Tag archieven: financiering van onderaf

5 Tips om je project gefinancierd te krijgen

Veel mensen die wij tegenkomen hebben het meegemaakt. Een goed en duurzaam project, veel enthousiasme, maar er is geen financiering. Hoe pak je dat aan? Hoe zorg je ervoor dat je project gaat lukken? Het is de vraag die ons al 10 jaar heeft bezig houdt, we zetten de vijf belangrijkste tips voor je op een rij.

1. Bepaal het probleem

Het klinkt als een enorme open deur, maar het begint echt met het analyseren van het probleem. Want, een probleem met de financiering kan met veel zaken te maken hebben. In grote lijnen kunnen er drie problemen spelen: onvoldoende rendement; oneerlijke verdeling van het rendement en te weinig kapitaal.

Bij rendement gaat het om de vraag of het project voldoende oplevert. Dat kan financieel zijn, maar ook in de vorm van andere waarden. Hierbij kijken we naar alle partijen die bij een project betrokken zijn. Levert het niet genoeg op, dan moet je eerst het rendement verbeteren, want aan het project met onvoldoende rendement wil niemand een bijdrage leveren.

De verdeling van het rendement kan ook een knelpunt zijn, totale rendement goed, verdeling van dit rendement scheef. Degene die investeren profiteren hier maar beperkt van en anderen die niet investeren profiteren ook. Ook hier, het kan gaan om geld maar ook om andere waarden.

Als het rendement goed is en het verdelingsvraagstuk is opgelost (of is niet van belang), dan moet je geld hebben voor de investering. Als je dan ook zelf nog eens geen geld hebt, dan is er sprake van een financieringsprobleem. Maar, goed nieuws, bij een goed rendement moet dit probleem op te lossen zijn, maar het vraagt wel kennis van financieringsconstructies.Dia8

Kijk dus goed welk probleem je op moet lossen, het rendementsprobleem, het verdelingsprobleem of het geldprobleem.

Hulpmiddel beslisboom slimme financiering.

2. Verbeter het financieel rendement

Je kunt tip 1 ook overslaan, want onze ervaring is dat het bij problemen met financiering in meer dan 80% van de gevallen om een rendementsprobleem gaat. Het project levert gewoon niet voldoende op en zoals gezegd dat gaat niet alleen over geld. Maar, Euro’s rekenen wel makkelijk en iedereen snapt wat financieel rendement is (meer Euro’s overhouden dan je er in stopt). Als je dus kunt laten zien dat het financieel rendement positief is heb je een grote stap gezet. Maar hoe verbeter je het financieel rendement? Heel simpel, je probeert de uitgaven zoveel mogelijk te beperken en de inkomsten zoveel mogelijk te vergroten. Onze ervaring is overigens dat het verminderen van de uitgaven een stuk makkelijker is dan het verhogen van de inkomsten. Belangrijk aandachtspunt is dat je het doel in de gaten rendement 1-01moet houden, waarom ben je ooit met dit project begonnen? Voor je het weet wordt financieel rendement het doel en vergeet je waar het echt om gaat.

Hulpmiddel: matrix met inkomsten en uitgaven per partij.

3. Verbeter het maatschappelijk rendement

Rendement gaat niet alleen over geld. Het is daarom altijd goed om het maatschappelijk rendement bij je project te betrekken, ook als je project financieel rendabel is. Immers, financieel rendement zegt niets over het maatschappelijk rendement. Het maatschappelijk rendement kan als gevolg van allerlei externe effecten zomaar negatief zijn. Voor maatschappelijk rendement geldt hetzelfde als voor financieel rendement, probeer zoveel mogelijk maatschappelijke waarden toe te voegen en zo min mogelijk bestaande waarden te vernietigen. Waar hebben we het over als het gaat om maatschappelijke waarden? Denk aan gezondheid, welbevinden, natuur, een schoon milieu, een betere toekomst, minder criminaliteit etc. Wij vatten het wel eens samen als zoveel mogelijk mensen gezond, veilig en gelukkig. Dat is wat iedereen uiteindelijk wil. O ja, en zoveel mogelijk mensen kan ook betekenen dat het wat oplevert voor mensen buiten Nederland of toekomstige generaties. En voor de mensen die niet zo malen om maatschappelijk rendement: bedenk dat een hoog maatschappelijk rendement vaak ook échte Euro’s kan genereren of je daar bij kan helpen (en dan zijn we weer bij stap 2).

4. Maak de maatschappelijke waarden inzichtelijk

Je kunt nog zoveel maatschappelijke waarden realiseren, het helpt je pas bij de financiering als anderen deze waarden ook erkennen. Dat begint met het inzichtelijk maken welke waarden gerealiseerd worden en voor wie die van belang zijn. Je kunt natuurlijk een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) uitvoeren, maar dat is ingewikkeld en kost veel tijd. Je kunt ook een lijstje maken, wat levert het op? Hoeveel minder kosten voor de gezondheidszorg? Hoeveel hectare nieuwe natuur? Hoeveel mensen met minder geluidsoverlast? Hoeveel gezonde kinderen (die weer beter leren)? Etc. Wij gebruiken waarderendement graphic blanco-04nkaarten om de gerealiseerde waarden (positief of negatief) in beeld te brengen. Hierbij maken we onderscheid tussen harde (financiële) waarden en zachte waarden en tussen private waarden en collectieve waarden. In de kaart kun je de waarden plotten en door middel van de grootte van cirkels het belang aangeven. Een mooi instrument om de discussie mee te voeren.

