publieke zaak maximaal wordt gediend, neem dan mensen aan die dat belangrijk vinden. Wil je dat je spaargeld zorgvuldig wordt beheerd, zoek dan mensen die zorgvuldigheid van nature omarmen.

En trap niet weer in de denkfout dat mensen die zeggen dat belangrijk te vinden dat ook belangrijk vinden. Het is een oproep om onze leiders op een gefundeerde en zorgvuldige wijze psychologisch te testen en de diepere drives van hun handelen bloot te leggen. En als afsluiting, het gaat hier niet om waarde-oordelen of om een vermanend vingertje. Iemand heeft de doelstellingsfunctie die die heeft. Zo iemand handelt daar dus naar. Niets mis mee, je doet wat je doet, je bent wie je bent. Waar het hier om gaat is dat je randvoorwaarden, prikkels en doelstellingen maximaal met elkaar in overeenstemming moet brengen om tot een zo goed mogelijke uitkomst te komen.

Rudy van Stratum