Tag archieven: waarden

Waardering en financiering van de Nederlandse natuur

Onlangs bracht de raad voor de leefomgeving en infrastructuur het advies “onbeperkt houdbaar” uit over de vernieuwing van het natuurbeleid en de financiering hiervan. Op de site van het rli is ook een aantal onderliggende studies beschikbaar. Eén daarvan trok mijn aandacht, “Waardering en financiering van de Nederlandse natuur”.

Het onderzoek is uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen en heeft als ondertitel “Argumenten voor grootschalige innovatie in private financiering van natuur, onder blijvende eindverantwoordelijkheid van het Rijk”. Daarmee is de conclusie al duidelijk, want argumenten tegen komen blijkbaar niet aan de orde, maar dat terzijde. Het is een publicatie die bij snelle lezing nogal rommelig overkomt, een verzameling argumenten, maar er staan wel interessante dingen in. Ik bespreek niet de hele publicatie maar alleen een aantal zaken die voor mij nieuw of verrassend zijn.

5 markten voor natuur

De onderzoekers maken een indeling in 5 markten voor natuur. De eerste markt is die van de ecologie of biodiversiteit. Het gaat hier voor een groot deel om ethische argumenten. Veel mensen maken zich zorgen om het uitsterven van soorten. 97% van de in de EU ondervraagde burgers geeft aan dat ze het voorkomen van verlies aan biodiversiteit als een morele plicht zien. Deze zorgen uiten zich echter verschillend, op lokaal niveau kan je vanwege economische motieven tegen bescherming zijn (en bijvoorbeeld voor de aanleg van een weg) terwijl je je wel zorgen maakt over het uitsterven van soorten elders. Dan zijn er drie markten voor beleving, lokaal, regionaal en nationaal. Tot slot is er de vijfde markt van indirecte diensten (ecosysteemdiensten, etc.). Het verschil van deze laatste markt met de eerste vier is dat het hier niet om de natuur zelf gaat maar om wat de natuur oplevert. De auteurs zeggen het niet, maar eigenlijk lees je: deze diensten zijn mogelijk ook op een andere manier te krijgen.

Het onderscheid tussen de drie belevingsmarkten is van belang omdat de onderzoekers constateren dat recreanten op verschillende plekken recreëren (logisch) maar dat de inkomsten op die plekken daar niet gelijk mee opgaan. Als voorbeeld komt een zeiler op de Waddenzee aan bod. De boot ligt in Lelystad, droogvallen op de Waddenzee kost niets en incidenteel wordt een haven op een waddeneiland aangedaan. De inkomsten van het Waddengebied zijn derhalve gering, het meeste geld voor deze recreatieve activiteit (liggeld, onderhoud boot, inkopen etc.) wordt uitgegeven in Lelystad. Heel Nederland is tegenwoordig zeer mobiel en bezoekt overal in het land natuur, tot heel veel uitgaven in het gebied zelf leidt dit niet. Als ik voor me zelf spreek, wanneer ik nog een uur moet rijden ga ik liever uit eten in mijn eigen woonplaats (je kunt er dan een fles wijn bij drinken, bent na afloop lekker snel thuis etc.) dan naast het natuurgebied.

Extra economische pijlers zouden tot meer inkomsten in en rondom gebieden kunnen leiden. Denk aan een skipiste, een kartbaan of hotel met zwembad. De onderzoekers stellen dat dit weinig met de natuur te maken heeft maar economisch interessant kan zijn. Maar tegelijkertijd leidt het op een hoger niveau tot sub-optimalisatie. De natuur is beter af zonder deze attracties en de mensen die deze attracties bezoeken wonen veelal in de stad. Ergo, zet ze dan daar neer waar ze het beste tot hun recht komen. Probleem is wel dat de inkomsten dan niet meer terecht komen bij de natuur. Daarom een pleidooi voor de rijksoverheid als verantwoordelijke die voor verdeling van middelen zorgt en niet de provincies.

Waardering van natuur

De onderzoekers besteden veel aandacht aan de vraag hoeveel waarden mensen aan natuur hechten. Eén van de trucs is kijken waar hele rijke mensen wonen. Miljonairs wonen relatief vaak (meestal) in het groen, conclusie, als je een vrije keuze hebt kies je voor groen. Een andere manier waarop de waarde die mensen aan groen hechten wordt geïllustreerd is aan de hand van het aantal recreatieve overnachtingen. Het blijkt dat mensen met weinig groen in de omgeving jaarlijks 4,5 meer recreatieve overnachtingen hebben ten opzichte van mensen die in een groene omgeving wonen. Conclusie, mensen zoeken compensatie voor een gebrek aan groen. Ik vraag me dan wel meteen af of hier een storende factor meespeelt (zou het bijvoorbeeld kunnen zijn dat mensen die in een minder groene omgeving wonen rijker zijn en zich dus meer overnachtingen kunnen permitteren). Maar ik zie ze niet direct. Blijkbaar hebben we er dus heel wat voor over om in of nabij de natuur te zijn. In totaal gaat het om ca. 20 miljoen extra overnachtingen, kosten € 500 mln. Daarmee heeft overigens ook en plaatselijk gebrek aan groen een waarde voor de economie, want dat leidt tot meer recreatieve overnachtingen, dus meer omzet in die sector, dus meer economische groei.

De onderzoekers constateren dat natuur bijna niets kost en, dat de kosten die gemaakt worden vooral het gevolg zijn van negatieve externe effecten van andere activiteiten, bijvoorbeeld compensatie voor stikstofdepositie, ontwatering of de doorsnijding met infrastructuur. Met andere woorden, “de verhogende kosten voor natuurbeheer worden aanwijsbaar veroorzaakt als zij-effect (…) in het proces van economische waardecreatie van anderen”. Eigenlijk wisten we dat wel, economische activiteiten hebben externe effecten en iets of iemand anders heeft daaronder te leiden. Maar, hier leidt het bij mij toch tot een nieuw inzicht want we beheren dus niet alleen omdat we bepaalde soorten zo graag terug willen laten komen of in stand willen houden, maar ook (om het maar bot te stellen) omdat anderen er een rotzooi van maken. Met ons belasting- en subsidiestelsel knopen we dan de eindjes weer aan elkaar. Een pleidooi dus om subsidies te laten bestaan, één van de aanbevelingen in het rapport.