Hulpmiddel waardenkaart

5. Breng partijen bij elkaar

Partijen bij elkaar brengen is belangrijk om het verdelingsvraagstuk op te lossen. Hiervoor zijn allerlei ingewikkelde methoden en technieken ontwikkeld. Maar waarover gaan al deze methoden eigenlijk? Het belangrijkste is dat je de belangen van de partijen in beeld brengt. Dat is wat anders dan een standpunt. Bij belangen gaat het  er om te achterhalen wat een partij echt wil bereiken. Een groep bewoners die tegen een nieuwe weg is, is vaak niet zozeer tegen die weg maar wil rust, voldoende groen, schone lucht, veiligheid en vul zo maar aan. Degene die de weg wil aanleggen heeft ook een ander doel, betere bereikbaarheid, ontlasting van een ander gebied etc. De discussie verengt zich in dit soort gevallen echter al snel tot vóór of tegen de weg. Afpellen van de achterliggende belangen brengt nieuwe mogelijkheden in beeld. Als je dit gedaan hebt kun je gezamenlijk op zoek gaan naar een oplossing die beide partijen erkennen als beste oplossing.

Hulpmiddel Mutual Gain Approach (MGA), hierover moeten we nog een keer een goed artikel schrijven, voorlopig volstaan we hiermee. Of kijk even op de site van Rudy.

En de financieringsconstructie dan?

En hoe zit het dan met de financieringsconstructie? Onze stelling luidt: als het rendement goed is, dan kan een financieringsconstructie geen probleem zijn. Financieringsconstructies zijn een onderwerp waar vaak heel moeilijk over gedaan wordt en het is ook best ingewikkeld. Maar, ook dit maken we graag eenvoudig, zoveel smaken zijn er namelijk niet. Je kunt geld lenen of het eigendom afstaan. Geld lenen kennen we natuurlijk allemaal, veel constructies (zoals garanties) zijn hier gewoon een variant op. Eigendom afstaan kennen we als huren, lease etc. ook niet echt nieuw, maar ook hier veel varianten. Een derde variant is financiering van onderaf. Denk bijvoorbeeld aan crowdfunding (soms ook weer een vorm van lenen), werken met vrijwilligers en werken met alternatieve valuta, het zijn ook mogelijkheden om een project gerealiseerd te krijgen. Het is interessant om bij jouw eigen project eens na te gaan hoeveel je kunt realiseren zonder geld. Want geld is uiteindelijk alleen maar een middel om iets voor elkaar te krijgen.

Meer lezen,  download gratis ons boek geld is een middel, kijk hiervoor in de rechterkolom.

Samengevat krijgen we dan onderstaand plaatje.

5 tips voor financiering

Stijn van Liefland

 

 

 

 

 

 

 

Deeleconomie (2) volgens ING

We hebben al eerder een rapport van ING Bank besproken (over circulaire economie). Nu kwam ik een rapport / studie over de deeleconomie tegen. Verrassend dat een bank over dit soort zaken schrijft en voor mij een bevestiging dat de deeleconomie ‘echt een ding is’. Het is mooi beknopt geschreven rapport van ca. 20 pagina’s met wat figuren om één ander toe te lichten. Wil je snel weten wat de deeleconomie inhoudt? Dan kan je natuurlijk op onze site gaan zoeken maar dit rapportje wijst je snel de weg. Grofweg gaat het over de vraag wat de deeleconomie is, wat het belang er van is, wie er aan mee doet en wat de gevolgen zijn. Het sluit af met een aantal tips aan ondernemers en consumenten. Ik ga er niet al te veel woorden aan besteden, daarvoor leest het rapport veel te makkelijk, lees het vooral zelf even door. Ik haal er een paar punten uit en stel wat zaken ter discussie.

Wat is de deeleconomie?

Volgens ING heeft de deeleconomie 5 kenmerken

  • Het gaat om onbenut potentieel, dingen die je niet gebruikt en met een ander deelt.
  • Het gaat om bezit, spullen dus of een huis, auto etc. Hier hebben we al eerder over gehad, er valt wel wat op af te dingen, je kunt ook tijd en vaardigheden delen.
  • Het gaat om delen tussen consumenten.
  • Het gaat om tijdelijk. Deze is voor mij nieuw, maar ook heel logisch. Als het niet tijdelijk is dan is het verkoop. Dan kom je op het terrein van marktplaats.nl wat echt iets anders is dan delen.
  • Als laatste gaat het om delen tegen betaling, hier sta ik wat langer bij stil.

Gaat het om geld? Hier wijkt ING duidelijk af van de definitie die Frenken eerder gaf (zie eerdere blog). Het past wel bij een bank, het wordt pas interessant als er geld mee gemoeid is. Maar dit is een principieel punt, waarom niet onbetaald? Je zou kunnen zeggen dat echt delen juist onbetaald is. Het gaat dan om vertrouwen. Ik deel iets met jou, ik vertrouw erop dat jij iets met mij of met een ander deelt. En ik vertrouw er op dat de balans over een lange periode ongeveer in evenwicht is. En, als dat niet zo is dan vindt ik dat niet erg. Dat is toch waar echt delen over gaat? Maar goed, ING geeft twee argumenten voor de keuze om zich te beperken tot geld.

