Tegendenken (4): verkennen van het wereldmodel

In de vorige blog gaf Stijn aan dat er te vaak en te snel naar de oplossing wordt gesprongen. Zonder dat duidelijk is wat nu het échte probleem is en voor wie dat dan (wanneer? hoe?) een probleem is. Om een betere en robuustere oplossing te krijgen is het daarom efficiënt wat langer bij het probleem stil te staan.

Wereldmodel

Stijn heeft daarom een aantal vragen op een rijtje gezet die je kunt gebruiken om het probleem verder af te pellen. Je zou ook kunnen zeggen: tegendenken, dat is de kunst van het vragen stellen en afpellen. En als dat zo is: wat maakt een vraag dan tot een goede vraag?

tegendenken 5-01Daar is een klein stukje theorie voor nodig. Misschien denken sommigen nog dat de feiten gewoon de feiten zijn. Dat zal ook wel, alleen die feiten die zich voordoen komen alleen maar tot ons via onze zintuigen (ogen, oren, neus etc). Deze instrumenten hebben van zichzelf al technische beperkingen maar ons brein (de verwerkingsmachine) laat lang niet alle signalen die binnen komen door. We zouden dan volledig gestoord worden en niet meer normaal kunnen functioneren. Ons brein filtert dus de signalen en haalt er uit wat voor ons van belang is. Op basis van de feiten en de criteria trekken we dan conclusies en geven we betekenis. De hele soep van criteria en betekenissen die we zelf brouwen van de feiten wordt ook wel ons ‘wereldmodel’ genoemd.

Kunst van het vragenstellen

Wat is het doel van vragen stellen bij tegendenken? We worden ons dan bewust van de beperkingen die ons wereldmodel ons oplegt (1) en we kunnen dan onderzoeken hoe we die beperkingen in ons wereldmodel kunnen omzeilen (2). Het doel van vragenstellen is dus om ons wereldmodel te verruimen. Nu kunnen we pas de vraag beantwoorden wat een vraag een goede vraag maakt. Elke vraag is een goede vraag zolang die vraag ons wereldmodel verruimt en ons leidt naar meer keuzevrijheid.

De vragen van Stijn uit de vorige blog zijn dus allemaal bedoeld om meer zicht te krijgen op de wereldmodellen die achter een probleem of vraagstelling steken. Laten we ze nog eens noemen:

Wat wil je bereiken? Vraagt naar hoe het eruit zou moeten zien (en wat er nu nog aan schort).

Voor wie is het belangrijk en waarom? Vraagt naar de criteria, wat belangrijk is voor wie.

Wat gebeurt er als je niets doet? Vraagt naar de urgentie van het probleem.

Waarom deze oplossing? Vraagt naar alternatieven.

Wat is het probleem? Vraagt om te preciseren (wat, waar, wanneer, hoe lang)  en met concrete voorbeelden te komen.

De lijst is niet per se volledig en de volgorde is ook willekeurig. Ik zou bijvoorbeeld nog toe kunnen voegen:

Waar ga je vanuit? Vraagt naar de randvoorwaarden/condities wil deze oplossing bij dit probleem werken (wat zijn je overige aannames, wat moet er waar zijn wil dit werken?).

Een ‘wereldmodel’ klinkt misschien abstract. Ik ben als econoom gewend te werken met (wiskundige) modellen. Wat je hier eigenlijk doet is net zoiets: wat zijn de exogenen (de randvoorwaarden), wat zijn de endogenen (de vergelijkingen die het hart van het model vormen) en wat zijn de uitkomsten die het model genereert?

Zo zien we dat de ‘waarom-vraag’ eigenlijk een verzamelbus is voor een hele trits onderliggende vragen die het wereldmodel rondom de casus in kaart brengt. Later in deze serie gaan we verder in op hoe je het wereldmodel kunt verruimen.

Rudy van Stratum

PS Zijn er ook ‘foute’ vragen? Nou ja, vanuit deze insteek wel. Vragen die NIET leiden tot een verruiming van het wereldmodel zijn contraproductief. Voorbeelden:

– Waarom heb jij niks met duurzaamheid? (dit is een aanval, leidt tot verdediging en dus tot vasthouden aan bestaande wereldmodel).

– Is het niet zo dat alle managers alleen maar in macht zijn geïnteresseerd? (die vraag gaat op zoek naar bevestiging van je eigen wereldmodel en probeert niet dat van de andere ruimer te maken).

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*