De natuurconsument

Tot slot houden de onderzoekers een pleidooi om meer inzicht te krijgen in het gedrag en de wensen van de natuurconsument. Ze spreken zelfs over een “customer relationship management systeem” voor de natuur. Albert Heijn weet door de bonuskaart heel goed wat de wensen zijn van de consument. Wat de natuurconsument doet en wat hij / zij wil is veel minder bekend. Welke gebieden worden gewaardeerd en waarom? Welke wensen heeft de natuurconsument? Hier is uiteraard al onderzoek naar gedaan, maar te weinig en vooral onder te weinig mensen. Een aardig initiatief is de hotspotmonitor waar iedereen aan kan geven welke natuur hij of zij waardeert en waarom.

Op basis van deze kennis kan je vervolgens het beheer aanpassen en efficiënter uitvoeren. Dat is weer een aardige brug naar de eerdere discussie over de schaapsherder. Het gaat er vanuit deze optiek helemaal niet om welke begrazingsmethode duurder, goedkoper of efficiënter. Eerst moet de vraag beantwoord worden wat de natuurconsument wil en vervolgens kijk je wat daarbij de best passende oplossing. Bij die laatste vraag mogen de kosten natuurlijk ook een rol spelen.

 

Stijn van Liefland

 

 

 

TEDx-Leiden, Financing the Future, impressie

Afgelopen vrijdag nam ik deel aan de TEDxLeiden, financing the future. De TEDx in Leiden had als thema een robuust en duurzaam financieel systeem. Het programma bestond uit een groot aantal lezingen en een aantal films. Hier kort wat ik als de hoogtepunten heb beschouwd en mijn persoonlijke reflectie. Te zijner tijd is een video verslag te vinden op www.tedx-leiden.nl. Voor wie het niets zegt, TED staat voor Technology, Education en Design(1).

Tony Greenham, geld

Tony Greenham van the New Economics Foundation (NEF) (link) houdt een lezing over geld. Hij heeft drie vragen: Wat is geld? Waar komt geld vandaan? En wie maakt geld?

Wat is geld? Mijn conclusie naar aanleiding van deze eerste vraag, we zijn helemaal vergeten waarom we geld gebruiken. Typerend is wat er op een briefje van 20 pond staat, ‘de centrale bank geeft in ruil voor dit biljet 20 pond’. Maar wat krijg je dan? Een nieuw briefje, twee briefjes van 10? Geld is in de afgelopen eeuwen steeds meer een doel op zich geworden, een handelswaar. Terwijl het eigenlijk bedoeld is om waarden en vertrouwen uit te kunnen wisselen. Of zoals Tony Greenham het zegt, geld moet de maatschappij helpen bij enorme problemen.

Waar komt geld vandaan? Voor 97% is geld afkomstig van private banken. Deze kunnen uit het niets geld scheppen door leningen te verstrekken die niet gedekt zijn. Korte termijn winst is daarbij de drijfveer. Het geld kost de bank niets terwijl ze wel rente krijgen over de verstrekte lening, dat is makkelijk verdienen. Wij komen hier later nog een keer op terug want hadden al eerder besloten dit onderwerp verder uit t diepen.

Wie maakt geld? Volgens Tony Greenham kunnen we allemaal geld maken en moeten we ons dus vooral niet afhankelijk opstellen ten opzichte  van banken. Kort door de bocht is zijn recept, breng zaken bij elkaar, materialen, opgaven, mensen, tijd etc. en zorg voor vertrouwen. Wanneer je deze zaken onderling wilt uitwisselen dan kan je daar met elkaar iets voor bedenken. Dat heet dan geld. Zolang mensen elkaar vertrouwen werkt dit systeem en heb je geen bank nodig. Anders gezegd, zolang er voldoende grondstoffen, hulpmiddelen, mensen en tijd zijn en er is vertrouwen in elkaar, dan kan geld nooit het probleem zijn om iets voor elkaar te krijgen.

Mijn persoonlijke conclusie na het verhaal van Tony Greenham, geld is niet het probleem, maar hoe we er mee omgaan. Het is een middel om waarden uit te kunnen wisselen terwijl we het steeds meer als doel op zich zijn gaan zien.

Maria Scordialos, Griekenland

Meest indrukwekkende was de slotlezing door Maria Scordialos. We kunnen wel stellen dat het financieel systeem in Griekenland niet meer zo werkt als het ooit bedoeld was. Maria Scordialos laat ons zien wat voor gevolgen dit heeft en wat voor nieuwe initiatieven er ontstaan.

Zij is er uitgebreider op in gegaan, maar hier kort een aantal gevolgen.

  • Een enorme werkeloosheid, vooral onder jongeren
  • Veel daklozen
  • Medische zorg vooraf betalen
  • Voedsel wordt apart weggegooid zodat andere dat eventueel nog kunnen gebruiken
  • Trek van stad naar platteland

Dit gebeurt er dus als een financieel systeem instort. Maria Scordialos geeft aan dat mensen nu een keuze maken tussen liefde en angst. Angst leidt tot het aanhangen van extreem rechts en polarisatie. Liefde leidt tot allerlei nieuwe verbanden en initiatieven. En zo groeit in de crisis ook iets moois. Mensen werken samen, geven belangeloos onderdak aan elkaar, organiseren de keten zelf en schakelen zo de tussenhandel uit.