  • Praktisch, anders is de economische waarde zo moeilijk te bepalen.
  • Principieel, gratis delen gebeurt al heel lang. Waar trek je de grens? Als je iets leent aan je kind, valt dat dan onder deeleconomie?

Het eerste punt lijkt mij niet echt te kloppen, al is het natuurlijk wel meer werk. Wanneer ik mijn fiets gratis uitleen aan de buurman dan past dat niet zo goed in allerlei modellen. Maar de economische waarde, dat kan niet heel lastig zijn. Een fiets kost € 1000,= en je kunt er ongeveer 10.000 km mee fietsen (schatting), dat is dus 10 cent per kilometer. Andere beredenering, een fiets huren kost € 7,50. Heel moeilijk is het dus niet, wel veel werk.

Met het principiële punt ben ik het deels eens. Als ik mijn auto of boormachine uitleen aan mijn ouders is dat geen deeleconomie. Als ik mijn boormachine uitleen aan de broer van een vriend van een vriend dan zou ik dat wel deeleconomie willen noemen, ongeacht of er voor betaald wordt. Waar ligt dan de grens? Ik denk dat het bij deeleconomie vooral om min of meer anonieme of nieuwe relaties gaat. Je deelt met mensen die je niet of nauwelijks kent. En ja, die deeleconomie die bestaat natuurlijk al heel lang, want vroeger deelde je ook wel eens iets met de broer van een vriend van een vriend.

Leuke feitjes (volgens ING)

Het leuke van het rapport is dat het een snel beeld geeft van wat er speelt binnen de deeleconomie. Zo kunnen we lezen dat 1 op de 13 huishoudens mee doet aan de deeleconomie en daarbij gemiddeld € 90,= uitgeeft. De groep aanbieders daarbinnen is wat kleiner, die verdienen gemiddeld € 150,=. Waarbij opgemerkt wordt dat een kleine groep veel verdient en de meeste maar een paar tientjes.

Ook zien we wat er zoal wordt gedeeld (figuur).

deeleconomie 1

Ik denk deze figuur vooral een gevolg is van het criterium dat er voor betaald moet worden. Ik denk dat mensen veel meer boeken, dvd’s en games met elkaar delen. Ik zie bijvoorbeeld in hotels en campings en steeds vaker ook op straat stapels boeken liggen die mensen met elkaar delen. Maar dat telt bij ING niet mee omdat je er niet voor betaalt. Er zijn volgens ING twee keer zoveel mensen die boeken aanbieden als mensen die ze willen afnemen (uiteraard tegen betaling), voor auto’s en huizen is dat andersom. Wel logisch, een boek kan je vaak ook wel gratis bij iemand lenen.

Wie delen er en waarom?

Het zijn vooral de hoger opgeleiden en mensen met hoge inkomens die meedoen met de deeleconomie. En daarbinnen vooral de jongeren. De reden om deel te nemen aan de deeleconomie is vooral financieel (dit geldt overigens sterker voor de vragers dan voor de aanbieders). Ik zou zeggen uiteraard, je koppelt de deeleconomie aan geld. Daarmee sluit je een heel groot deel uit dat gratis wordt gedeeld en het dus niet voor het geld doet. En ook aardig waarom delen we niet?

deeleconomie 2

Gevolgen van de deeleconomie

Laten we beginnen met te stellen dat de deeleconomie op dit moment nog heel klein is. De gevolgen zullen dus wel meevallen. ING stelt dat de deeleconomie nog 5 keer zo groot kan worden, dan is het dus nog steeds heel weinig. Ik geloof niet zo in transities of in de gedachte dat we op een keerpunt staan, dat alles de komende 5 jaar gaat veranderen en al dat soort praat. Maar, ik kan me best voorstellen dat de deeleconomie de komende jaren nog veel groter gaat worden. Ik denk eigenlijk vooral dat een bank zich gewoon niet voor kan stellen dat je een flink deel van de economie ook op een andere manier in kunt vullen. 15 jaar geleden konden we niet voorzien dat zaken als AIRBNB, Uber, Snapcar en dergelijk zo zouden bestaan, laat staan dat ze zo groot zouden worden. Ik denk bij dit soort dingen altijd aan het boek Zwarte Zwanen van Taleb denken, de toekomst is moeilijk te voorspellen en sommige zaken kan je vooraf gewoon niet bedenken. (Ik wil hier een link opnemen naar een blog over dit boek, maar realiseer me dat Rudy en ik hier samen vaak over discussiëren en er ook regelmatig aan refereren maar dat er geen boekbespreking op onze site staat, actiepuntje voor ons. Tot die tijd verwijs ik naar ons eigen boek over Tegendenken waar we ook een aantal pagina’s over Taleb geschreven hebben.)

Maar de gevolgen voor de economie dan? Die laten zich niet makkelijk voorspellen. Als het groot wordt zullen mensen minder spullen kopen. Maar, die moeten misschien wel vaker gerepareerd worden. En misschien gaan ze wel betere spullen kopen die duurder zijn. Als we minder gaan kopen en de vraag daalt worden spullen weer goedkoper en kopen we ze misschien alsnog. Komt nog bij dat we geld uitsparen dat we op een spaarrekening kunnen zetten of weer uit kunnen geven aan andere spullen of een vliegreis. Kortom, we weten het niet. Ik heb zelf overigens nog een ander scenario, als je twee keer de sapcentrifuge hebt geleend dan vind je zo’n ding misschien wel zo handig dat je er zelf een wilt hebben. Met andere woorden de deeleconomie verleidt ons misschien alsnog om juist extra spullen te kopen.

