Categoriearchief: KERN

Dit zijn de blogs die de kern van slimfin vormen

Wie verdient er aan bouwgrond?

Residuele grondwaarde: wat is dat eigenlijk?

We merken het telkens weer: het begrip ‘residuele grondwaarde’, zoals dat in de wereld van bouwen en wonen veelvuldig wordt gebruikt, is lastig. Daarom een poging om het hier op zijn simpels uit te leggen. Twee dingen vooraf. Eén: ik sluit me aan bij het normale taalgebruik en heb het dus over waarde. In eerdere blogs ben ik al in gegaan op het verschil tussen ‘waarde’ en ‘prijs’. Twee: het begrip residuele grondwaarde speelt ook een belangrijke rol in onze infographic ‘wie verdient er aan bouwgrond?’ (te vinden onder het tabje ‘infographics’).

Een bonnetje

Stel ik geef u een bonnetje. Met dat bonnetje kun je ergens (bij de supermarkt, het postkantoor of de boekhandel) € 100 afhalen. Wat is dat bonnetje je waard? Hoeveel wil je ervoor geven? Ik stel deze vraag regelmatig in workshops. Het antwoord is meestal iets tussen de € 50 en € 75. Mensen vertrouwen het niet, krijg ik dat geld wel echt? En terwijl ik zeker weet dat ik mijn aankoopprijs kwijt ben, weet ik nog niet 100% zeker of ik die € 100 ook echt ga ontvangen. In principe luidt het antwoord: als ik zeker weet dat ik voor dat bonnetje inderdaad € 100 terug krijg dan is dat bonnetje me ook € 100 waard. In de praktijk iets minder omdat je toch liever meteen echt geld hebt en je moeite moet doen het bonnetje in te leveren. Het verschil tussen wat je er écht voor wilt betalen en die € 100 noemen we dan de ‘discount’ of korting.

Nog een bonnetje

Goed, nu hebben we weer zo’n zelfde bonnetje maar nu kun je er elk jaar en dat 5 jaar lang € 100 mee afhalen bij het postkantoor. Wat is het bonnetje je nu waard? Volgens dezelfde redenering als hiervoor: € 500 met een discount. En de discount is nu groter want voor die laatste € 100 moet je wel 5 jaar wachten. Je kunt je geld beter tussentijds op de bank zetten want dan krijg je een vergoeding (rente).

Als ik de redenering met het bonnetje nu veralgemeniseer: een bonnetje dat recht geeft op x maal jaarlijks y Euro is waard x keer y Euro met een discount die rekening houdt met renteverlies, risico en transactiekosten.

De waarde van een aandeel

Wat is volgens dezelfde redenering dan de waarde van een aandeel? Een aandeel geeft aan dat je eigenaar bent van een deel van een bedrijf. Dat bedrijf maakt als het goed is winst en soms wordt die winst uitgekeerd aan de aandeelhouders. Zo’n uitkering op een aandeel heet dividend. Het aandeel is in wezen een bonnetje dat je recht geeft op periodieke dividend uitkeringen.

Dus wat ben je bereid te betalen voor een aandeel dat je x maal jaarlijks y Euro dividend uit belooft te keren? Welnu: x maal y Euro met een discount die hier nog iets hoger is omdat een bedrijf failliet kan gaan (of slechter presteert dan beloofd). Maar hier speelt misschien nog wat anders. Een aandeel kun je makkelijk tussentijds verkopen. Als je daar rekening mee houdt dan wil je voor je aandeel betalen: x keer die y Euro aan dividend die ik denk te ontvangen + de verwachte opbrengst van dat aandeel als ik dat na die x jaren aan iemand anders ga verkopen.

Maar wat is die ‘iemand anders’ bereid dán voor jouw aandeel te betalen? Volgens dezelfde redenering: het aantal keren dividend wat die persoon denkt te ontvangen ná koop van dat aandeel. En weer de verwachte verkoopprijs van het aandeel aan weer de volgende koper.