Ook ontstaat er een nieuwe vorm van crowdfunding. Hier gaat het niet om geld maar om zaken die écht nodig zijn om iets voor elkaar te krijgen. Mensen met tijd en vaardigheden, gereedschappen en materialen worden bij elkaar gebracht om in de openbare ruimte zaken voor elkaar te krijgen (laten we het maar crowdbuilding noemen). Een bevestiging van wat Tony Greenham eerder op de dag al zei, als je de grondstoffen en de juiste mensen hebt, dan kan geld het probleem niet zijn.

Ik heb een belangrijke les geleerd uit het verhaal van Maria Scordialos en zie een parallel met de orkaan Sandy die vorige week over de oostkust van de VS raasde. Als het er echt op aan komt (een natuurramp of het in elkaar storten van een financieel systeem) dan heb je weinig aan geld. Je hebt dan veel meer aan goede relaties in de buurt en een goed sociaal netwerk dat elkaar helpt. Je kunt dat netwerk negatief zien als een soort verzekering tegen rampen maar veel mooier is dat deze verzekering je ook direct wat oplevert in de vorm van een boeiender sociaal leven.

Vele voorbeelden en inspiratie

Tijdens de dag werden verschillende films van eerdere TED-talks vertoond en kwamen diverse initiatieven ter sprake die laten zien hoe je op een andere manier aan maatschappelijke waarden kunt werken. Ik noem er een aantal verpakt in lezingen of als lezing op zichzelf:

  • www.wehelpen.nl (marktplaats voor het vinden en verbinden, organiseren en delen van hulp)
  • Brixton pound (lokale munt in wijk van London, bedoeld om de lokale economie te stimuleren)
  • Energiek Leiden (lokaal initiatief, helpt bij energiebesparing en duurzame energie, www.energiekleiden.nl, site vermoedelijk nog niet af)
  • Nudge(site om duurzame ideeën te delen, te bespreken en te ondersteunen, www.nudge.nl)
  • Crowdfunding (zie eerder artikel)
  • Singelpark Leiden (lokaal initiatief om met de gemeenschap een park aan te leggen langs de singel in Leiden www.singelpark.nl)

Het valt op dat het hier allemaal initiatieven zijn die van onderaf ontstaan. In een tijd dat de overheid zich terugtrekt en vooral bezuinigt is dit natuurlijk heel belangrijk. Maar, ligt hier werkelijk de sleutel voor een robuust financieel systeem?  Ik heb daar niet direct een antwoord op, maar weet wel dat er een hoop geld omgaat tussen bedrijven, financiële instellingen, multinationals en noem allemaal maar op. Bij een robuust financieel systeem moeten we zeker ook nadenken over de plek die deze partijen krijgen.

Tot slot, ik ben hier absoluut  niet volledig geweest en doe waarschijnlijk een hoop mensen te kort. Kijk daarom vooral over circa twee weken naar het videoverslag www.tedx-leiden.nl

Stijn van Liefland

 

(1).Deze organisatie organiseert meerdere keren per jaar evenementen waarop mensen inspirerende ideeën verspreiden. De TEDx is een lokale variant volgens een vaste formule, dat betekent, een aantal films van eerdere TED-talks, lezingen en wat vermaak.

 

 

De waarde van natuur: mag dat wel (2)? (Financiering van landschap 10)

Dit is het tweede deel naar aanleiding van de vraag of je natuur wel op een financieel-economische manier mag waarderen. Het eerste deel ging in op een aantal principiële bezwaren met betrekking tot het waardebegrip. Dit deel kijkt naar een aantal aangevoerde praktische bezwaren.

Artikel 2007

Op zoek naar een bron vanuit de ‘natuur-hoek’ kwam ik uit op een artikel uit 2007. De auteurs vinden dat de pogingen om de waarde van de natuur te bepalen hun doel voorbij schieten en sterker nog: fundamenteel de aandacht van de kern van de zaak afleiden. Een mooi voorbeeld-artikel dus voor deze uiteenzetting over de waarde van natuur.

Het artikel uit 2007 is hier te vinden: Hoe bepaal je de waarde van natuur?.

Kort de strekking van het artikel. De auteurs, Flip Witte en Arthur Meuleman, zijn niet onverdeeld gelukkig met recente pogingen een waarde toe te kennen aan natuur. De kern van hun betoog houdt verband met een in mijn ogen niet geheel consistente manier van het gebruik van de termen waarde en baten. Baten hebben in hun ogen een relatie met financieel gewin. Waarden zijn soms dermate belangrijk dat ze van levensbelang zijn en dus los staan van baten. De redenering van de auteurs lijkt een beetje op: baten = geld = plat, waarde = belangrijk = hoog.

Door toch zoveel mogelijk geldbedragen (dus ‘baten’ in de termen van het artikel) aan natuur te hangen lijkt natuur financieel profijtelijk maar is het dat in de praktijk niet (de auteurs stellen gekscherend: waarom gaan we als natuur dan zo profijtelijk is niet als de wiedeweerga overals de ecologische hoofdstructuur versterken?). Verder wordt hiermee in hun ogen het begrip natuur uitgehold. Dit zijn hun principiële bezwaren.

Naast principiële bezwaren zijn er nog praktische bezwaren als je dan toch (met tegenzin dus) aan het rekenen slaat met natuur. Dit blog gaat nader in op die geopperde praktische bezwaren.

Bezwaar 1: vermeden kosten zijn geen baten. Voorbeeld: als je een bos in stand houdt dan scheelt dat de waterzuiveringsinstantie kosten die ze anders wel hadden moeten maken. Natuur-rekenaars boeken dit in als een voordeeltje op de rekening van ‘natuur’.

Praktische bezwaar nummer 2 is: je mag niet de baten van allerlei verschillende partijen bij elkaar optellen. En vaak is het voordeel van de een het nadeel van de ander (een hogere huizenprijs betekent dan wel meer OZB voor de gemeente, maar weer minder inkomsten bij het Rijk vanwege een hogere hypotheekrenteaftrek).