ING sluit af met een aantal tips voor consumenten en ondernemers. Ik vond het echt een leuke en lezenswaardige publicatie, maar hier gaat het mis. Het format van deze publicatie zal wel voorschrijven dat aan het eind tips moeten komen, het zijn nogal open deuren. Kern van alle tips, denk goed na wat de deeleconomie voor jou betekent. Kan nooit kwaad. Wel een aardig aanleiding om eens na te denken over de tip die ik ING (en andere banken) mee zou willen geven:

Denk eens goed na hoe je de deeleconomie kunt faciliteren en kijk daarbij over de eigen grenzen. Als bank ben je gespecialiseerd in het stroomlijnen van transacties tussen verschillende partijen. Denk eens na hoe je deze kwaliteit kunt benutten voor de deeleconomie en neem daarbij alle soorten transacties mee, dus niet alleen financiële.

Stijn van Liefland

 

Deeleconomie in het kort

Vandaag kwam ik de publicatie “Deeleconomie onder één noemer” tegen, uitgegeven naar aanleiding van de inaugurele rede van Koen Frenken, hoogleraar in Innovation Studies aan de faculteit Geowetenschappen in Utrecht. Koen Frenken gaat de komende jaren onderzoek doen naar de deeleconomie. Wij zijn altijd al geïnteresseerd geweest de deeleconomie. In onze beslisboom hebben we het altijd over drie vormen van financieringsconstructies, geld lenen, eigendom afstaan en financiering van onderaf (oké en als vierde geld krijgen, maar dat tellen we niet echt mee). Wij hebben het dan vooral over inzet van vrijwilligers, crowdfunding en alternatieve valuta. Gebruik maken van de deeleconomie kan je ook als een financieringsform van onderaf zien.

Samenvatting deeleconomie

Ik heb het boekje samengevat in een mindmap, hiermee ontstaat een aardig beeld van de inhoud (het boekje is hier te downloaden). Ik haal er een paar punten uit om nader toe te lichten.

deeleconomie samenvatting

Definitie deeleconomie

Allereerst de definitie van de deeleconomie.Twee dingen zijn belangrijk, allereerst dat het om uitwisseling tussen consumenten gaat en ten tweede dat het om onbenutte goederen gaat. Bekend voorbeeld is de boormachine. De meeste mensen gebruiken dat ding nooit, die kan je dus prima met mensen uit de buurt delen. Het gaat dus niet om bedrijfsmatige activiteiten en het gaat ook dus niet om de buurman die bijvoorbeeld vier boormachines koopt met het idee daar veel aan te kunnen verdienen. Dat laatste is natuurlijk in de praktijk lastig te ontdekken. Wij noemen het ook wel onbenut potentieel. Alles was je niet gebruikt maar wel nuttig kan zijn voor een ander. Daarom is het jammer dat alleen over goederen gesproken wordt, want sommige mensen hebben kennis of tijd over of kunnen iets dat weinig anderen kunnen. Waarom valt dat niet binnen de definitie van de deeleconomie? Of er uiteindelijk voor betaald wordt voor de goederen is volgens Frenken niet van belang, in mijn ogen terecht, het gaat om de bijdrage aan de economie en die is er ook bij ruilen en gratis diensten.

De definitie die Frenken gebruikt roept bij mij wel de vraag op waarom de deeleconomie alleen op consumenten gericht is? Wij hebben veel geschreven over het beheer van natuur en landschap en ik denk bij de deeleconomie direct aan die landgoedeigenaar die moeite heeft om het beheer van zijn terrein te financieren. Welke mogelijkheden biedt de deeleconomie hiervoor?

Deeleconomie, positief en negatief

Ik sla een groot deel van de mindmap over en wil stilstaan bij de positieven en negatieve effecten. Er wordt veel geschreven en geroepen over de deeleconomie en soms lijkt het wel een wondermiddel voor alles. En positieve effecten, die zijn er ook. Voor de aanbieder levert het extra inkomsten, voor de klant is het goedkoper, het is milieuvriendelijker omdat er minder spullen gemaakt hoeven te worden en deze worden over het algemeen ook minder gebruikt. Mensen die gebruik gaan maken van een deelauto gaan minder kilometers rijden. Of gingen ze minder rijden en besloten ze toen dat een deelauto ook zou voldoen? Hoe dan ook de milieuvoordelen zijn er. Daar komen nog sociale voordelen bij, mensen komen weer met elkaar in contact, leren nieuwe mensen in de buurt kennen etc. Het zijn de inmiddels wel bekende voorbeelden van de deeleconomie. Ik sta er daarom kort bij stil, wat niets zegt over de omvang van deze voordelen.

Helaas zijn er ook nadelen. Heel direct gaat het bijvoorbeeld om overlast voor anderen. Denk aan een woning die een groot deel van de tijd wordt verhuurd aan (dronken) toeristen, of een enorme toeloop aan mensen om een maaltijd af te halen. Dit zijn hele praktische nadelen die daarmee ook op een hele praktische manier zijn op te lossen. Veel nadelen zijn complexer van aard.