Dit is misschien wat technisch of wiskundig maar je kunt aantonen dat die extra verkoopmogelijkheid in wezen neerkomt op een oneindige aaneenschakeling is van steeds weer nieuwe dividend uitkeringen. De waarde van een aandeel is, of je nu wel of niet tussentijds verkoopt, de optelling van alle dividenden zolang het bedrijf blijft bestaan rekening houdend met de discount. In technisch jargon: de waarde van een aandeel is de contant gemaakte stroom te verwachten dividenden.

De waarde van grond (1)

Zo kunnen we ook naar grond kijken. Wat ben je bereid te betalen voor een lapje grond? De grond is mij waard: het aantal keren opbrengst die die grond mij als eigenaar gaat opleveren. Rekening houdend met eventuele kosten die ik daarvoor moet maken.

Nemen we landbouwgrond. Die grond is waard het aantal oogsten aan graan (de opbrengst daarvan) rekening houdend met de arbeid die ik daarvoor moet verrichten. Als door wat voor reden dan ook de oogsten hoger uitvallen dan zal de grond dus meer waard worden. Hier is ook een van de uitspraken van oereconoom David Ricardo op gebaseerd: graan is niet duur omdat de grond duur is, maar grond is veel waard omdat graan veel opbrengt.

De waarde van grond (2)

Maar we weten dat de waarde van agrarische grond niet zo heel hoog is. Het wordt pas interessant als je huizen mag bouwen op die grond. Maar dat is vreemd: als de waarde van grond met huizen zo hoog is, waarom zou iemand er dan nog graan op gaan verbouwen? Simpel: omdat je niet overal huizen mag bouwen. We hebben het hier over een gereguleerde markt. En hier ligt ook de kern van het grondprijzen-beleid: een eenvoudige aanpassing van de wet (het bestemmingsplan) die toestaat dat een bepaald stukje grond verandert van agrarische bestemming naar woonbestemming zal van de ene op de andere dag vele malen in waarde stijgen.

Maar wat is de waarde van grond als je er een huis op mag bouwen? We nemen weer dezelfde basisredenering. Ik wil voor die grond betalen: de verwachte verkoopprijs van dat huis dat ik ga bouwen minus de kosten die ik moet maken om dat huis te kunnen bouwen op die grond. Let op: het gaat dus om een verwachting die je nu maakt over de toekomst. Je weet immers niet zeker wat je voor dat huis gaat krijgen als het daadwerkelijk af is.

En eindelijk hebben we het begrip ‘residuele grondwaarde’ te pakken. Het is de prijs die je maximaal wilt betalen (het punt waarop je net geen winst meer maakt) voor de grond rekening houdend met de te verwachten verkoopprijs van de woning in de toekomst minus de kosten voor het bouwen van dat huis (de zogenaamde stichtingskosten, de stenen, het cement, de werklui en zo verder).

De waarde van een woning

Blijven we nog zitten met de waarde van een woning. Hoe weten we wat een woning waard is? Die waarde hangt om te beginnen van allerlei externe factoren af. De stand van de economie (crisis of voorspoed), demografische factoren, de unieke ligging van het huis etc. Maar ook van allerlei fiscale factoren zoals de aftrekbaarheid van rente-kosten op de hypotheek (lening die je maakt om het huis te kunnen kopen).

Maar toch kunnen we weer dezelfde basis redenering van stal halen om de waarde van een huis te bepalen. Economen doen daar heel makkelijk over: we zien af van allerlei fiscale verstoringen en we doen alsof er maar één type huis is. Wat een huis in wezen doet is jou ‘woondiensten’ bieden. Een woondienst mag je vergelijken met ‘grondopbrengsten’, ‘dividend’ uit de eerdere voorbeelden. Een huis biedt jou dus een hele reeks jaarlijkse woondiensten.

Wat wil je betalen voor die reeks woondiensten? Daarvoor kijk je naar de alternatieven. We hadden al de flauwe vooronderstelling gemaakt dat er geen belastingtrucs zijn en dat alle huizen identiek zijn (qua uiterlijk en ligging). Je kunt dus kiezen: een huis huren of een huis kopen. Als je een huis gaat huren dan is het simpel. Je bent dan kwijt: de som aan huurpenningen die je moet betalen voor je woondiensten over een hele reeks jaren. Een econoom zegt dan: je wilt voor je huis dan niet meer betalen dan diezelfde stroom aan huurpenningen die je bij huur kwijt zou zijn (rekening houdend met rente-verlies etc). De waarde van een huis is in dit simpele voorbeeld dus gelijk aan de stroom huurpenningen die je bespaart door het huis te kopen.

Residuele grondwaarde: Ricardo revisited

Nu terug naar de (residuele) grondwaarde. Stel nu dat er ineens krapte op de woningmarkt komt. Er komen meer jongeren op de markt of de economie zit in een hausse of iemand bedenkt een fiscale tegemoet koming etc. Huizen zullen dan zomaar meer waard gaan worden (ervan uitgaand dat er niet ook meteen meer huizen gebouwd kunnen of mogen worden).

Ricardo zei: als graan meer gaat opleveren dan gaat de prijs van grond omhoog. De speculanten zeggen in navolging van Ricardo: als de prijs van woningen omhoog gaat, dan wordt de waarde van mijn stukje grond hoger. De truc is dus om zo vroeg mogelijk agrarische grond op te kopen tegen lage prijzen en te speculeren op een verandering in bestemming of op toekomstige stijging van huizenprijzen.

Daar is jarenlang heel veel geld mee verdiend. Door speculanten, door projectontwikkelaars, maar ook door gemeenten en huizenbezitters. De keerzijde is natuurlijk dat naarmate je later instapt op deze trein je meer risico gaat lopen en hogere verliezen kunt realiseren. En dat is wat we de laatste 5 jaar of zo om ons heen zien gebeuren.

Rudy van Stratum

Eerder maakten we een infographic over het ontstaan van grondwaarde (zie voor ontstaan van deze infographic ook deze pagina).

grondwaarde variant groen-01

Afronding financiële denkfouten (4), infographic

We sluiten onze serie over financiële denkfouten voorlopig af. Rudy heeft alle denkfouten beschreven, samen hebben we geprobeerd daar meer structuur in aan te brengen. Ons uitgangspunt daarbij is vooral om iets te maken dat praktisch nut heeft. We hebben daarom gekozen om grofweg het proces te gebruiken dat je doorloopt bij een project. Ongeacht het doel en resultaat van zo’n project (iets bouwen, kopen, organiseren, afbreken etc.) hebben dit soort processen veel gemeen. Het begint bij een aanleiding en eindigt bij een succes of een mislukking. Daar tussenin vindt overleg plaats, voer je onderzoek uit en worden besluiten genomen.

Een interessante vraag is nu welke denkfouten we dreigen te maken bij al die stapjes die we doorlopen. In onze infographic hebben we de denkfouten gekoppeld aan deze stappen. Een kort citaat geeft weer hoe de denkfout zich kan uiten. Vervolgens een korte tip hoe hier mee om te gaan. De denkfouten hebben we ingedeeld in 5 categoriën:

  • Belangen
  • Feiten
  • Tijd
  • Vertrouwen
  • Hechting

Allemaal erg beknopt, maar daardoor wel op één a4 af te drukken.

denkfouten flow5-01Het was best een worsteling om tot deze infographic te komen. Denkfouten kort samenvatten, nadenken over een structuur en vervolgens alles in één plaatje zien te krijgen dat ook nog eens overzichtelijk is (dat kan overigens vast veel beter). Vandaag bij de afronding begon ik me toch af te vragen welke denkfouten ik zelf eigenlijk gemaakt heb bij het maken van deze infographic. Immers ook dit was een proces dat begon met een goed (zo niet briljant ;-)) idee en uiteindelijk tot een resultaat heeft geleid (succes of mislukking, dat moet nog blijken).  Ik kan er wel wat bedenken:

  • Wat waren eigenlijk de alternatieve paden? Nog maar eens een jaartje laten bezinken, iemand anders vragen het te doen, alleen de denkfouten op kaartjes zonder proces erbij (kleiner maken), helemaal niets doen (denkfout action bias) etc.
  • The sunk cost fallacy. Er is zoveel tijd in gaan zitten, er moet nu ook wel iets uitkomen. Het gaat er hier natuurlijk om regelmatig de vraag te stellen of verder gaan wel tot voldoende rendement leidt, kan je de tijd niet beter ergens anders in stoppen. Ongeacht het resultaat dat er nu ligt kon het natuurlijk geen kwaad deze vraag eens te stellen, heb ik dus niet gedaan. Hier speelt overigens ook nog het endownment effect, je gaat je erg hechten aan het project en het mogelijk geweldige resultaat, moeilijk om los te laten.
  • Misschien moeten we tot slot ook nog de availability bias en conformation bias noemen. Het boekje van Dobelli lag in de winkel, mooie aanleiding om iets mee te doen. Maar we zijn niet op zoek gegaan naar literatuur die hier anders over denkt.

Maar, uiteindelijk stel ik mezelf gerust met de wijze woorden van Rolf Dobelli aan het eind van zijn boek. Belangrijke besluiten vragen om het afvinken van mogelijke denkfouten (daarvoor hebben we nu dus deze infographic), bij al het overige moet je gewoon vertrouwen op je intuïtie en je niet te druk maken. Blijft de vraag over of het maken van de infographic nou wel of niet een belangrijk besluit was.

Stijn van Liefland

 

 

 

 

Afronding financiële denkfouten (1), wijn kopen

De laatste financiële denkfout wordt eind deze week door Rudy behandeld. Daarna gaan we de reeks afronden met een aantal artikelen waarin we het geheel samen vatten en praktische tips geven over de omgang met deze denkfouten. We zullen afsluiten met een infographic. Vooruitlopend daarop vandaag kort de behandeling van een advertentie die vorige week in de Volkskrant stond.

De advertentie prijst een wijn aan. De eerste keer dat ik deze advertentie zag staan (of een vergelijkbare, er zijn veel varianten), dacht ik interessant, niet duur, misschien leuk om deze wijn eens te proberen. Gelukkig waren we al bezig met onze serie over financiële denkfouten en kon ik mezelf behoeden voor een impulsaankoop. De advertentie maakt handig gebruik van allerlei denkfouten die mensen (en ik dus ook) regelmatig maken. We hebben de tekst geanalyseerd, de belangrijkste denkfouten aangegeven en een aantal vragen opgenomen die je jezelf zou moeten stellen om een verkeerd besluit (in dit geval een impulsaankoop) te voorkomen. Gelukkig hebben we het hier over de aankoop van een doos wijn, maar realiseer je dat ook bij grotere aankopen zoals energiesystemen en vastgoed dit soort denkfouten op de loer liggen.

denkfout wijn-01

Overigens maken we hier zelf natuurlijk ook weer een geweldige denkfout. We zeggen het niet met zoveel woorden, maar tussen de regels door wordt het duidelijk, koop deze wijn niet, je wordt belazerd. Maar is dat zo? Als iemand gebruik wil maken van denkfouten om wijn te verkopen (wat niet verboden is), dan zegt dat niets over de kwaliteit van de wijn. Uiteindelijk kan alleen nader onderzoek ons hierbij helpen. Kopen dus die wijn en laat ons dan even weten of het de moeite waard is.

Stijn van Liefland

 

Crowdfunding in de praktijk, afronding / infographic

We gaan ongetwijfeld nog wel eens over crowdfunding schrijven maar voorlopig ronden we de reeks af. Als afronding een infogrpahic die het verloop van een corwdfundingsproject laat zien. Voor een toelichting op verschillende onderdelen verwijs ik naar de eerdere artikelen.

Wat we met de infographic vooral willen laten zien is dat crowdfunding niet alleen het openen van een rekeningnummer is (of aanmelding bij een platform) en het versturen van een aantal mails. Crowdfunding is uiteindelijk gewoon een zakelijk activiteit, die vraagt om een goede keuze aan het begin, een gedegen voorbereiding en een goede uitvoering.

crowdfunding nieuw-01Stijn van Liefland

Financiering van landschap 6, welke verdienmogelijkheid past?

Na de grote klappers uit aflevering 5 vandaag een aflevering over de kleinere verdienmogelijkheden (kijk hier voor alle vorige afleveringen). Maar eerst nog even terugkijken op de vorige afleveringen en het vervolg. We krijgen op de site, via de mail en in gesprekken reacties op onze artikelen en zo ook over de reeks over groen en landschap. Zo af en toe geeft iemand aan dat we iets vergeten zijn of wellicht te snel een conclusie hebben getrokken. Nou streven wij niet naar het ultieme naslagwerk maar we willen dat wat we opschrijven wel zo goed mogelijk doen. Aan het einde van deze reeks willen met een soort samenvatting komen. Een beslisschema, een mindmap o.i.d., hoe het er precies uit gaat zien weten we zelf ook nog niet. Alle reacties, aanvullingen, kritiek etc. zijn daarom welkom en gaan we gebruiken voor dit laatste eindplaatje. Zover is het echter nog niet, dus terug naar de verdienmogelijkheden.

Het is best lastig iets zinnigs te zeggen over de kleinere verdienmogelijkheden, wat is de kern, is er een patroon te vinden, kan je iets zinnigs zeggen over de toepassing? Uiteindelijk hebben we er voor gekozen om alle verdienmogelijkheden in een grote tabel te zetten en op een aantal dimensies te scoren om vervolgens te kijken of er een onderscheid te maken valt. Deze hebben we vervolgens vertaald in een beslisboom die uit moet wijzen waar welke verdienmogelijkheid het beste past. Dit allemaal op basis van ons gezond verstand, onze ervaring en literatuur maar niet op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek. Wat valt op:

  • Vrijwel alle verdienmogelijkheden hebben bijkomende kosten en risico’s. Soms zijn de risico’s financieel, maar ook andere risico’s zoals bijvoorbeeld een slecht imago (bijv. a.g.v. jacht) zijn van belang. Voor wat betreft de kosten, die gaan vaak voor de baten uit. Een goede kosten baten analyse is dus essentieel waarbij ook aandacht gegeven moet worden aan  een worst case scenario.
  • Verdienmogelijkheden hebben zelden een positief effect op de doelstellingen (meer natuurwaarde, mooi landschap) waarbij opgemerkt moet worden dat veel verdienmogelijkheden ook niet strijdig zijn. Tegelijk, als je maar genoeg verdient kan je dat natuurlijk weer  besteden om je doelen dichterbij te brengen.
  • Onderscheidend voor de verdienmogelijkheden is vooral, het aanbod aan groen in een regio (groen schaars vs. groen niet schaars), het aantal bezoekers en het al dan niet ter discussie stellen van natuurdoelen.
  • Risico’s zijn al eerder genoemd. Voor een aantal mogelijkheden geldt weliswaar dat deze risico’s er zijn, maar dat deze alleen in de plan en realisatiefase van belang zijn. Het bouwen en verkopen van woningen is een risicovolle activiteit. Na verkoop zijn de risico’s op langere termijn echter gering.

Al met al heeft dit geleid tot de volgende beslisboom. De tabel die we gemaakt hebben is hier te downloaden. We zijn benieuwd naar reacties en aanvullingen om zowel beslisboom als tabel te verbeteren.

 

 

Wie verdient er aan bouwgrond?

In opdracht van InnovatieNetwerk hebben we een infographic gemaakt over wie er aan bouwgrond verdient. Het is gebaseerd op het ‘oude verdienmodel’ waarin de grondprijs van agrarische bestemming tot aan de definitieve eindprijs voor de woningkoper vele malen over de kop gaat. Centraal hierbij staat het veel gebruikte maar ook lastige begrip ‘residuele grondwaarde’.

Het is de bedoeling dat de infographic later ook dienst kan doen om verschillende scenario’s te illustreren. Denk daarbij aan vragen als ‘wat gebeurt er als de verwachte verkoopprijs van woningen daalt?’ en ‘hoe kan de ruimtelijke kwaliteit worden geborgd als het oude verdienmodel niet langer meer opgaat?’.

grondwaarde variant groen-01

De infographic is ook te vinden op de site van InnovatieNetwerk:
infographic wie verdient er aan bouwgrond InnovatieNetwerk

Beslisboom Slimme Financiering

Al vanaf de start van deze site proberen we onze gedachten over slimme financiering te structureren en te visualiseren. Daarmee willen we duidelijk maken hoe een beslissing over financiering genomen wordt. Welke logische stappen zijn er te onderscheiden? Welke vragen zijn van belang? Wat zijn cruciale momenten in zo’n proces?

In de zoektocht naar een duidelijke, eenvoudige en begrijpelijke structuur vandaag een nieuwe versie. Het past op één A4 en is daarmee erg beknopt, maar geeft tegelijk wel de kern weer. Een toelichting is in diverse artikelen te vinden. Ik noem enkele:

Wij komen een en ander graag bij U toelichten.

Stijn van Liefland

De slag om Nederland aflevering 6: winkelcentra

Weer een boeiende aflevering van ‘De slag om Nederland’ (20-2-2012/VPRO). Ditmaal over het grote oppervlak dat Nederland heeft aan grote eenvormige winkelcentra waarin voornamelijk de bekende en grote winkelketens zitten. Probleem is hoge vierkante meter prijzen (huren van € 800 tot zelfs meer dan € 1200 per meter per jaar), verdwijnen van kleinere zelfstandige winkels, onafhankelijk van de locatie eenzelfde eenvormige aanblik en aanbod en sinds een aantal jaren leegstand.

Ik vind de aflevering interessant omdat we hier wederom met een paradox te maken hebben. Niemand lijkt het te willen (anonieme shopping malls) maar toch komen ze er. Iedereen lijkt in te zien dat het fout gaat, toch gaan we gewoon door met bouwen. Deze aflevering heeft overeenkomsten met de eerste aflevering over KPMG en het ontstaan van leegstand op de kantorenmarkt. Toch wordt in deze aflevering die parallel niet getrokken en blijft ook de verklaring van het ontstaan van de ongewenste situatie onderbelicht.

Het is een complex onderwerp en er is al veel over geschreven. Dus ik heb niet de pretentie het hele verhaal te snappen. Maar ik zie een aantal verklarende elementen (of fasen, hoewel ze in de tijd niet achter elkaar hoeven te komen). Lees verder

Verdienmogelijkheden, samenvatting

De afgelopen weken heeft Rudy van Stratum de 29 verdienmogelijkheden uit het boekje Nederland Boven Water besproken. 29, dat is nogal wat, welke is nu handig om te gebruiken? Wat zijn de verschillen? welke zijn voor mij toepasbaar? Kijk hier voor een overzicht van alle verdienmogelijkheden. Ik heb geprobeerd wat structuur aan te brengen in de verdienmogelijkheden. Na alles nog eens door te lezen, te bellen en mailen met Rudy ben ik tot de volgende conclusies gekomen:

  • Het zijn niet allemaal verdienmodellen. Een eerste onderscheid dat ik wil maken is mogelijkheden om geld te verdienen en mogelijkheden om geld bij elkaar te krijgen. Dat is een wezenlijk verschil. Gebiedsaandelen bijvoorbeeld is een mooie constructie, maar het is niet zo dat je iets in het gebied doet waardoor je extra geld verdient. Ik zie het als een methode om geld bij elkaar te harken. Maar als er geen kwaliteiten zijn in het gebied, of ik voeg geen kwaliteiten toe, dan valt er niets te verdienen en werken die aandelen niet. Dus, eerst een plan om wat te verdienen, dan een plan om het geld te innen.
  • De verdienmogelijkheden zelf komen allemaal neer op meer inkomsten genereren of zorgen voor minder uitgaven. Heel logisch, ik kan me geen andere mogelijkheid voorstellen.
  • Meer inkomsten krijg je door iets met de kwaliteiten in het gebied te doen. Je kunt ze bijvoorbeeld oogsten (Delfstoffen, energie etc.) en verkopen. Bij gebiedsontwikkeling kunnen ook kwaliteiten toegevoegd worden en, als je dat goed doet, levert dat extra rendement op. Dat rendement kan financieel zijn (echte euro’s) of maatschappelijk (we voelen ons gelukkiger, zijn minder vaak ziek, kunnen sneller van a naar b etc.). Ook maascthappelijk rendement zou ik weer kunnen vertalen in euro’s, maar dat is vaak erg lastig en dan moet je ze ook nog echt zien te verdienen.
  • Minder uitgaven krijg je door efficiënter te werken. Meer samenwerking, project beter doordenken etc.

Op basis van deze conclusies heb ik een indeling gemaakt  in 5 categoriën (zie bijgevoegde afbeelding).

Lees verder