Praktisch bezwaar nummer 3 luidt: er is vaak sprake van verdringing, baten op de ene plek leiden soms tot lagere baten op een andere plek (hier meer pannenkoekenrestaurantjes betekent dat er ergens anders minder pannenkoeken worden verkocht).

Bezwaar 1

De auteurs stellen dat je je rijk rekent door te kijken naar zogenaamde alternatieve kosten. Het meest aansprekende voorbeeld is het berekenen van de waarde van onze duinen (waterkering). Alternatieve kosten zijn dan de kosten die je zou moeten maken als je die duinen weg zou halen. Je moet dan een alternatief voor tegengaan van overstroming bedenken zoals het aanleggen van nieuwe dijken aan de kust met een lengte van 110 kilometer. Daar komen dan nog jaarlijkse onderhoudskosten bij die je bij natuurdijken niet hebt. En zo kom je op een bedrag van ruim 1 miljard Euro uit voor de waarde van de bestaande natuurduinen. Onzin zeggen de auteurs, zo kun je helemaal niet rekenen.

Hoe zou een econoom naar zoiets kijken? Een econoom kijkt naar de verschillende alternatieve mogelijkheden die je hebt om een stuk grond te benutten. Je start dus met het inventariseren van wat je allemaal met de onderliggende grond van die dijken kunt doen. Als willekeurige opsomming:

  • Je laat ze gewoon staan.
  • Je haalt ze weg en maakt er een pretpark van.
  • Je haalt ze weg en legt er een snelweg op.
  • Je laat ze staan en zet er nog een pretpark bovenop.

En zo verder. Het is gewoon een opsomming van wat je er allemaal mee zou kunnen. Vervolgens ga je die mogelijkheden een voor een uitdiepen. Wat zijn de voor- en nadelen van al deze opties? Welke partijen zijn er allemaal bij betrokken die er last of juist voordeel van hebben? En is het mogelijk er Euro’s aan te hangen? Of moeten we hier meer kwalitatieve plussen en minnen bij noteren? Per mogelijke invulling ontstaat dan een beeld van de ‘waarde’ van het alternatief, vaak een samenstel van een redelijk harde Euro-waarde en van een wat zachter (maar daardoor niet minder belangrijk) kwalitatief oordeel. Als je alles netjes doet en er een goede discussie over hebt (rekening houdt met partijen en met de wat langere termijn) dan kies je voor het meest waardevolle alternatief.

Hoe zit het dan met de miljarden-kosten van het moeten aanleggen van nieuwe dijken? In bovengenoemde alternatieven 2 en 3 (waar je de bestaande natuurdijken weghaalt) zul je gaan zien dat er betrokken partijen zijn die iets moeten verzinnen om bescherming tegen overstroming te bieden. Misschien zijn dat wel hele nieuwe en ingenieuze oplossingen overigens. Maar hoe dan ook: de kosten die daarvoor gemaakt moeten worden komen wel degelijk op het conto van die twee alternatieven. Omgekeerd zou je dus wel degelijk kunnen stellen: het eerste alternatief van het laten staan van de dijken werpt door zijn hoge ‘vervangingswaarde’ een forse drempel op voor nieuwe alternatieven. Je moet wel met een hele creatieve oplossing komen om die ene miljard Euro te kunnen goedmaken.

Dus ik zie niets verkeerds in zo’n waarderingsaanpak. Maar betekent dat dan dat je jaarlijks (ik noem maar een getal) 100 miljoen Euro baten hebt omdat je die dijken nu eenmaal hebt? Ja en nee. Niet letterlijk in financiële zin natuurlijk, een dijk keert namelijk geen dividend in Euro’s uit. Maar een dijk heeft wel degelijk een jaarlijkse positieve bijdrage aan de maatschappij vanwege de geleverde bescherming. En had die dijk er niet gelegen dan hadden de bewoners inderdaad jaarlijks minder te besteden aan andere dingen omdat ze dan toch eerst die dijk of bescherming zelf hadden moeten aanleggen. Noem dit een veiligheidsdividend dat ons door de natuur is geschonken.

Bezwaar nummer 2

Dit zijn eigenlijk twee verschillende bezwaren. Je mag de voor- en nadelen van verschillende partijen niet bij elkaar optellen is het eerste element. Deze is zonder plaatje lastig te beantwoorden. Maar in zoverre voordelen in harde Euro’s zijn uit te drukken mag je die natuurlijk gewoon optellen. Bij meer kwalitatieve afwegingen is dat een stuk lastiger, maar onmogelijk is het niet. Een genuanceerd antwoord dus, maar ik wil daarvoor verwijzen naar onze beslisboom slimme financiering. Eerst moet het totaalrendement worden bepaald en pas daarna wordt er onderhandeld over een passende herverdeling van de netto baten over partijen en tijd.

Het andere element van dit bezwaar is het OZB-verhaal. We bouwen ergens huizen, we doen er wat groen omheen, de huizen worden meer waard, dus het groen heeft een waarde. Dus de bewoners worden rijker want hun huis is meer waard. So far so good. De auteurs hebben er moeite mee dat de gemeente hier een voordeel krijgt ingeboekt omdat ze hogere OZB-inkomsten krijgen. Want, zo stellen zij, een hogere prijs voor een woning leidt tot gemiddeld een hogere hypotheekschuld en dus tot een hogere hypotheekrente-aftrek en dus tot minder inkomsten bij het Rijk.

Helemaal correct. Het zal nog veel ingewikkelder zijn. Maar bij het beoordelen van je maatregel (en dus bij het waarderen ervan) moet je wel degelijk álle effecten bij álle partijen over zo veel mogelijk perioden in kaart brengen. En inderdaad als het Rijk daardoor minder inkomsten binnen krijgt dan gaat dat van de voordelen elders af. Praktisch een hele klus dit goed te berekenen, maar principieel helemaal terecht lijkt mij.