Financieel zijn de voordelen vooral voor mensen die veel bezitten, een mooi huis (op een mooie plek), veel spullen een mooie auto. Voor hen is het heel lucratief om dit met anderen te delen. Heb je geen mooie spullen of geen mooi huis, dan profiteer je veel minder, dan rest alleen het goedkopere aanbod. Ook op de milieuvoordelen is wel wat af te dingen. Als je meer verdient door je woning in de vakantie te verhuren of als je vakantieverblijf in het buitenland goedkoper wordt, dan hou je geld over voor andere zaken. Bijvoorbeeld om het vliegtuig te nemen voor een vakantie verder van huis. Het zogenaamde rebound effect.

Dan de veel geprezen sociale component, mensen ontmoeten, nieuwe relaties en netwerken. Veel van de goederen en diensten worden aangeboden via deelplatformen. Deze platformen maken contact vrijwel overbodig, moest je vroeger bij de buurman langs om iets te lenen, nu kan dat redelijk anoniem. Er zijn al bedrijfjes ontstaan die alles voor een op Airbnb aangeboden woning afhandelen. Autofabrikanten schijnen al na te denken hoe auto’s aangepast moeten worden t.b.v. de deeleconomie, belangrijkste opgave, zorgen dat de autodelen zo min mogelijk tijd kost (lees, geen onderling contact alles digitaal afhandelen incl. de sleutel). Frenken noemt nog een mooi voorbeeld dat laat zien dat de sociale winst niet zonder meer vaststaat. Want stel dat de Tour de France in Utrecht is dan kan je je lege kamers verhuren via Airbnb of je kunt vrienden uitnodigen. Overigens kan je vrienden laten logeren ook als een stukje deeleconomie zien, maar Frenken heeft hier duidelijk een punt. Hij noemt het economisering van het privéleven. Ik heb dat zelf een keer meegemaakt toen ik met iemand ging experimenteren met een alternatieve munt. Heel leuk, maar we gingen alles wat we voor elkaar deden opeens in die munt uitdrukken. Daarvoor vertrouwden we erop  dat de balans uiteindelijk wel weer in evenwicht zou komen en zo niet, dat je graag iets voor iemand doet. We zijn er snel weer mee gestopt.

Tot slot geeft Frenken aan dat de deeleconomie tot discriminatie kan leiden. Normale winkels en bedrijven moeten aan regels voldoen, de deeleconomie kent nauwelijks regels. Uit onderzoek blijkt dat Afro-Amerikaanse verhuurders in de Verenigde Staten minder huur kunnen vragen vergeleken met andere Amerikanen.

Tot slot is er nog een aantal nadelen dat iedereen vermoedelijk al kent, er is geen belastingafdracht en de deelplatformen zijn zeer machtig en hebben ook een sterke lobby. De vraag die Frenken aan het eind stelt is hoe we de publieke belangen in de gaten kunnen houden. Afgezien van een aantal voorbeelden geeft hij hier nog niet een echt antwoord op, onderwerp van studie.

Ik vind vooral de voor- en nadelen erg interessant om verder te onderzoeken. Daarom ga ik een waardenkaart invullen voor de deeleconomie, of dat ergens toe leidt weet ik niet, zo ja dan komt er een vervolg zo nee dan laat ik het hierbij.

Stijn van Liefland

Financiering van onderaf: tuinderij De Es in Haaren

Via de mail kreeg ik een suggestie eens te kijken naar het initiatief van Zorgtuinderij De Es in Haaren Noord-Brabant (www.tuindees.nl). Het gaat hier om een vorm van financiering van onderaf. We spreken van deze vorm van financieren als het bijvoorbeeld niet lukt bij een traditioneel kanaal als een bank aan geld te komen. Op deze site zijn diverse voorbeelden te vinden (onlangs schreven we bijvoorbeeld nog over zzp’ers die elkaar helpen in geval van ziekte en/of arbeidsongeschiktheid).

Het probleem

Tuinderij De Es is een sociale onderneming zonder winstoogmerk. Naast het telen van groente en fruit, is de tuin ook een zorgtuin. Een zorgtuin waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten om onder begeleiding weer structuur in hun leven aan te brengen. Afijn, ga vooral op de site kijken voor meer uitleg en informatie.

Het vraagstuk zoals ik het zie is dat de tuin eigendom is/was van iemand of iets die tot verkoop wil overgaan. Huur bij deze eigenaar is dus geen optie meer. Als je je onderneming wilt voortzetten, wat zijn dan je opties? Je kunt wellicht weer gaan huren maar dan van een nieuwe eigenaar. Maar dat is onzeker. Wil die nieuwe eigenaar wel verder met dit bedrijf? En hoe zal het gaan met de toekomstige huurprijs?

Een andere mogelijkheid is om zelf (als gebruiker/onderneming) de grond te kopen. Maar ja: hoe kom je aan dat geld? Het gaat hier om een oppervlakte van 2 ha (20.000 m2) met een geschatte waarde (2013) van € 263.000. Je kunt naar de bank gaan, maar laten we maar gerust aannemen dat je die deal niet rond zult krijgen.

Het idee van De Es is nu om de grond op te knippen in 250 eigendomsdelen. De trekkers van het initiatief die de dagelijkse operatie runnen kopen zelf 50 porties. De overige 200 porties zijn voor een ieder die belangstelling heeft te koop. De prijs? € 1.000 voor een portie van 800 m2 (= 20.000 m2 oppervlakte gedeeld door 250 porties), dus een redelijk marktconforme prijs van € 12,50 per m2. Het spreekt vanzelf dat de nieuwe eigenaren aka portiehouders geen invloed hebben op de bedrijfsvoering (dus je kunt geen tent op je eigen stukkie zetten in de zomer!).

What’s in it for me?

Voor de huidige bedrijfsvoering lijkt me het voordeel van deze constructie wel helder. Je kunt door met je bedrijf en (komen we nog op) tegen lagere kosten. Maar is het ook interessant om zo’n aandeel in dit bedrijf (de grond) te kopen?

Je krijgt je inleg in principe niet meer terug. Het is immers een (risicodragend) aandeel en geen lening. Je kunt je aandeel wel weer doorverkopen. Wat je daar in de toekomst voor krijgt is een inschatting die je zelf mag maken (er is geen ‘markt’ voor dus je zult in je omgeving de nieuwe koper moeten vinden). Wat is je jaarlijkse vergoeding?

Ofwel krijg je een jaarlijkse uitkering in cash/euro’s van 1,5%, dus elk jaar € 15 per aandeel/portie. Ofwel mag je jaarlijks meedoen met het ‘portiehoudersdiner’ ter waarde van € 45 (een niet monetair rendement van 4,5%). Ofwel mag je jaarlijks voor € 30 uitzoeken aan groente en fruit in de winkel.

Is de maaltijd met dat feestje ook écht € 45 waard? En is die € 30 aan groente vergelijkbaar met wat je in de supermarkt voor dat geld kunt kopen? Ik weet het niet, dat mag je ook weer zelf inschatten.

Hoe zit het met de risico’s? Stel dat iedereen kiest voor uitbetaling in cash? Dan moet er jaarlijks 1,5% van € 200.000 worden uitbetaald. Dat is € 3.000 op een jaaromzet van ruim € 100.000. Dat zou geen probleem moeten zijn, hoewel ik geen zicht heb op de jaarlijkse kosten. Ik neem aan dat er betaalde krachten rondlopen? Dat er onderhoud moet plaats vinden? Dat er machines moeten worden gekocht en vervangen? Ik weet eigenlijk ook niet wat er precies met die € 250.000 wordt gedaan: is dat ook precies het bedrag wat naar de huidige eigenaar gaat?

Afijn, ik heb eens rondgevraagd bij wat kennissen. Zou je zoiets doen en waarom wel/niet? Het beeld dat ontstaat is dat je dit niet gaat doen vanuit een puur financieel motief. Het risico is gewoon te groot dat je je geld niet of niet helemaal terug krijgt. (NB mocht de grond ooit verkocht gaan worden bijvoorbeeld vanwege een andere bestemming, dan is het wel degelijk mogelijk dat je een hogere prijs zult krijgen). Het financiële rendement is aardig (vergelijkbaar met een spaarrekening) maar kon mijn kennissen niet over de streep halen. Je doet dit omdat je het een sympathiek initiatief vindt en je een lokale betrokkenheid met deze tuin en plek hebt.

Maar …. hier merkte ik toch wat ongemak. € 1.000 is dan gewoon wat veel. Iemand zei letterlijk tegen me: als het een portie van € 100 zou zijn dan zou ik het gewoon doen. ‘Dan zie ik het als een donatie en alles wat ik er dan voor terug krijg is meegenomen’. Maar € 1.000 lijkt voor veel mensen toch een grote sprong. Misschien zijn er (kosten-) technische redenen om de maat van € 1.000 per portie aan te houden? € 100 is gewoon te veel gedoe? Ook dat is mij niet bekend.

Hoe dan ook!

Het gaat hier om een innovatieve en creatieve aanpak. Het deed me denken aan Brouwerij de Raaf waar ik eerder al over heb geschreven. De ‘aandeelhouders’ kregen daar jaarlijks een fustje bier en/of mochten op de party voor intimi komen. Er zullen ongetwijfeld betrokken mensen zijn die graag € 1.000 over hebben om nieuwe eigenaar van een stukje grond te worden (merk overigens op dat een donatie aftrekbaar is voor de fiscus, en dat je als nieuwe eigenaar wel een opgaaf in Box 3 zult moeten doen! En oh ja: er komen ook nog wat notariskosten om de hoek kijken). De nieuwe eigenaren zullen vooral gaan voor het niet-monetaire rendement (is de verwachting, ook bij de organisatoren). Ben benieuwd of het de organisatoren lukt het benodigde geld voor 1 januari 2015 bij elkaar te krijgen. Ik hoor het graag en dan zullen we er hier weer over berichten.

Rudy van Stratum

Lees hier de prospectus-brief voor nieuwe eigenaren.

Broodfonds ‘financiering van onderop’

Broodfonds: wat is het?

Het is een fenomeen van de laatste paar jaar. Het gaat over zelfstandige ondernemers die op zoek zijn naar een verzekering voor inkomensderving bij ziekte en/of arbeidsongeschiktheid. En die de premies die daar op dit moment bij de reguliere verzekeringsmaatschappijen voor worden berekend niet kunnen of willen betalen. De oplossing is dat een relatief kleine groep zelfstandig ondernemers een onderlinge verzekering afspreekt en regelt. Met als uitkomst dat de te betalen premie een stuk lager kan komen te liggen.

Je zou kunnen zeggen dat een broodfonds een vorm van ‘crowd insurance’ is. De crowd (van zelfstandige ondernemers) regelt haar eigen voorziening voor inkomensderving in geval van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Qua thematiek past dat bij ‘slimme financiering’ en ik zou het omschrijving als een vorm van ‘financiering van onderaf’ (zie onze beslisboom).

De woorden ‘verzekering’ en ‘premie’, zo wordt mij verteld, mogen hier absoluut niet worden gebruikt. Het gaat niet over een premie maar over een maandelijkse inleg op je eigen rekening. En het gaat niet om een uitkering (in geval van ziekte oid) maar over een schenking. In mijn ogen is dat een juridisch-fiscaal aspect. Ik ben in eerste instantie geïnteresseerd in de economische werking van de constructie. Hoe werkt het in de dagelijkse praktijk? Veel informatie is te vinden op www.broodfonds.nl maar ik ben helemaal bij gepraat door René Albers die sinds kort werkzaam is voor BroodfondsMakers (mogelijke fouten of onjuistheden hieronder blijven natuurlijk voor mijn rekening).

De economie

Je bent dus zelfstandig ondernemer en financieel kwetsbaar in geval van ziekte. Een gewone verzekering regelen is (ga ik even van uit) te duur (afhankelijk van je beroep en bijbehorend risico (ook weer afhankelijk van leeftijd en branche) kan de maandpremie oplopen tot € 500-600 bij een verzekerd jaarinkomen van pak hem beet € 25.000 bruto). Dan kun je dus een broodfonds overwegen. Zou je door met zijn allen maandelijks een bedrag in te leggen elkaar uit de brand kunnen helpen?

Dan moet je dus weten hoe groot de kans is op ziekte. Landelijk ligt het ziektepercentage voor zelfstandigen zo rond de 4%. Het broodfonds neemt voor de calculatie een percentage van 4,5% en gaat daarbij dus aan de veilige kant zitten (op basis van de relatief korte historie van aangesloten zelfstandige ondernemers ligt het feitelijke ziektepercentage iets boven de 1%!). De ‘schenkingsniveaus’ (later meer over de term) die beschikbaar zijn liggen tussen de ondergrens van € 750 per maand en de bovengrens van € 2.500 per maand, oplopend met stappen van € 250. De bijbehorende ‘premie’ of inleg is dus 4,5% van dit bedrag. Dus kies je voor € 2.500 schenking in geval van ziekte dan moet je maandelijks 4,5% van € 2.500 inleggen, oftewel € 112,50.

Mag je zelf kiezen voor welke schenking je gaat? Nee. Het idee is dat je je verzekert alleen voor het hoogst noodzakelijke. Als maat hiervoor geldt wat je maandelijks nodig hebt aan ‘winst + vaste lasten’. Als je dus een paar jaar geen winst hebt gemaakt, kun je je alleen verzekeren voor je vaste lasten. Maar hoe kan ik daar dan van leven? Eehh, …, dat weet ik ook niet, maar blijkbaar kon je dat al die tijd al doen dus de verzekering gaat daar geen verandering in aanbrengen. Anders gezegd: de verzekering wil geen prikkel geven om bij ziekte beter af te zijn dan voorheen.

Er geldt standaard een maand eigen risico, maar een kortere of langere periode is mogelijk. En er is een maximale periode van uitkering schenking, namelijk van 2 jaar per ziektegeval. Voor ziektes langer dan die 2 jaar kun je eventueel aanvullend bijverzekeren via de normale AOV-s. Bovendien blijkt zo’n 97%-99% van de mensen die ziek worden binnen 2 jaar weer beter te zijn (of, klinkt hard, maar is dan gestorven).

Voorbeeld

Het allersimpelste is natuurlijk als je zelf je eigen broodfonds bent. Dat heet een gezonde buffer voor jezelf opbouwen. Gewoon elke maand een bedragje opzij zetten en dan teer je daar op in als je even ziek bent en/of geen inkomen hebt. Maar ja, als het zo simpel was … In de praktijk blijkt een groep van minimaal 20 deelnemers noodzakelijk om goed te kunnen werken. Die deelnemers zitten bij voorkeur bij elkaar in de regio en/of kennen elkaar dus. Wat ook kan is dat de 20+ deelnemers tot een groep gelijkgestemden hoort (een bepaalde beroepsgroep die regelmatig bij elkaar komt maar best landelijk verspreid kan wonen).

Stel voor het simpele rekenen dat er 20 deelnemers zijn die allemaal gaan voor de maandelijkse inleg van € 112,50. Dan komt er elke maand € 2250 binnen. Als er niemand ziek wordt en er zou sprake zijn van een grote pot geld (wat niet het geval is, maar zie later) dan staat er na een jaar € 27.000 op de totale rekening. Stel dat in maand 13 één zelfstandig ondernemer ziek wordt en dus maandelijks een uitkering krijgt van € 2.500. Elke maand gaat er dus € 2.500 uit de pot voor de uitkering/schenking aan de zieke zelfstandig ondernemer. Maar ondertussen blijft er natuurlijk ook gewoon € 2.250 binnen komen elke maand. Per saldo loopt de pot elke maand dus terug met € 250. Na de maximale ziekteperiode van 24 maanden staat er dan nog steeds € 21.000 op de rekening. Niets aan het handje.