Bezwaar nummer 3

Dit is eigenlijk een variant op bezwaar nummer 2. Ik parafraseer de auteurs: groen is veel waard omdat er een pretpark kan worden aangelegd want dat betekent meer bezoekers die meer geld uitgeven. Klopt niet, stellen zij, want elders is er ook een pretpark of een restaurant en daar wordt het geld dus niet meer uitgegeven. Het is eigenlijk gewoon een verschuiving in je besteding. Economen spreken dan van een verdringingseffect.

Terecht punt van de auteurs. Maar geen principieel punt. Bij het beoordelen van je maatregelen (om een pretpark in dat groen te bouwen) moet je je inderdaad niet rijk rekenen. Er is blijkbaar sprake van een benadeelde partij (de restauranthouders in de wijde omgeving) die is betrokken in het spel. Je zult als je het goed wilt doen ook dit effect moeten meenemen/waarderen, waardoor dat pretpark inderdaad minder gunstig (waardevol) zal blijken dan aanvankelijk gedacht.

Samenvattend

Ik pleit voor transparantie bij de besluitvorming van duurzame projecten. Wat je in Euro’s kunt uitdrukken moet je ook in Euro’s uitdrukken. Je moet wel naar het hele plaatje kijken, dus ook naar de verdere toekomst en naar andere dan direct betrokken partijen. En waar niet in geld uit te drukken belangrijke zaken spelen moet je die ook op een kwalitatieve manier meewegen.

In de praktijk zie je wel eens dat een project naar een al genomen beslissing wordt toegerekend. Groen wordt dan al snel een overbodig pretpark terwijl de echte achterliggende waarde van dat groen grotendeels verloren gaat. Helaas moet ik zeggen dat ik daarin wel kan meevoelen met de auteurs. Dit is een persoonlijke mening en hoort daarom niet echt thuis op deze site. Maar als ik door de oogharen naar alle bijdragen van Stijn over het landschap kijk, wat zie ik dan? Ik zie dat er geen geld meer is en dat er dus slimmigheidjes moeten worden verzonnen om het groen in stand te houden. Als je al die slimmigheidjes op een rijtje zet (wat Stijn heeft gedaan) dan zie ik 2 hoofdstromingen. De ene hoofdstroming zet financieel gezien zoden aan de dijk en dat is bebouwing van groen (dus woningen, bedrijven neerzetten). Maar dat is precies het oude verdienmodel dat niet meer werkt (nog los van de vraag hoelang je dat nog volhoudt). De andere hoofdstroming is een verzameling van leukigheidjes (pretparken, restaurantjes) die én financieel geen zoden aan de dijk zetten én de oorspronkelijke doelstelling in het gedrang brengen.

Als die snelle constatering van mij klopt dan is er geen andere mogelijkheid: als je groen of natuur écht belangrijk vindt en niet wilt/kunt bebouwen of ‘verpretten’ dan moet je daarvoor gewoon belastinggeld inzetten want daar is dat voor bedoeld. Maar … en dit is een serieuze ‘maar’ en misschien wel de kern van mijn hele betoog …. als je daar belastinggeld aan spendeert dan concurreert dat wel degelijk met andere belangrijke zaken. Natuur heeft niet het monopolie op dat belastinggeld, je zult zorgvuldig en transparant moeten afwegen met zorg, onderwijs en andere belangrijke zaken die bij vrije marktwerking in het geding (kunnen) komen.

Rudy van Stratum

 

 

 

De waarde van natuur: mag dat wel (1)? (Financiering van landschap 9)

Het vorige deel van deze reeks over financiering van de natuur en landschap gaat in de kern over het waarde-begrip. Het lijkt me zeker voor een site als slimmefinanciering.nl van belang om hier nog eens iets uitgebreider bij stil te staan. Natuur en geld lijken vaak te botsen, met soms emotionele reacties tot gevolg. Soms denk ik dat sprake is van onnodige misverstanden. Ik probeer vanuit een economisch perspectief het begrip waarde van natuur nader te ontleden.

Artikel 2007

Op zoek naar een bron vanuit de ‘natuur-hoek’ kwam ik uit op een artikel uit 2007. De auteurs vinden dat de pogingen om de waarde van de natuur te bepalen hun doel voorbij schieten en sterker nog: fundamenteel de aandacht van de kern van de zaak afleiden. Een mooi voorbeeld-artikel dus voor deze uiteenzetting over de waarde van natuur.

Het artikel uit 2007 is hier te vinden: Hoe bepaal je de waarde van natuur?.

Kort de strekking van het artikel. De auteurs, Flip Witte en Arthur Meuleman, zijn niet onverdeeld gelukkig met recente pogingen een waarde toe te kennen aan natuur. De kern van hun betoog houdt verband met een in mijn ogen niet geheel consistente manier van het gebruik van de termen waarde en baten. Baten hebben in hun ogen een relatie met financieel gewin. Waarden zijn soms dermate belangrijk dat ze van levensbelang zijn en dus los staan van baten. De redenering van de auteurs lijkt een beetje op: baten = geld = plat, waarde = belangrijk = hoog.

Door toch zoveel mogelijk geldbedragen (dus ‘baten’ in de termen van het artikel) aan natuur te hangen lijkt natuur financieel profijtelijk maar is het dat in de praktijk niet (de auteurs stellen gekscherend: waarom gaan we als natuur dan zo profijtelijk is niet als de wiedeweerga overals de ecologische hoofdstructuur versterken?). Verder wordt hiermee in hun ogen het begrip natuur uitgehold. Dit zijn hun principiële bezwaren.

Naast principiële bezwaren zijn er nog praktische bezwaren als je dan toch (met tegenzin dus) aan het rekenen slaat met natuur.