Wat als er vanaf maand 13 twee zelfstandige ondernemers tegelijk ziek worden? Dan zakt de pot elke maand met € 2.750 en is de pot na ongeveer 10 maanden, dus binnen 1 jaar, leeg! Ergens slaat het dus om van een gelijkblijvende naar een oplopende of juist aflopende pot. Om het verhaal niet onnodig lang te maken: als je met 22,22 mensen zou starten en je hebt 1 ziektegeval na 1 jaar dan blijft de pot eeuwig durend op € 30.000 hangen. En dat heeft er mee te maken dat 1 / 22,22 precies gelijk is aan 4,5% en dat was het premiepercentage. Belangrijk voor een opgestart Broodfonds is dat ze snel doorgroeien naar 30-40 leden omdat dan de risico’s verkleinen en de draagkracht sterk toeneemt.

Fiscaal / juridisch

Hoe werkt het in de praktijk? Voor iedereen wordt een rekening geopend en een lid stort daar elke maand zijn eigen geld op. Die rekening is en blijft gewoon van jezelf. Als iemand ziekt wordt dan doet elke deelnemer een ‘schenking’ aan de zieke deelnemer. Dus als je ziek wordt en € 2.500 krijgt dan stort elke deelnemer (in geval van 20) € 125 op jouw privé-rekening vanuit die eigen individuele pot. De zieke zelfstandig ondernemer ziet op deze manier elke maand 20 afschriftregels met namen erbij. Omdat het in dit geval over schenkingen gaat van de ene naar de andere persoon, is sprake van fiscale vrijstelling. Het zaakje zit zo in elkaar dat iedereen in principe binnen de regels van de fiscus blijft wat betreft schenkingen. Het opgebouwde vermogen van je eigen rekening (maandelijks inleg minus schenkingen) valt in box 3 (daar betaal je dus jaarlijks belasting over, maar die valt ongeveer weg tegen de rente op de rekening) en de ontvangen schenkingen zijn belastingvrij voor de ontvanger (vandaar netto schenkingen). Daarom hier dus niet ‘premie’ en ‘verzekering’ maar ‘inleg’ en ‘schenking’.

De BroodfondsMakers is een overkoepelende instantie (een coöperatie) die de administratie verzorgt voor € 10 in de maand en een eenmalige vergoeding van € 275 per aangesloten deelnemer van een Broodfonds (die dan, zover ik het begrijp, in de vorm van een vereniging is gegoten. Waarom geen coöperatie? Geen idee. Stijn gaat in een aparte blog nog in op de verschillen tussen coöperaties en verenigingen). De BroodfondsMakers vraagt de individuele rekeningen aan bij een bank waar afspraken mee zijn gemaakt, zorgt voor de automatische incasso’s in geval van ziekte etc.

Andere bijzonderheden?

Er is een maximum gesteld aan de opgebouwde individuele buffer van 36 maanden. Daarna blijf je nog wel inleggen maar krijg je jaarlijks het teveel terug gestort.

Je kunt je ook part-time ziek melden, dan kun je toch nog wat verdienen met je bedrijf. En wie bepaalt dat of je part-time ziek bent? Dat bepaal je in principe zelf. Vertrouwen speelt een grote rol in het netwerk. Daarom is de grootte van de groep cruciaal. Te klein (<20) is kwetsbaar vanuit financieel oogpunt en te groot (>50) is kwetsbaar vanuit de verminderde controleerbaarheid (en te grote anonimiteit).

Kun je zomaar uittreden als je vindt dat er te veel mensen ziek zijn en jij juist niet? Ja, dat kan. Twee maal per jaar kun je toe- en uittreden. ‘Adverse selection’ heet dat in de economische literatuur. De mensen met de meeste kans op ziekte blijven over, einde systeem …

Gaat het wel eens fout? Er is een enkele situatie ontstaan waarin iemand binnen een pas gestarte groep structureel ziek werd en waarbij de kas op dat moment onvoldoende groot was. (De regel is dat er nooit meer uitgekeerd kan worden dan er gespaard is op alle individuele rekeningen van alle leden van het betreffende Broodfonds). Maar zoals gezegd is het feitelijke ziektepercentage van alle aangesloten clubs landelijk rond de 1% dus het kan niet anders dan dat er ‘macro’ een aardige buffer wordt/is opgebouwd.

Wat is het verdienmodel? Volgens mij ligt de kern van het verdienmodel in het verbeterde controle-mechanisme van een kleine groep bekenden. Controle klinkt vervelend, maar het is ook de controle naar jezelf toe. Je meldt je alleen maar ziek als het echt niet anders kan. En je weet dat je je clubleden regelmatig onder de ogen komt. Transparantie is misschien een fraaier woord. Het andere verdienmodel is dat er sprake is van ‘disintermediation’: geen grote organisatie met lease-auto’s, bonussen, glazen gebouwen, je snijdt een onderdeel van de keten weg. Okay, okay, ik snap dat daar ook sprake is van schaalvoordelen, maar blijkbaar zijn die niet overtuigend genoeg meer.

Een ander bijkomend verdienmodel dat René noemde: als je al een verzekering hebt lopen dan kun je vragen daar de eigen risico periode op te hogen naar 24 maanden. Grote kans dat je dan per saldo goedkoper uit bent. De grote verzekeringsmaatschappijen zien daarentegen juist weer een kans in de markt voor > 2 jaar te duiken en daar producten op maat aan te bieden.

Tenslotte lijkt mij een verdienmodel dat de schenkingen hier netto zijn en dat je dus door deze constructie een belastingvoordeel hebt (waar een verzekeringsmaatschappij bij een uitkering belastingen moet inhouden, hoeft dat hier bij netto schenkingen niet).

Rudy van Stratum