Bezwaar 1: vermeden kosten zijn geen baten. Voorbeeld: als je een bos in stand houdt dan scheelt dat de waterzuiveringsinstantie kosten die ze anders wel hadden moeten maken. Natuur-rekenaars boeken dit in als een voordeeltje op de rekening van ‘natuur’.

Praktische bezwaar nummer 2 is: je mag niet de baten van allerlei verschillende partijen bij elkaar optellen. En vaak is het voordeel van de een het nadeel van de ander (een hogere huizenprijs betekent dan wel meer OZB voor de gemeente, maar weer minder inkomsten bij het Rijk vanwege een hogere hypotheekrenteaftrek).

Praktisch bezwaar nummer 3 luidt: er is vaak sprake van verdringing, baten op de ene plek leiden soms tot lagere baten op een andere plek (hier meer pannenkoekenrestaurantjes betekent dat er ergens anders minder pannenkoeken worden verkocht).

Mijn reactie is tweeledig. Eerst kom ik tot een voorstel voor een 4-deling in waardebegrippen, dat is dus het principiële antwoord. In een volgend artikel geef ik een reactie op de drie genoemde praktische bezwaren.

Mijn vertrekpunt hierbij: Een baat is een eenmalig positief effect voor een betrokken partij. Die baat kan soms in geld worden uitgedrukt en soms ook niet. Een waarde wordt berekend of bepaald door alle (netto) positieve effecten over een langere periode over meerdere partijen bijeen te nemen. Ook voor een waarde geldt: soms kan het in geld worden uitgedrukt maar soms ook niet. Een waarde is dus een optelling van (netto) baten.

1 Intrinsieke waarde

Intrinsieke waarde = niet meetbaar, niet kwantificeerbaar, hij is er gewoon. Deze hoogste vorm van waarde noemen we de intrinsieke waarde. Het is de waarde die er los van mensen of wat dan ook is. Een waarde buiten discussie dus. Je zou deze waarde ook de vóór-waarde kunnen noemen. Eerst komt dit, dan praat je pas verder over de andere waarden. Het is een ‘conditio sine qua non’, zonder dit valt er weinig meer te praten, zonder dit bestaat de rest ook niet.

Op zich is dit verdedigbaar denk ik. Maar dan moet er wel zo’n lijst van vóór-waarden komen. En geldt het echt voor álles van de natuur? Of zijn sommigen soorten dan toch belangrijker dan anderen? En hoe zit het dan met de natuurlijke dynamiek waarbij er soorten bijkomen en afgaan? Je komt in de discussie terecht die Bas Haring in zijn boek Plastic Panda’s heeft gevoerd (en die overigens een storm van kritiek over zich heen kreeg).

Principieel bezwaar dat ik heb bij deze vorm van intrinsieke waarde: het lijkt of je er niet over mag discussiëren, ze staan buiten elke orde, ze zijn door God gegeven. Wie bepaalt dan welke intrinsieke waarden er zijn? Waar staat dat dan? Mijn stelling is: ja, intrinsieke waarde kan zeker bestaan, maar discussie hierover is wel nodig.

2 Nutswaarde

Nutswaarde = meetbaar, maar niet optelbaar. Economen gaan ervan uit dat economische ‘subjecten’ of ‘actoren’ bepaalde dingen fijn vinden en ernaar streven die te bereiken. Die dingen, die ze fijn of belangrijk vinden, zitten in wat economen een nutsfunctie noemen (nutsfunctie is economenjargon en heeft niets te maken met nutsvoorzieningen oid). Het kan dan om echt van alles gaan: schone lucht, groene bossen, diversiteit, vrije tijd, vrede, vrijheid, consumptie van materiële goederen en zo verder. Een nutsfunctie is dan een wiskundig verband dat als input de dingen heeft die je belangrijk vindt en als output een bepaalde hoeveel ‘nutseenheden’. Deze nutseenheden gelden dan voor die ene persoon. Optellen van nut van de ene persoon bij die van een andere is niet zonder meer mogelijk. De totale nutswaarde van een bos laat zich op deze manier dus niet zonder meer in kaart brengen.

Het is een misverstand dat economen denken dat alles wat niet in geld uitgedrukt kan worden niet belangrijk is. Wat NIET in de nutsfunctie zit is bijvoorbeeld: geld, want geld geeft slechts toegang tot die dingen die belangrijk zijn, geld is een middel en niet iets wat op zichzelf waarde heeft. Ook niet in de nutsfunctie zit bijvoorbeeld: werk of arbeid. Arbeid is in de meeste economische modellen een productiefactor (met arbeid kun je dingen maken) die je kunt verkopen aan een producten van goederen. De verkoop van je arbeid levert je dan weer een inkomen op dat je in staat stelt de spullen die je van waarde acht te consumeren.

Het woord nut in relatie tot groen roept vaak een emotionele reactie op: ‘bah, sommige dingen zijn gewoon belangrijk, ook als ze geen nut hebben’. Maar dit mist het punt. Nut is misschien een ongelukkig gekozen woord. Noem het beestje dan anders. Spreek niet van nut en nutsfunctie maar noem het importantie en belangrijkheidsfunctie, als dat beter past bij je wereldbeeld.

Overigens zijn er in de praktijk wel degelijk manieren om erachter te komen wat mensen belangrijk vinden, daar zijn allerlei enquêtes en psychologische testen voor. Zeker niet perfect, maar wel prima voor de discussie en het zegt wel degelijk iets over wat er nu echt toe doet in de ogen van de ondervraagden.

3 Waarde in andere eenheden dan nut en geld

Waarde nummer 3 = meetbaar en ook optelbaar, uitgedrukt in vaste eenheden, maar niet in een abstract begrip als nut en ook niet in een concreet begrip als Euro. Dit waardebegrip heb ik maar even verzonnen omdat ik behoefte had aan een tussenstap tussen waardebegrip nummer 2 en 4. Economen hebben in de loop van de tijd allerlei verdeelsleutels en maatstaven bedacht waardoor je de dingen die echt belangrijk zijn alsnog kunt optellen. Een bekend voorbeeld is de arbeidswaarde-theorie van Marx waarin alle waarden worden herleid tot de arbeidsuren die gemaakt zijn om tot het ding van waarde te komen. Elk ‘ding van waarde’ is dus een potje met gemaakte arbeidsuren, zeg maar gestold bloed, zweet en tranen.

Onnodig te zeggen dat het berekenen van ‘gestolde uren’ ook problemen geeft omdat het ene uur weer niet het andere is. Echt grote geaccepteerde rekensystemen die op dit principe van waarde zijn gebaseerd ken ik niet. Maar of het nu gaat over knikkers, achterhoekers of noppes: in principe kun je hier afspraken over maken en ermee rekenen met alle voor- en nadelen die daar bij horen. Ruilsystemen a la ‘Noppes’ werken overigens vaak met een simpele urenadministratie. Je spaart uren door voor anderen te werken en je kunt jouw opgebouwde uren ruilen tegen uren van anderen.

4 Financiële waarde

Hier gaat het over wat in het algemeen spraakgebruik vaak onder waarde wordt verstaan: hoeveel is iets waard, wat brengt het op, wat schuift het, wat kost het. Financiële waarde of ook wel monetaire waarde genoemd. Het gaat om meetbaar, optelbaar en heel specifiek optelbaar, namelijk in Euro’s of dollars. Euro’s mogen bij Euro’s worden opgeteld, wat de herkomst van die Euro’s ook is.

Het is niet zo economen ervoor pleiten om maar zoveel mogelijk in Euro’s uit te drukken. En het is ook niet zo dat alles wat niet in Euro’s kan worden uitgedrukt dus niet van waarde is. Het is eerder een ingesleten patroon geworden vanuit de praktijk van alledag: omdat we het zo makkelijk of belangrijk vinden om met munten en biljetten te betalen (of alles in banksaldi uit te drukken) dat we zijn gaan denken dat de rest niet meer van belang, van waarde, is.

En laat het helder zijn: als je alles gaat terugbrengen tot Euro’s (baten) (en dat het enige is waar je naar kijkt) dan ga je onvermijdelijk hele belangrijke zaken missen of niet goed tot uitdrukking laten komen. Daar ben ik het dus helemaal eens met de auteurs. Maar omgekeerd: dingen boven de streep zetten (boven de streep: niet voor discussie vatbaar, tot intrinsieke waarde verklaren), dat is niet de oplossing. Dit is in mijn ogen een denkfout.

Denkfout: je maakt altijd keuzes ook als je ze niet wilt maken

Die denkfout is dat je denkt zaken boven de streep als intrinsiek waardevol weg te kunnen zetten zonder dat het iets kost. Maar we leven in een wereld waarin per definitie schaarste bestaat. Van de meeste bronnen is er geen oneindige voorraad, en voor veel dingen moet je moeite doen, sommige dingen sluiten elkaar uit, als je het ene doet kun je niet het andere doen.

Als je natuur belangrijk vindt, dan houdt dat onherroepelijk een keuze in. Je kiest dan namelijk niet voor andere dingen. Impliciet zeg je dan dat al die andere dingen minder belangrijk zijn (zorg, onderwijs etc). Een prachtige illustratie van deze denkfout is recent gegeven door Ira Helsloot in zijn inaugurale rede over doorgeschoten veiligheidsmaatregelen. Stralingsrisico van hoogspanningsmasten moet worden verbannen want het kan mensenlevens kosten. En: een mensenleven mag niet in geld worden uitgedrukt want is onbetaalbaar (hoort dus tot de hoogste waardecategorie, buiten discussie). Hoe zeer ik het ook eens wil zijn met de strekking: logisch denkend is het onmogelijk vol te houden. Als je 5 miljard Euro wil besteden aan het besparen van misschien 1 leven op jaarbasis, dan sluit je andere bestemmingen voor die 5 mrd uit. En daarmee gooi je dus de mogelijkheid weg om via een andere route meer levens te kunnen besparen. Hiermee maak je dat ene leven indirect toch meer waard dan x andere levens.

Afsluitend

Het stellen van prioriteiten, het transparant maken van wat je nu echt belangrijk vindt, is onvermijdelijk. Ook als je beslist over wel of niet (behoud van) natuur, groen of biodiversiteit, maak je de keuze om andere zaken niet te doen. En de auteurs hebben gelijk dat het rekenen aan natuur soms doorslaat en ons op het verkeerde been zet. Als je overal pannenkoeken restaurantjes neerzet om de natuur betaalbaar te maken dan is dat waarschijnlijk niet wat je wilt. Maar de poging om meer vat te krijgen op de waarde van natuur is daarmee niet verkeerd.

De auteurs hebben nog een drietal praktische bezwaren. Daar ga ik in een aparte vervolgblog op in.

Rudy van Stratum

 

 

 

 

Financiering van het landschap 8, waarden en baten

Tot nu toe hebben we erg op geld gefocust. Hoe kan ik geld verdienen aan groen en landschap en daarmee de kwaliteit in stand houden. Eén van de reacties die we daar op krijgen is dat de waarde van natuur en landschap niet alleen in geld is uit te drukken, dat het ook om andere waarden gaat. Vandaag gaan we in op dit soort waarden.

Welke niet financiële waarden zijn er en wat hebben we daar aan?

Uit de reacties die we kregen naar aanleiding van onze bijdrage in Trouw concludeer ik dat nogal wat mensen het niet eens zijn met het economisch waarderen van natuur en het landschap. Belangrijkste argument, de natuur heeft heel veel te bieden dat niet in geld is uit te drukken. Het is daarom voor ons belangrijk een overzicht te krijgen van deze waarden. Ik dacht snel een mooie lijst te kunnen vinden maar dat is niet gelukt (we houden ons aanbevolen voor suggesties). Daarom ben ik op basis van literatuur, gezond verstand en wat ik zoal hoor een lijst gaan maken. Belangrijke niet financiële waarden zijn:

  • Tot rust komen
  • Recreëren
  • Gevoel van ruimte
  • Gezonde lucht
  • Stilte
  • Opvang van emissies
  • Productie van zuurstof
  • Reiniging van water
  • Vastleggen van CO2
  • Bron van kennis
  • Bestuiving van gewassen
  • Waterregulatie
  • Plaagbestrijding
  • Nutriëntenkringloop
  • Voedsel (vis, jacht)
  • Intrinsieke waarde (de natuur heeft waarde van zichzelf, los van de mens)

Deze lijst is natuurlijk niet compleet maar geeft een aardig beeld waar we het over hebben. We kunnen deze waarden grofweg in drie categorieën indelen:

  • Intrinsieke waarde (de natuur heeft waarde van zichzelf, los van de mens). Je kunt hele discussies voeren of deze waarde wel of niet bestaat. Bas Haring betoogt in zijn boek Plastic Panda’s dat intrinsieke waard onzin is. Tegelijkertijd zijn er veel mensen die vinden dat het wel bestaat.  Wij gaan er verder niet op in, voor ons probleem (financiering) kunnen we er niet veel mee.
  • Economische waarde. Kort door de bocht, alles wat voor ons nut heeft vervult een economische waarde. Daar valt dus vrijwel alles uit bovenstaand lijstje onder. Tot rust komen, frisse lucht, schoon water etc. Dat wil nog niet zeggen dat ze meteen in geld uitgedrukt moeten worden.
  • Financiële waarde, het deel van de economische waarde dat we in geld uit kunnen drukken. Voor ons probleem vertaal ik dat maar snel in: hier zouden we geld mee kunnen verdienen. Dat staat los van de vraag of je dat ook echt wilt.

We begonnen met niet financiële waarden, maar kijkend naar het lijstje en de drie categorieën concludeer ik toch dat het in de meeste gevallen uiteindelijk toch gewoon over financiële waarden gaat. We zouden die ook kunnen berekenen. Wat heb je over voor rust? wat kost het reinigen van water? wat levert het bestuiven van gewassen ons op? Klinkt eenvoudig, in de praktijk natuurlijk verdraaid lastig.

Nu terug naar onze probleemstelling, financiering van landschap en natuur. Wat kan ik nou met deze waarden? Eigenlijk niet zo veel. Dat iets een (financiële) waarde heeft betekent nog niet dat er inkomsten zijn die je nuttig kunt gebruiken. Als ik een waardevolle gouden ring heb, dan is dat mooi, maar het levert me pas wat op als ik die verkoop, meer werk binnenhaal omdat ik er mooi uitzie of de ring kan verhuren aan anderen. In het licht van onze probleemstelling betekent dit dat er twee wegen zijn:

  1. Ik kan ze als argument in de strijd gooien en de politiek erop wijzen dat natuur en landschap heel belangrijk zijn, “kijk eens wat we er aan hebben”. Eigenlijk zeg ik dus, “kijk eens wat de natuur ons oplevert”.
  2. Ik kan proberen die waarden te kapitaliseren, iemand of een groep profiteert ervan en we moeten zorgen dat er voor betaald wordt.

Eigenlijk is er weinig verschil tussen beide punten, in het eerste geval vragen we de hele maatschappij om mee te betalen (middels belasting en subsidie), in het tweede geval bepaalde groepen.

Conclusie, dat natuur en landschap allerlei waarden hebben die lastig economisch zijn uit te drukken is helder. Als ik echter een concrete financieringsvraag heb (waar haal ik geld vandaan?) zal ik die waarden toch op de een of andere manier moeten vertalen in financiële cijfers.

Wel of niet economisch waarderen.

Los van onze vraag (ik heb geld nodig voor mijn gebied) is er een discussie over het al dan niet waarderen van natuur en landschap. Veel is geschreven over ecosysteemdiensten. Vrijwel alle bovengenoemde waarden zou je onder kunnen brengen in een aantal diensten die ecosystemen voor ons vervullen. Met name rondom ecosysteemdiensten speelt de vraag of je deze nu wel of niet economisch moet waarderen. Hieronder een aantal argumenten.

Voor:

  • Het helpt bij bewustwording
  • Het geeft het belang aan
  • Het helpt bij de besluitvorming
  • Het helpt bij het verkrijgen van financiële steun
  • Het is nodig om uiteindelijk in een of ander verdienmodel tot inkomsten te komen

Tegen:

  • Er is niet één duidelijke methode, alle methoden hebben beperkingen
  • Keuzes in waardering zijn soms arbitrair
  • Ecosystemen zijn complex, kan je alles wel goed waarderen?
  • Het laat kansen onbenut, bepaalde waarden komen niet terug

Met name de nauwkeurigheid / transparantie is een wezenlijk probleem. Wanneer je ecosysteemdiensten een plek wil geven in bijvoorbeeld een belastingsysteem (voor bepaalde grondstoffen, voor aantasting natuur, voor luchtvervuiling), dan moet er een heldere methode zijn. Daar kan je overigens ook weer over discussiëren, hoe accijnzen voor bijvoorbeeld tabak en alcohol bepaald worden is ook niet helder. Voor ons probleem vind ik dit echter minder relevant, wij zoeken financiering en kijken wie er profiteert van natuur en landschap. De opgave is dan niet zozeer om dat heel precies in beeld te brengen, maar wel om met elkaar te constateren dat er inkomsten zijn die wellicht op een andere / betere manier verdeeld kunnen worden. Een verdeling die uiteindelijk voor alle partijen meer waarde oplevert.

Tot slot, meer lezen: