Tag archieven: dynamiek

Debunking economics (volgens Steve Keen) (MMM13)

Via de site van ‘Rethinking economics’ ontdekte ik het (gratis te downloaden) boek van economie-debunker Steve Keen. Keen is iemand die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om de strijd aan te gaan met het in zijn ogen beperkte en gevaarlijke gedachtegoed van de neoklassieke economen. Het boek ‘Debunking economics’ heeft inmiddels meerdere edities en aanpassingen ondergaan (zover ik weet dateert de eerste versie van 2001 en de laatste van 2011). Niet een heel makkelijk boek om tot je te nemen maar in mijn ogen wel een relevant boek dat voor economen verplicht kost is. Over betere economie.

Het is ondoenlijk het boek van Keen (met meer dan 50 pagina’s literatuurverwijzingen achterin) recht te doen in een blog. Ik haal alleen wat krenten uit de pap. Ik maak een paar ‘headertjes’ om structuur aan te brengen:

  • Wat is de kern van de neoklassieke economie?
  • Nou en? Wat is daar mis mee?
  • Waarom doen de neoklassieken wat ze doen?
  • Is er een alternatief? Hoe kan het ook.
  • Is er een overeenkomst met wat wij hier doen op ‘slimmefinanciering’?

Wat is de kern van de neoklassieke economie?

Met economie wordt hier bedoeld wat economen in economische tijdschriften publiceren. Economische tijdschriften zijn tijdschriften die door economen in officiële lijsten belangrijk worden gevonden. Daar waar je moet publiceren om punten te halen om hoogleraar te kunnen worden en blijven. Een artikel krijg je alleen gepubliceerd via ‘peer-review’. Dat betekent dat je artikel de toets der kritiek moet doorstaan van je collega economen die (ook) in hoge tijdschriften publiceren.

Er zijn vele manieren om economie te bedrijven. Maar sinds ongeveer de jaren 50 is in die tijdschriften die ertoe doen een specifieke vorm van economie bedrijven leidend en dominant. Die vorm van economie bedrijven staat bekend onder de naam ‘neoklassieke’ economie. Natuurlijk zijn er ook andere vormen van economie bedrijven maar de bijbehorende beoefenaren en tijdschriften zitten aan de ‘rand van het wetenschappelijke spectrum’. De tijdschriften scoren niet hoog, de beoefenaren worden niet altijd serieus genomen en de visies en standpunten komen in de regel niet terecht in de leerboeken economie. Laten we zeggen dat 90% van ‘economie die ertoe doet’ wordt bepaald (gedomineerd zou Keen zeggen) door die neoklassieke economen.

Hoe gaan die neoklassieke economen te werk? Ik heb dat in onderstaand schema duidelijk proberen te maken (( Een model van een model dus … )) :

betere economie - 1Economen werken graag met modellen. Een model is een verzameling van wiskundige vergelijkingen die gevoed worden door een aantal centrale uitgangspunten of vooronderstellingen of assumpties. Die vooronderstellingen kun je vrij kiezen en variëren maar kenmerkend aan neoklassieke economie is dat ze een vast en redelijk onaantastbaar onderdeel van de beoefening zijn. Waar komen die assumpties vandaan? Dat is meteen de kern van de kritiek van Keen: ze komen niet uit empirische waarnemingen. Ze zijn gewoon … ja wat zal ik zeggen … logisch? waar? evident? Keen noemt het ongemotiveerd vasthouden aan die set vooronderstellingen een ideologie, een set van geloofsovertuigingen. In het model met vergelijkingen wordt vervolgens lekker gerekend. En aan het einde van de rit, na het substitueren (of rekenen), komen er wiskundige stellingen (of bij numerieke simulatie: getallen) tevoorschijn.

Belangrijkste kritiekpunt is dat de assumpties niet onderbouwd zijn en ondertussen toch de conclusies bepalen. Flauw zou je kunnen zeggen: je krijgt er uit wat je er in stopt. Je stopt er iets in dat wat je ‘gelooft’ en dan krijg je er dus dingen uit die je graag ‘wilt’. Op zich misschien niks mis mee want het is een check op de interne logica van je geloofsovertuigingen. Maar wat er wél mis mee is: het wordt gebracht als wetenschap (dus ‘waar’) en de conclusies worden gebruikt om onze echte wereld in te richten en te veranderen.

Ik heb wat cruciale vooronderstellingen van de neoklassieken in het schema gezet. Individuele agenten zijn rationeel, hebben de beschikking over alle relevante informatie, en streven naar nuts- en winstmaximalisatie. De markten zorgen voor automatische evenwichten waarbij alles wat gevraagd wordt ook wordt aangeboden (meestal door prijsaanpassing). Geld en schuld spelen geen wezenlijke rol, ze zijn zoals economen dat noemen ‘neutraal’. Agenten doen hun rationele calculaties in redelijke isolatie dus van onderling overleg of interactie is geen sprake. Keen stelt daarom dat macro-economie (de uitkomsten van iedereen bij elkaar) een subtak is geworden van de micro-economie (de uitkomsten van een ieder). Economen noemen dat het aggregatie-vraagstuk: neoklassieken doen dat simpel door aan te nemen dat het totaal de optelsom is van de losse individuen (vandaar de term ‘representatieve agent’).

In het model wordt aangetoond hoe het evenwicht er uit ziet. Economen werken graag en veel met zogenaamde lineaire vergelijkingen en bestuderen het ene evenwicht ten opzichte van het andere evenwicht. In het eventuele tussenliggende tijdspad (de zogenaamde aanpassing van oude naar nieuwe toestand) zijn ze niet wezenlijk geïnteresseerd. Omdat evenwichten snel en moeiteloos tot stand komen speelt de factor tijd nauwelijks een rol in de modellen. Economen spreken van ‘comparatieve statica’.

Het is niet verwonderlijk dat de uitkomsten van de modellen aantonen dat de markt zijn werk doet, dat dat het beste is voor iedereen, een beter resultaat kun je niet bereiken. Daarom is ingrijpen (door de overheid bijvoorbeeld) onwenselijk en verstorend. Laat ondernemers hun werk doen en consumenten in hun wijsheid beslissen wat ze willen kopen en blijf er verder vanaf. ((Tijdens het schrijven van dit artikel kwam ik dit tegen over een andere manier om onze welvaart en groei te meten (niet geld of spullen maar oplossingen als indicator). Hierin wordt ook een beeld geschetst van wat het neoklassieke wereldbeeld van economen inhoudt.))

Nou en? Wat is daar mis mee?

Nou prima toch, laat die lui lekker pielen met hun modelletjes en zichzelf belangrijk vinden op die instituten! Punt is dat dit gedachtegoed verspreid wordt en hele generaties (studenten, maar later dus ook politici, journalisten etc) beïnvloedt en leidend gaat zijn in de inrichting van onze maatschappij.  Neoklassieke economen zijn belangrijke adviseurs van beleidsmakers, ministers en presidenten. Daarom moeten voorheen publieke bedrijven ‘naar de markt’: want ondernemers weten veel beter wat consumenten willen dan overheden (wetenschappelijk bewezen immers). Een ideologie wordt verkocht als wetenschappelijk bewijs.

Een ander punt is dat problemen die we ‘in het echt’ meemaken niet worden gezien en niet worden voorzien. De economische crisis vanaf 2008 hebben neoklassieke economen niet zien aankomen. Eigenlijk, zo wordt wel gezegd, is het ook geen crisis, het is een tijdelijke situatie die zich snel zal herstellen, op weg naar een nieuw evenwicht. En de crisis (als die al zo mag heten) is ontstaan door verstoringen van buitenaf, juist een bewijs dus dat je er met je tengels vanaf moet blijven. Keen stelt dat er gewaarschuwd is voor de huidige crisis (de Nederlander Bezemer heeft hier onderzoek naar gedaan) en dat neoklassieken blind zijn geweest voor wat er onvermijdelijk zat aan te komen.

Het ontbreekt bij een vaste set aan aannames (lees: ideologie) dus aan een intrinsieke verwondering, er is geen behoefte meer om de fenomenen om ons heen te verklaren. Geen nieuwsgierigheid  om de wereld beter te begrijpen. Elke inbreuk op de set eigen overtuigingen wordt gepareerd met een verdediging. Hieronder heb ik de dynamiek van verdediging in een plaatje gezet:betere economie - 2

Er is dus een set aannames die belangrijk zijn voor de neoklassieken (later meer over waarom dit zo is). Er doet zich een verschijnsel voor in de werkelijkheid dat niet strookt met de modellen en conclusies van de neoklassieken. Er treedt een mechanisme van verdediging en/of ontkenning in werking. Afwijkende geluiden komen niet in de tijdschriften die ertoe doen. Reparaties of verklaringen die (nog steeds) passen in het eigen wereldmodel wél. Vervolgens worden periodiek leerboeken gemaakt en opleidingen verzorgd, allemaal in de traditie van de leading ideologie. Generaties studenten worden opgeleid met dit gedachtegoed. De originele artikelen worden niet gelezen, laat staan dat de context en/of de (historische) alternatieven aan bod komen. Zo blijft de bestaande set vooronderstellingen door de tijd en door de generaties onaangetast.

Waarom doen de neoklassieken wat ze doen?

De vraag die voortdurend bij mij opkomt tijdens het lezen van Keen’s boek is: stel nou dat ie gelijk heeft (en die club neoklassieken inderdaad een min of meer gesloten bastion vormen), waarom doen ze dan wat ze doen? Waarom is het zo hardnekkig? Het gaat hier toch om meer dan gemiddeld slimme mensen die toch ook de krant lezen en zo?

Keen gaat hier niet heel expliciet op in. Door de tekst heen zijn wel wat vermoedens te vinden. Ik heb die bij elkaar gescharreld en er enkele eigen vermoedens bij gezet in een mindmap (( Zie een eerdere serie blogs hier op de site waarin ik met vergelijkbare ideeën kom. ))

Om te beginnen kan het een esthetische kwestie zijn. Als een economie netjes op zijn pootjes terecht komt (in een evenwicht) en dat gaat helemaal vanzelf, dan heeft dat iets gracieus. Je ziet de natuur aan het werk (en dan is het goed, zonder menselijk ingrijpen). Adam Smith en de metafoor van ’the invisible hand’ is niet voor niets zo beroemd geworden.

Dan is een overweging dat de ruwe werkelijkheid zich niet zo makkelijk laat pakken in een wiskundig model. En economen zijn ondertussen dol op wiskunde omdat dat het vak de rigueur geeft van een echte wetenschap zoals de natuurkunde. Wiskunde is dus verplicht (onderscheidt je ook van de gewone man) en dan ontkom je niet aan een sterke simplificatie van de werkelijkheid. Het aggregatievraagstuk indien sprake is van meerdere anders handelende actoren is wiskundig hopeloos ingewikkeld. (( Keen beweert overigens dat die neoklassieken die zo hoog opgeven over hun wiskundige kwaliteiten bij echte wiskundigen door de mand vallen. De wiskunde is vaak verouderd en is jarenlang binnen de groep economen zelf gebruikt en een eigen leven gaan leiden. Keen vergelijkt het ergens met een emigrant die in het buitenland zijn eigen taal blijft spreken. Na jaren is dan de eigen taal helemaal verbasterd en afwijkend van wat de ’thuisblijvers’ inmiddels spreken. ))

Zouden belangen een rol kunnen spelen? Misschien is het een complot van wetenschap en gevestigde orde tegen de domme massa? De conclusies en aanbevelingen pakken inderdaad vaak gunstig uit voor de partijen die het al goed doen (de gevestigde orde, de rijken, vul zelf maar in). Keen ziet dat argument niet zo zitten. De meeste wetenschappers doen hun best en hebben de beste intenties. Als het eigenbelang echt zo belangrijk is dan hadden ze wel een ander beroep (dan wetenschapper / onderzoeker) gekozen immers. Economen hebben in die zin een belang bij het vasthouden aan de ideologie dat dat de kortste weg is om hoogleraar of beleidsadviseur te worden, dat dan weer wel.

Aan de linkerkant van de mindmap staat een aantal mogelijke denkfouten waar ook economen ‘last’ van zouden kunnen hebben. Door de opleiding en de leerboeken ga je op den duur geloven wat er staat. Iedereen doet het, dus zal het wel goed zijn. De professor vertelt het dus moet het ook waar zijn. Een mooi voorbeeld van group think waarbij tegengeluiden ongewenst zijn en op den duur verstommen. Of wat te denken van ‘loss aversion’? Jarenlang heb je beweerd dat de economie vanzelf op zijn pootjes terecht komt en dan komt er ineens een grote crisis. Dan is het logisch dat je niet meteen alles overboord gooit maar eerst kijkt hoe je je ‘investering’ overeind kunt houden. Of, tenslotte, misschien speelt het winnaarseffect? Je krijgt je artikelen gepubliceerd en je wordt hoogleraar: dan ga je ook vanzelf geloven dat wat jij opschrijft goed en waar is. Je wordt arrogant en je sensitiviteit naar wat er om je heen gebeurt neemt als vanzelf af.

Eigenlijk best logisch dus. Het is een soort economie van de economen. Ik zou het ook zo doen als ik in die groep zat.

betere economie - 3

Is er een alternatief? Hoe kan het ook?

De boodschap van Keen is wel duidelijk: deze situatie (van de dominantie van deze club economen) is ongewenst en schadelijk. Hoe moet het dan wél? Kan het ook anders?

Dat antwoord valt uiteen in twee delen. Op de eerste plaats zijn de neoklassieken niet altijd zo dominant geweest. Eerst had je bijvoorbeeld de ‘klassieken’ (zo tussen 1880 en 1935) die dominant waren in de wetenschapsbeoefening. En toen kwam de eerste grote crisis van de jaren 30 en kwam Keynes met zijn ‘General theory’. Sommigen stellen dat (de theorie van) Keynes zo tussen 1940 en 1970 de dienst uitmaakte. Keynes was geïnspireerd door de crisis, had oog voor onzekerheid en risico (onvolledige informatie) en gaf ‘onevenwicht’ een plek. Anderen stellen dat Keynes vrij snel door de klassieken werd ingekapseld als een bijzonder geval (een tijdelijke situatie, een uitzondering). Hoe dan ook blijkt een bastion niet helemaal ongevoelig voor (grote) invloeden van buiten te zijn geweest. Dus wie weet is de huidige crisis wederom een uitgelezen moment om de koers om te gooien en de ideologie ter discussie te stellen?

Het andere antwoord is dat er ondertussen meerdere stromingen zijn die zoetjesaan serieuzer genomen worden. Keen bespreekt in een apart hoofdstuk een stuk of vijf economische scholen die in zijn ogen vorderingen maken. Nee, het alternatief is niet het (post-, neo-) Marxisme. Ook het Marxisme vertrekt vanuit een ideologisch bastion waar nauwelijks discussie over mogelijk is. Inmiddels bemoeien échte wiskundigen en natuurkundigen zich ook met de economie. Inmiddels hebben we ook de beschikking over krachtige computers en kunnen we complexe dynamieken veel beter simuleren. Ook deze benaderingen hebben zo weer hun eigen voor- en nadelen. Per saldo laat Keen het in het midden of en hoe de economie als wetenschap zich verder zal ontwikkelen. Duidelijk is wel dat WIJ (burgers, lezers, consumenten) hier ook een belangrijke rol kunnen vervullen. We moeten in ieder geval diverser onderwijs eisen en pluriformiteit afdwingen (gelooft ie toch in de soevereine consument?).

Wat vindt Keen zelf eigenlijk? Wat verwacht hij van een econoom en/of een goed model? (mijn interpretatie obv het boek)

  • De assumpties moeten zijn gebaseerd op de werkelijkheid of empirie.
  • De assumpties moeten open staan voor discussie en verbetering.
  • Het model moet zijn ingegeven door nieuwsgierigheid over actuele vraagstukken.
  • Het model moet ruimte laten aan onevenwichtigheden.
  • Tijd en onzekerheid hebben een plek (dynamiek).
  • Ruimte voor gekromde vergelijkingen (ipv lineaire relaties). Meer aandacht voor betere/complexere wiskunde.
  • Serieuze aggregatie van micro naar macro. De som is meer dan de optelling van de delen.
  • Geen representatieve agenten maar introductie van meerdere ‘klassen’ met elk hun eigen gedrag.
  • Expliciete aandacht voor de (niet-neutrale) rol van geld, schuld en banken.

Opvallend vind ik daarbij dat Keen vasthoudt aan de veronderstelling van rationaliteit. Ergens merkt hij op dat economisch gedrag niet altijd rationeel is maar dat dat meer het domein is van de psychologie. Daarbij lijkt hij uit te sluiten dat de recentere inzichten uit de denkfoutenliteratuur en de behavorial economics (o.a. Kahneman, nudges-literatuur) tot het arsenaal van de modellerende econoom moet behoren. (( Overigens zie ik dat zelf ook niet als een probleem. Het ligt er maar helemaal aan hoe je rationaliteit definieert. Ik ga daar hieronder nog op in. )) Verder merk ik op dat er wel degelijk serieus is gemodelleerd met rationele onevenwichtigheidsmodellen (gebaseerd op wiskunde uit de gloriejaren van de ruimtevaart) al vanaf medio jaren 80. Af en toe in serieuze tijdschriften, maar ik geef toe (ook op basis van eigen ervaring) dat het nooit tot de kern is doorgedrongen. Mijn (sterk verouderde) ervaring met complexe simulatiemodellen (dat is waar je dan bijna onvermijdelijk op uit komt) is dat het lastig is tot robuuste uitkomsten te komen die praktische betekenis hebben (kleine veranderingen aan de voorkant leiden soms tot volstrekt andere conclusies, niet echt handig natuurlijk).

Ik kan dit pleidooi om ons los te weken van de te beperkte manier van neoklassieke economiebeoefening alleen maar een warm hart toedragen. Ik ben dus voor, het vak moet op de schop, meer discussie, meer pluriformiteit, meer aandacht voor de actualiteit en nieuwsgierigheid. Het meest essentiële onderdeel van het betoog van Keen vind ik dat banken (en geld- en schuldcreatie) veel en veel meer serieuze aandacht verdienen in de modellen. Zonder banken en de bijbehorende zogenaamde Ponzi-games die ze met bedrijven en consumenten spelen, zullen we de grote crisis van 2008 niet in de vingers krijgen. Een kenmerkende passage uit het boek vind ik in dit verband:

betere economie - 5

Jammer dat Keen niet een (nog) groter deel van zijn boek aan banken en het ontstaan van de crisis heeft besteed (( Ik ben me ervan bewust dat Keen over dit onderwerp een nieuw boek aan het schrijven is en er een hele site aan heeft gewijd, maar daar ben ik nog niet aan toegekomen. )) Ruim een derde van het boek gaat nu over wat Keen noemt wiskundige fouten en logische inconsistenties die hij bij de neoklassieken heeft ontdekt. Ik kan Keen op die punten (denk ik) wel volgen maar zie ook hoe de neoklassieken dat niet als fouten of inconsistenties zullen ervaren. De discussie is voor deze bespreking te technisch maar volgens mij is wat Keen in dat deel van het boek doet minder relevant voor onze inzichten in het ontstaan van de economische crises.

Samenvattend: wat mij betreft een relevant en niet te missen boek over de staat van de economische wetenschap (en over hoe het anders/beter moet).

Wat is de relatie met ‘slimme financiering’?

Ik wil tenslotte nog een verband leggen tussen het pleidooi van Keen (de nieuwe manier van economie-beoefening) en wat wij hier op ‘slimme financiering’ doen. Natuurlijk: wij maken hier geen economische modellen (( Hoewel ik hier een klein modelletje heb staan, dat overigens nog een vervolg behoeft …. )) . Maar de rode draad op deze site is toch (ook) een economische. Kernvraag daarbij is: doe ik er goed aan dit project wel/niet uit te voeren? Ik noem enkele mogelijke overeenkomsten met wat Keen voorstaat (en verafschuwt in de neoklassieke benadering):

  • De kern van onze aanpak ligt bij de zogenaamde beslisboom. Wij gaan daarbij in eerste ronde uit van rationele beslissers. Een rationele beslisser wil zeggen: wil met minimale middelen zijn doel bereiken. Je moet natuurlijk wel eerst weten wat je doel is en welke middelen tot je beschikking staan. En je middelen zijn niet beperkt tot geld en Euro’s, maar zijn ook tijd, arbeid, aandacht. Net als Keen houden ook wij vast aan rationaliteit als ordenend principe.
  • Wij gaan echter niet uit van volledige informatie die iedereen tot zijn of haar beschikking heeft. Informatie en tijd zijn schaars. We nemen dus in onze beslisboom mee van welke verborgen kosten (en opbrengsten) mogelijk sprake is. Denk aan transactiekosten, overlegkosten etc.
  • Wij gaan niet uit van representatieve agenten. Iedereen heeft een andere context, een ander belang, andere informatie, een andere perceptie etc. Dat betekent dat wij in het analyseren van een beslissing ook kijken naar welke andere spelers betrokken zijn. Het ‘model’ van de andere spelers kun je ontdekken door het spelen van een simulatie waarin je expliciet de rol van de ander inneemt en zijn denkwereld verkent (zie bijvoorbeeld ‘ritual dissent’ en de Disney-strategie). Hierbij wordt al snel duidelijk dat jouw acties gevolgen hebben voor de ander en vice versa. We spreken hier ook wel van het fuseren van belangen.
  • Vanzelfsprekend krijgen de elementen ’tijd’ (dynamiek) en ‘onevenwicht’ in deze discussies een reële plek.
  • We zouden hier op kunnen houden. Eigenlijk is dat wat Keen voor de economische modellen bepleit.
  • Onze ervaring met projecten en samenwerkingsverbanden is echter dat er nog meer speelt. We bouwen daarom nog twee rondes in. De eerste ronde ‘bovenop de rationaliteit’ is het verkennen van de bekende denkfouten. Wat mij betreft is de analyse van de economische wetenschappers als ‘stam met rituelen’ een mooi voorbeeld van hoe het in de praktijk werkt: prestige, status, gemakzucht, behoudzucht, toeval, gewoontes, opkijken naar de baas, tunnelvisie, wederkerigheid, verliesaversie …. het kan allemaal een rol spelen. Zie de checklist ‘denkfouten’ die we naast de ‘beslisboom’ als tool gebruiken.
  • Een tweede ronde bestaat uit het kijken naar wat er alsdan op tafel ligt vanuit een systeemblik. We kijken vanaf enige afstand (met de blik van een nieuwsgierige buitenstaander) naar de dynamiek (ongewenste uitkomsten van het systeem) die mogelijk is ontstaan. Dit onderdeel staat nog in de kinderschoenen en een echte tool of stappen plan hebben we nog niet beschikbaar. Maar schetsen zoals te vinden bij de blog over de ZZP’er, over de banken of over Shell zijn voorbeelden van hoe dat kan werken.

Hopelijk zal duidelijk zijn dat de stappen hierboven wat kunstmatig uit elkaar zijn getrokken. Lang niet altijd hoeven of kunnen die stappen zo systematisch te worden afgewerkt. Stijn vergelijkt het met het afpellen van een ui. Soms moet je na het afpellen van een laagje huilen en stop je (even) met afpellen. Soms is het ook irritant om alles af te pellen. Een samenvattend overzicht van onze werkwijze slimme financiering zoals we die de afgelopen jaren hebben ontwikkeld is hieronder gevisualiseerd:

betere economie - 6

Rudy van Stratum

 

Andere relevante blogs eerder verschenen:

Bankencrisis verklaard door ex-bankier (MMM12)

Vorige week las ik een interessante bijdrage in de Volkskrant over het ontstaan van de bankencrisis (zie hier het volledige stuk op de site van Sezen). Nu hebben we inmiddels tientallen verklaringen voor het ontstaan van de crisis, maar deze is om minstens twee redenen interessant:

  • De schrijver is ex-bankier en heeft zo’n 25 jaar in en rond de top van de Rabo-organisatie gewerkt. Wim van Dinten heeft dus een kijkje in de keuken gehad en dicht bij het vuur gestaan. Een blik van binnenuit dus.
  • Veel verklaringen leggen het accent op de techniek van bankieren en regelgeving. De crisis is in die verklaringen ontstaan door de toenemende vrijheid die banken kregen in combinatie met de opkomst van ict en complexe producten (verpakte hypotheken, ‘kwants’ en zo verder). Je zou de recente film ‘The big short’ ook in deze laatste categorie kunnen indelen (met name het eerste deel van de film). De verklaring van Van Dinten legt het accent meer op een andere moraliteit en daaruit volgend ander gedrag.

De opstart

Het is maar een kort artikel dus zelf lezen heeft de voorkeur. Ik volg het artikel zoveel mogelijk en probeer tot een systeemdiagram te komen.

Het begint volgens Van Dinten ergens rond 1988 toen het boek ‘Breaking up the bank’ verscheen. Hierin werd, conform de nieuwste economische inzichten, uit de doeken gedaan hoe je als bank meer kon verdienen door de bank op te splitsen in losse delen. McKinsey stuurde dat boek op naar haar klanten om de mogelijkheden van dit nieuwe ‘verdienmodel’ met de top van de banken te bespreken. De banken hadden wel oren naar dit nieuwe model en er brak een fase aan van implementatie.

Bij de implementatie (na het opsplitsen) werden de verschillende nieuwe business-units elk verantwoordelijk voor het maximaliseren van hun winsten. Er werd gestuurd op cijfers en economische rationaliteiten. En het nieuwe model bleek uitstekend te werken. In de jaren daarna explodeerden de winsten van banken. Aan de zijlijn gaf de grote toezichthouder en regelgever Alan Greenspan goedkeurende knikjes (en/of loftuitingen): ja, dit is een prima model, eigenbelang is goed.

Ik vat deze opstarthistorie samen met:

    • Focus door managers op eigenbelang en maximale winst.
    • Rationele sturing (nieuwe economische technieken gebaseerd op spreadsheets en scorecards) op financiële resultaten.

 

ScreenShot148

De stand van de economische wetenschap speelt hier dus een belangrijke rol. Eerder schreven we al over de ideologie van de vrije markt die nauw verweven is met wat economen in hun boeken en tijdschriften publiceren.

De cirkel

Maar dit is slechts de opstart (de aanleiding, de historie). Hoe ziet de zichzelf versterkende cirkel (de dynamiek waar we naar op zoek zijn) er uit? Een kleine ‘loop’ hadden we al te pakken: de belangrijke toezichthouder die de banken complimenteert met hun gedrag en bijpassende resultaten. Het succes is dermate groot dat (bewust of onbewust) het idee ontstaat dat de mensen in de omgeving (de leefwereld) er niet meer zo toe doen. Althans, het is niet de business van de bank, dat is puur die maximale winst. Moraliteit (of het wel ‘klopt’ wat je doet) wordt zoetjesaan een ouderwets en stoffig begrip.

Het gedachtegoed van de economen en bankiers grijpt als een virus om zich heen. Het lijkt of er sprake is van ‘groupthink’ want ook journalisten, politici en zelfs burgers en consumenten gaan in deze nieuwe wereld van eigenbelang en rationaliteit mee. Gevolg is dat er geen tegengeluid en weerwoord meer is. Banken krijgen vrij spel om nieuwe producten te ontwikkelen waarbij geldt ‘zolang het niet verboden is mag het’. Van Dinten spreekt over het aansmeren van nieuwe producten. Managers en medewerkers moeten immers hun targets halen. De klant staat centraal maar vooral als middel om de eigen doelstelling te halen.

Uiteindelijk (zie The Big Short en vele vele artikelen) ontploft de boel na een aantal jaren en is vanaf 2007-2008 sprake van een internationale economische crisis met vele slachtoffers. De dynamiek wordt nu versterkt door de toezichthouders die reageren met meer toezicht en meer regels. Met andere woorden: het gedrag en het sturingsmodel worden niet ter discussie gesteld. Het is niet het gebrek aan moraliteit en/of de rationaliteit van targets die het probleem vormen. We hebben gewoon niet goed opgelet en te weinig kaders en regels gesteld. ‘Meer regels’ past met andere woorden prima in dezelfde wereldoriëntatie (van bankiers/economen) maar nu van toepassing op de toezichthouders. Ook de operatie van toezichthouders is immers gebaseerd op economisch rationele stuurmodellen en targets (de targets zijn ditmaal niet maximale winst maar maximale pakkans of minimale overschrijding van de regels oid). (( Vergelijk het met een medewerker die steeds te laat komt. De manager heeft het gehad met deze medewerker. Nog één keer te laat en je krijgt een boete! Nog een keer te laat en je wordt ontslagen. De manager wordt afgerekend op het aantal medewerkers dat op tijd komt. De medewerker raakt (nog meer) gedemotiveerd, wordt minder productief en het wordt van kwaad tot erger. In een andere wereldoriëntatie zou de manager het gesprek met de medewerker aangaan. Speelt er iets? Kan het bedrijf ergens faciliteren? Welke afspraken maken we met elkaar? ))

 

ScreenShot165

De grotere dynamiek

We kunnen de twee delen (opstart en cirkel) nu samenvoegen en de grotere dynamiek gaan bekijken.

Zonder volledig te willen zijn spelen heb ik nog enkele feedbackloops aangebracht:

  • Journalisten en politici kunnen ná het spatten van de crisis een tegengeluid laten horen (waardoor aansmeren nieuwe producten moeilijker wordt, zie Radar-uitzendingen).
  • Na het barsten van de bubble kunnen er scheuren komen in de bestaande wereldoriëntatie en/of kan de economische wetenschap andere modellen verkennen.
  • Zolang de winsten blijven stijgen (ondanks eventuele crises) is er juist een bevestiging van de huidige wereldoriëntatie.

 

ScreenShot153

 

De kern van het betoog van Van Dinten is dus dat zolang we eigenbelang en sturing op cijfers (zonder context) de gewoonste zaak van de wereld blijven vinden, we bezig zijn met symptoombestrijding. Ik zie wel overeenkomsten met het college dat Van Egmond onlangs gaf tijdens een Radar-extra college, waarbij ik het volgende diagram tekende:

wijzijn-ikheb02

Rudy van Stratum

Waarom ZZP’ers de economie te gronde richten (MMM11)

Het lijkt deze week wel ‘de week van de zzp’er’. Afgelopen zaterdag stond er een zeer uitvoerige beschouwing in de Volkskrant over (wat ik hier maar noem) de dynamiek van het nieuwe zzp-schap. Het artikel uit VK van zaterdag 23 januari 2016 is van de hand van Yvonne Hofs. Enkele dagen daarna volgende vele reacties en discussies naar aanleiding van het artikel. En in deze zelfde week was er ook veel aandacht over de toename van het aantal zzp’ers omdat er nieuwe cijfers beschikbaar zijn gekomen (cijfers over zzp’ers).

Kort de cijfers

Hier een mooie visuele weergave van de laatste cijfers over zzp’ers:

ScreenShot123Belangrijkste constatering is dat het aantal zzp’ers de laatste jaren toeneemt. Is dat erg? Is dat vreemd? De discussie gaat met name om:

  • Een groot deel van de (nieuwe) zzp’ers is dat niet vrijwillig geworden. Het ‘systeem’ dwingt min of meer af dat ze een vast dienstverband moeten verlaten en dat er geen andere uitweg is dan maar te ‘kiezen’ voor een economisch zelfstandig bestaan als mini-ondernemer.
  • Een (steeds groter) deel van die groeiende groep zelfstandigen leeft op een ‘schamel’ inkomen en kan ternauwernood fatsoenlijk rondkomen. Of anders gesteld: er ontstaat een nieuwe en grotendeels verborgen ‘armoede’ door de (door het systeem uitgelokte of afgedwongen) groeiende groep zzp’ers.
  • Maar dat is nog niet het hele verhaal. De ‘arme tak’ van de zzp’ers heeft niet of nauwelijks onderhandelingsmacht en dat resulteert in lage tarieven (vandaar de nieuwe armoede). Hierdoor is er geen geld om verzekerd te zijn voor arbeidsongeschiktheid en/of werkloosheid. De overheid ontvangt vanuit deze groep dus ook minder belastinginkomsten terwijl in geval van problemen er wel aanspraak kan worden gemaakt op het sociale vangnet. Er dreigt zo op termijn een uitholling van ons sociale stelsel.
  • Ondertussen, zo wordt in het artikel gesteld, zijn het vooral de werkgevers die van deze trend profiteren.

ScreenShot124Er zijn voldoende nuances bij deze aantekeningen te plaatsen:

  • Hoe groot is de groep zzp’ers die niet geheel vrijwillig voor deze status heeft gekozen? Welk deel van de totale groep zzp’ers van 1,35 mln leeft in armoede en is niet in staat zich te verzekeren en belasting te betalen? Dat is niet zo makkelijk te achterhalen.
  • Een flink deel van de zzp’ers doen er klussen bij en/of genieten pensioen (ruim 1/3 van het totale aantal zzp’ers).
  • Een deel van de zzp’ers heeft wellicht de beschikking over een buffer (bijvoorbeeld uit een langdurig eerder vast dienstverband) en vindt het prima om aan de gang te blijven zonder de hoofdprijs te vragen (geen cijfers van bekend).
  • Alles afwegend lijkt het er toch op dat zo’n 15-25% van het totaal aantal zzp’ers te weinig inkomsten genereert om belasting etc te kunnen afdragen (waarbij geen sprake is van andere inkomsten en/of opgebouwd vermogen). (( Ik hoor dat veel zzp’ers zich niet in het verhaal van Hofs herkennen. Dat kan een aantal verklaringen hebben: 1) ze horen niet tot de arme tak, maar tot de succesvolle tak die wél genoeg verdient en/of in volle overtuiging voor deze vorm van ondernemen heeft gekozen (vanuit de cijfers: de meerderheid van de zzp’ers dus), 2) vanwege de mythe van de vrije ondernemer en de bijbehorende blikvernauwing, 3) de analyse van Hofs slaat de plank mis, het zit anders, 4) nog een andere reden die ik zo snel niet kan bedenken. ))

Ik wil me hier niet te veel op de cijfers en de precieze definities werpen (is een aandeel van zeg 25% voldoende om ons sociale stelsel onder druk te zetten? welk deel is vrijwillig en welk deel min of meer gedwongen? welk deel van ‘gedwongen’ zou zonder zzp’schap misschien sowieso aanspraak hebben gemaakt datzelfde sociale stelsel?).

Duidelijk is dat er iets aan de hand is. En dat er sprake is van een boeiende dynamiek. Ik wil het artikel van Yvonne Hofs ‘hervertellen’ in een aantal systeemdiagrammen. Een artikel in woorden is lineair en vlak en laat (vind ik althans) minder makkelijk en minder snel zien waar het om draait. Ik zeg er nog maar eens bij dat zo’n hervertelling niet per se impliceert dat ik het in alle opzichten met Hofs eens ben. Het artikel zelf is (in mijn ogen) niet puur informatief, er is duidelijk sprake van een stellingname (ik zou zeggen dat het verteld is vanuit het perspectief van de gedupeerde zzp’er). Mij maakt dat overigens niet uit: ik vind het een krachtig artikel dat mij aan het denken zet, anders had ik er deze blog niet over geschreven.

Een andere nuancering is dat de systeemdiagrammen hieronder in wezen een economisch model beschrijven. Een model is per definitie een vergaande abstractie van de werkelijkheid. Het accentueert bepaalde zaken en laat andere zaken bewust buiten beschouwing. Zo’n model is dus per definitie niet ‘waar’ (of ‘onwaar’). Mijn enige criterium voor zo’n model-weergave is of het iets toevoegt of iets interessants oplevert (om te beginnen voor mezelf).

De overheid

ScreenShot128De overheid wil graag wegen aanleggen en bruggen bouwen (ik zei al: het is een stilering van de werkelijkheid ..). Daar heb je geld (belastingen) voor nodig. Belastingen kun je pas heffen als er sprake is van inkomsten of van winst. Inkomsten komen voornamelijk van (betaald) werk. Dus hoe krijgen we meer belasting binnen? Zo rond 1975 is de redenering geweest dat je meer geld krijgt als je meer werkgelegenheid creëert. En meer werkgelegenheid krijg je als er meer (of grotere) ondernemingen zijn. Hoe zorgen we voor meer ondernemingen? Door de start van de onderneming fiscaal te stimuleren. Bijvoorbeeld, in dit geval, door iemand die voor zichzelf begint een ‘starterskorting’ of ‘zelfstandigenaftrek’ te geven. Klinkt best logisch. Nu maar hopen dat die starters gaan groeien en dat die weer mensen in dienst gaan nemen ….

De zzp’er of nieuwe zelfstandige

Hoe pakt dat uit bij die nieuwe starter? Er moet vooraf een sluimerend idee zijn als ‘ik wil graag zelfstandig zijn’ of ‘ik ben aan mijn vrijheid gehecht’ of ‘ik wil graag ondernemen’. Dan komt daar ineens die overheid die je een handje wil helpen. In feite is hier sprake van een nieuwe ‘pull-factor’: de overheid stimuleert jou (trekt aan jou) om zelfstandig te worden. Hé, hier krijg ik een fiscaal voordeel, nu kan ik (eindelijk) zelfstandig worden. Vervolgens blijkt (in deze tijden, economische crisis) dat jij niet de enige bent die zelfstandig is geworden. Bovendien ben je niet georganiseerd. Je hebt weinig macht en hebt maar te pikken wat je eventuele opdrachtgever voor je beschikbaar heeft (‘voor jou tien anderen’, je bent niet uniek genoeg).

ScreenShot129Tja, in zo’n situatie van te veel aanbod (van arbeid) dalen de prijzen en in dit geval dus de tarieven. Dat betekent dat je als zzp’er nauwelijks je hoofd boven water kunt houden. Je redt het omdat er sprake is van een fiscaal vriendelijke behandeling. Hoe dan ook ben je niet verzekerd. Misschien heb je geen geld om je te verzekeren, misschien houd je niet van verzekeren (je was immers die stoere ondernemer die ging voor vrijheid en risico) of misschien denk je wel: als het echt fout gaat, klopt ik bij de overheid aan. In het laatste geval is sprake van een perverse prikkel. In het voorlaatste geval (ik houd van risico) is wellicht sprake van het koesteren van de mythe van de zelfstandige ondernemer (zie eerdere blogs).

Hoe dan ook: de overheid slaagt er zo in meer zelfstandige ondernemers te kweken maar die zijn effectief niet in staat te zorgen voor meer belastinginkomsten. Integendeel zelfs: eerst moest er subsidie worden gegeven en nu is er een nieuwe mogelijke aanspraak op een deel van de sociale pot (uitkering).

De loonslaaf

Er is niet alleen een wisselwerking tussen overheid en nieuwe zelfstandige ondernemer. Er is ook een wisselwerking tussen de (oude) vaste werknemer die in dienst is en de (nieuwe) zzp’er. Ik noem hem hier (het artikel volgend) maar ‘de loonslaaf’. De loonslaaf die kiest voor vastigheid en een vaste baan. Die staat garant voor een automatische afdracht van premies en inkomstenbelasting. Verzekering is verplicht immers als je in vaste dienst bent. Dat betekent echter ook dat je (in deze nieuwe situatie van een groeiende groep zzp’ers die aan de poorten rammelen) dat je relatief duur bent. Niet vreemd dat je baas denkt: als die zzp’er goedkoper is en hetzelfde kan, dan wil ik van die vaste werknemer af.

ScreenShot130Nu ontstaat er dus een nieuwe beweging richting het zelfstandig ondernemerschap. Vaste werknemers worden ontslagen en sommige daarvan zullen ‘gewoon’ werkloos blijven (maar wel een uitkering aanvragen). Maar gezien de fiscale tegemoetkoming is het wellicht ook interessant je bij die nieuwe groep zzp’ers aan te sluiten. Min of meer zou je ook kunnen denken: ik moet wel zzp’er worden. De dynamiek hier is dat vaste medewerkers (duur) worden verdrongen door zzp’ers (goedkoop, geen verplichtingen, flexibel). En dat voorheen vaste medewerkers transformeren in gedwongen zzp’er.

De werkgever

Dan hebben we, om het plaatje compleet te maken, nog de werkgever nodig. Dat is natuurlijk bekende kost. Voor een werkgever draait het (in dit model) om de winst. Een vaste werknemer had ooit duidelijke voordelen (veel uren tegen vooraf bepaalde relatief lage prijs afnemen in ruil voor zekerheid) maar zijn er betere opties voorhanden op de markt. Een zzp inhuren betekent veel minder risico want geen werk betekent geen uitbetaling. Ziek? Niet mijn probleem als werkgever. Als de zzp’er verder dezelfde kwaliteit werk biedt dan is de keuze snel gemaakt. Ik bouw mijn vaste voorraad af (ontslaan, afscheid nemen, ‘letting go’ zoals Amerikanen dat mooi zeggen) en breng een steeds grotere flexibele schil aan. Mijn winst gaat omhoog, het risico wordt verlegd van werkgever naar zzp’er, de hap van de werkgever in de totale koek ’toegevoegde waarde’ wordt groter.

ScreenShot131Yvonne Hofs gaat in haar verhaal nog een stap verder. Het lijkt bijna een complot van werkgevers die er belang bij hebben dat deze situatie zo blijft. Het taalgebruik moet verhullend zijn en de mythe van de vrije ondernemer (versus de duffe loonslaaf) moet gekoesterd worden. Het systeem wordt nog weer een slag robuuster als de vrije ondernemer eerst stoer roept dat hij flexibel is en graag risico neemt om daarna uit pure schaamte zijn mond te houden bij tegenvallende resultaten. Het lijkt op de zwerver in Amerika die vanuit de benarde positie in de goot waarin hij ligt zich verontschuldigt voor zijn fouten en het feit dat hij onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de kansen die de vrije markt hem heeft geboden. Eigenlijk is deze zwerver al blij dat hij geen boete krijgt voor het feit dat hij in de weg ligt en anderen lastig valt met zijn stank.

Het totale systeem

We kunnen de losse ingrediënten nu bij elkaar zetten. We voegen nog wat versterkende koppelingen toe, en krijgen dan:

 

dynamiek-zzp

Het begint allemaal bij die fiscale voordelen. Op zich goed bedoeld en misschien heeft het jarenlang wél gewerkt. Maar nu bijt het de maatschappij in de eigen staart. Er ontstaat een nieuwe groep ‘armen’ die niet bijdragen aan de belastinginkomsten. En sterker nog: in toenemende mate wél aanspraak maken op die voorzieningen die betaald worden door de kleiner wordende groep ‘loonslaven’. Hierdoor wordt de premiedruk nóg hoger voor de vaste medewerker, het voordeel om een zzp’er in te huren nóg groter, en er ontstaat een explosieve toestand. Het mooie van een systeemoverzicht is dat je laat zien dat ieder voor zich logisch handelt (de werkgever wil meer winst (snap ik), de zzp’er wil meer vrijheid (snap ik), de ‘loonslaaf’ wil vastigheid (snap ik)) maar dat de onderlinge afhankelijkheden een uitkomst genereren waar niemand om heeft gevraagd. Op de werkgever na misschien, die is de lachende derde (maar voor zolang het duurt).

Oplossingen? Er wordt nu geroepen dat de zzp’ers dan maar een minimale vergoeding moeten krijgen (bij wet) zodat verdringing niet meer loont. Ach, als arbeid over de hele linie te duur wordt dan vertrek je toch gewoon naar het buitenland als bedrijf? Dan gooien we de grenzen dicht! Afijn, elke maatregel roept weer een tegenactie op en leidt tot nieuwe ongewenste effecten.

Geen oplossing, maar enkele overwegingen tot slot:

  • Het zijn basale economische wetten die hier aan het werk zijn. Blijkbaar is arbeid (althans een deel daarvan) relatief duur en kan elders meer winst worden gemaakt. Dan zijn wij als aanbieders van arbeid dus te weinig onderscheidend (voor de prijs) en als land zijn we dan niet in staat spullen te maken (met onze mensen) die een voldoende hoge prijs ‘doen’ op de wereldmarkten. We zijn gewend aan een luxe die hoort bij de unieke periode van innovaties en hard werken van 1950 tot ergens 1990? Die tijd is voorbij maar we willen er niet aan dat dat consequenties heeft. Oftewel: de zzp-discussie is een afgeleide van een ander nog veel hardnekkiger probleem.
  • Natuurlijk is dat erg kort door de bocht. Wij hebben met elkaar immers een aantal afspraken gemaakt die geld kosten. Als je elders je arbeid inhuurt dan hoef je je niet aan allerlei afspraken te houden, dus dat is appels met peren vergelijken. Klopt. Maar het water stroomt toch altijd naar het laagste punt.
  • Met name werkgevers zijn er goed in dat laagste punt te zoeken. Vaak roemen we de ondernemers juist om die zoek-kwaliteiten (mythe: dat levert innovatieve producten op, dat zorgt voor meer werkgelegenheid). Maar zolang wij als consumenten verliefd blijven op de goedkoopste producten (zonder te kijken naar hoe en waar het is gemaakt), en als loonslaven gaan voor de hoogste beloning (los van wat voor producten je werkgever maakt), zal het systeem nieuwe onverwachte uitkomsten blijven genereren.

Rudy van Stratum

Dynamiek van de (volgende) crisis (MMM09)

In de vorige blog gaf ik een samenvatting van de eindejaarsuitzending van RadarExtra. In die uitzending werd een reconstructie gegeven van waar we nu staan na de crisis van 2008. De sombere conclusie luidde dat er wezenlijk niet veel is veranderd om een herhaling van de crisis te voorkomen. Een van de verklaringen (uit mijn blog) voor het uitblijven van een wezenlijke verandering zijn de succesvolle pogingen van banken om veranderingen die ten koste gaan van hun winst zo veel mogelijk tegen te houden.

Enkele blogs daarvoor gaf Guus Hustinx een analyse van Shell die volgens hem te lang heeft vast gehouden aan oude technologie en oud denken. Shell wordt nu door de buitenwereld (met name beleggers en regelgeving) ‘op de knieën’ gedwongen.

Los van of beide analyses (die van de crisis en die van Shell) waar zijn: er dringt zich een interessante vergelijking op. Het lijkt er op dat banken er wél in slagen hun oude gedrag te continueren waar Shell tot een correctie wordt gedwongen. Hoe kan dat? Wat kunnen de banken wat Shell niet kan?

Dynamiek Shell

Ik kan die vraag nog niet beantwoorden.

Het verhaal van Shell bevat behalve een woordelijke verklaring van wat er bij Shell aan de hand is, ook een getekende dynamiek. Misschien moet ik als tussenstap ook een gevisualiseerde dynamiek maken van wat er in de nadagen van de crisis is gebeurd (nogmaals, volgens de eindejaarsuitzending).

De verklaring van Guus is dat Shell last heeft van ‘oud denken’. Oud denken is in zijn ogen een eenzijdige focus op het maximaliseren van het belang van de aandeelhouders. Dat betekent dat alles draait om de (korte termijn) winst. Voor de bestuurders van Shell ligt een beloning te wachten als zij slagen in het realiseren van een maximale aandeelhouderswaarde. Die beloning  bestaat uit hoge(re) salarissen en gekoppelde bonussen. Veel bonus betekent dus dat er ook veel aandeelhouderswaarde is. Hier is dus sprake van een bevestiging (van het ‘oude denken’) en in systeemtermen is hier sprake van een meekoppeling. De focus op aandeelhouderswaarde leidt via meer bonussen tot een bekrachtiging van het oude denken:guus01

Blijkbaar is er de laatste (5-10?) jaren sprake van een nieuwe realiteit. Met name is er een druk bij professionele beleggers om niet langer te investeren/beleggen in ‘oude energie’. Er zal sprake zijn van steeds meer regelgeving (moeilijker om oude energie te winnen) en ook is sprake van innovaties die alternatieve energie goedkoper maken. Die nieuwe realiteit leidt tot een sterke daling van de waarde van de oude voorraden olie (die vermoedelijk deels in de grond blijven zitten) en dus tot een sterke daling van de waarde van de aandelen. Aandeelhouders not happy! Maar omdat het oude denken van de Shell-top niet snel genoeg mee verandert komt Shell terecht in een negatieve spiraal. Guus visualiseerde dat inzicht als volgt:

guus02Mijn constatering is overigens dat deze redenering niet aantoont dat er iets mis is met het ‘oude denken’ van de Shell topmannen. Ze kunnen vrolijk doorgaan met het maximaliseren van de aandeelhouderswaarde immers. Ze hebben alleen te laat gereageerd op de gewijzigde omstandigheden. Ze hebben er juist niet alles aan gedaan om het de aandeelhouders naar de zin te maken. Ze hebben onderweg een afslag gemist. Je zou ook kunnen zeggen dat de opkomende groene energieleveranciers net even beter de belangen van hún aandeelhouders hebben weten te behartigen. ((Wellicht is er bij Shell aan de hand wat er volgens Jeroen Smit’s ‘De prooi’ ook bij ABN Amro speelde. Focus op de eigen beperkte kring, arrogantie, blindheid, tunnelvisie. Overigens wil ik hier zeker niet het omgekeerde beweren, namelijk dat maximale focus op aandeelhouderswaarde geweldig is.))

Wereldmodellen

Nu dan terug naar de post-crisis situatie. Hoe ziet de dynamiek er daar uit?

Net zoals Guus niet in de hoofden van de Shell-directie kan kijken, kan ik niet weten wat een bankier denkt. Ook ik moet het dus doen met wat ik zoal lees, in de uitzending heb gezien en gehoord en wat ik beluister in mijn netwerk die ook de nodige bankiers telt. Het wereldmodel van een bankier in de post-crisis situatie zou speculatief de volgende elementen kunnen bevatten:

  • De basis is niet anders dan die bij Shell: het draait om maximale winst en/of aandeelhouderswaarde. Oud denken dus …
  • Winst maken waar het kan.
  • Zolang het niet verboden is mag het.
  • Als het hier niet kan, dan doen we het elders (we zijn niet afhankelijk van Nederland).
  • We kunnen doen wat we willen, ze maken ons niks. Als het fout gaat dan worden we gered. Als het goed gaat dan hangen we onszelf vol met bonussen.
  • Onze gesprekspartners snappen het toch niet, we kunnen ze van alles wijs maken. We kunnen ze nog een keer uitleggen wat goed is (lobby).
  • We zijn internationale spelers, daar gaat het om. We kijken naar buiten, naar de grote wereld, daar zitten onze voorbeelden. Hier wordt vooral kleingeestig gezeurd over details.

De dynamiek van de post-crisis wordt niet alleen door de banken bepaald maar ook door de wisselwerking met de politiek en met de burgers/consumenten. Dus wat is het wereldmodel van de politiek in deze situatie? Wederom speculatief:

  • We snappen het niet helemaal. Maar dat de belastingbetaler voor de kosten opdraait, dat is niet uit te leggen.
  • Best handig als de banken ons helpen bij het voorbereiden van de stukken (lobby).
  • Het mag niet ten koste gaan van de economie, dan worden de stemmers boos.
  • Ik zit hier maar 4 jaar, daarna heb ik ook nog een carrière.

En tenslotte zijn er nog de stemmers, de pensioengerechtigden, de burgers, de consumenten, kortom wij allemaal. Die zouden kunnen denken:

  • Ik krijg mijn geld toch terug als het fout gaat?
  • Allemaal mooi en aardig, maar ik wil wel een leuk huis kunnen kopen. En heb dus ruim krediet nodig.
  • Als de huizenprijzen stijgen: mooi, dan heb ik overwaarde, dan kan ik ook nog eens iets leuks kopen.
  • Rente-aftrek is belangrijk, hoe moet ik anders een eigen huis kunnen betalen?

De dynamieken

Ik geef het eerlijk toe: het valt nog niet mee als die onderlinge afhankelijkheden in een grafisch overzicht te krijgen. Ongetwijfeld kan dat veel beter dan ik hier laat zien.

De banken willen zoals gezegd (ook) hun aandeelhouders plezieren en hebben daar zelf voordeel van in de vorm van salarissen en bonussen. De unieke positie op de markt stelt hen in staat bovengemiddelde rendementen te behalen. Regelgeving vanuit de overheid is een ongewenste indringing op die vrijheid die zoveel mogelijk moet worden tegen gewerkt. Dat gaat in de vorm van lobby en met dreiging van vertrek naar het buitenland. Uiteindelijk is die druk effectief zo groot dat de voorgenomen regels worden verzwakt en omgebogen in het voordeel van banken.

ScreenShot087

De ongeremde maximalisering van die aandeelhouderswaarde leidt er toe dat de banken ’too big to fail’ worden, extra risico’s gaan nemen. Waardoor uiteindelijk een onhoudbare situatie ontstaat en de crisis ontstaat. Omdat we niet zonder de banken kunnen volgt een redding die door de belastingbetaler wordt gedragen. De burger annex belastingbetaler wordt boos en de maatschappelijk onvrede neemt toe.

ScreenShot088

Nu komt de politiek in het spel. Politici willen herkozen worden en ontevreden burgers betekent verlies aan stemmen. De onvrede vertaalt zich uiteindelijk in meer regels voor banken. Omdat dit mogelijk leidt tot minder kredietverlening aan consumenten en bedrijven leidt dit ook tot bekrachtiging of uitbreiding van bankgaranties en tot toezeggingen dat de hypotheekrente-aftrek zoveel mogelijk behouden blijft. Dat leidt vervolgens tot (hernieuwde) opbouw van schulden. Dat is op zich weer een nieuwe impuls voor een volgende bubble en crisis.

 

ScreenShot092

 

De extra regels en verhevigd toezicht zorgen voor nog meer dynamiek. Zoals betoogd in de Radar-uitzending wordt het voor nieuwe banken lastiger om toe te treden. Dat betekent minder concurrentie (dan gewenst) op de bankenmarkt en bestendigt zo het gedrag van de bestaande banken. Maar ook leidt meer regelgeving tot een nog complexer speelveld en tot nog minder inzicht in de situatie en hoe het verder moet. Dat betekent uitstel van maatregelen die wél effectief tot verandering kunnen leiden.

ScreenShot091

 

Ik laat het hier even bij want het wordt me al ingewikkelder dan mij lief is.

Inzicht van de dynamiek

Wat de dynamiek voor mij duidelijk maakt is:

  • Regels staan in het midden. Dat zou kunnen betekenen dat de discussie vooral draait om (extra) regels en toezicht. De (vermeende) oplossing komt centraal te staan en leidt af van inzicht in de écht benodigde aanpassingen.
  • Twee partijen, banken en politiek, houden elkaar gevangen in de bestaande situatie. Ieder blijft (om begrijpelijke redenen) hangen in het ‘oude denken’.

Rudy van Stratum

Circulaire economie, tegendenken proces

Mijn idee is dat het niet gaat lukken met het ontwikkelen van een circulaire economie. Heel toepasselijk pas ik daarvoor zelf een cirkelredenering toe. De principes van de circulaire economie zijn niet nieuw, die gebruiken we steeds weer opnieuw. We geven ze steeds weer een nieuwe naam omdat het onder de oude naam blijkbaar niet werkte. Conclusie, het is nog steeds niet geland en dat gaat ook niet gebeuren. (meer over circulaire economie aflevering 1, aflevering 2)

Om het gedachtegoed te laten landen bij ondernemers worden twee strategieën gehanteerd.

Steeds een nieuwe naam
Elke paar jaar geef je dit een andere naam en hang je er nog wat extra toeters en bellen aan. De ladder van Lansink werd in 1979 als beleidslijn voor afval door de tweede kamer vastgesteld. Deze ladder geeft een voorkeursvolgorde aan over hoe om te gaan met afval:

  • preventie
  • hergebruik
  • sorteren en recyclen
  • verbranden
  • storten

 

Preventie, het voorkomen van afval staat bovenaan, daarna volgen vier manieren om met afval om te gaan die tot een steeds laagwaardiger gebruik leiden. In het gedachtengoed van de circulaire economie wordt dit verder uitgewerkt, maar de basis is hetzelfde. 10 jaar na de ladder van Lansink werd het eerste Nationaal MilieubeleidsPlan (NMP) vastgesteld. Onderwerpen waren onder andere het sluiten van kringlopen en kwaliteitsbevordering bij productieprocessen en producten. Hoe circulair wil je het hebben? Het tweede nationaalbeleidsplan (1994) gaat hier verder mee, aan de orde kom onder andere product-dienstcombinaties. Steeds een nieuwe naam werkt uiteindelijk contraproductief, juist daardoor krijgen mensen de indruk dat het iets tijdelijks is dat wel weer overwaait. Het lijkt een beetje op de reclame voor wasmiddelen, die zijn ook elke keer “nu nog beter”.

Bang maken
Je maakt mensen bang. Ik zie hier een patroon, niet alleen bij de circulaire economie, maar ook bij andere ontwikkelingen. Als eerste maak je mensen bang door te verkondigen dat, plat gezegd, het einde van de wereld nadert als we zo doorgaan. Dan verkondig je een oplossing. In dit geval, als we overstappen op ons idee van de circulaire economie komt het helemaal goed. De oplossing wordt gepresenteerd als positief, niet reguleren, niet vertellen wat je niet moet doen, nee, deze oplossing biedt juist kansen en is leuk en vlot, helemaal van deze tijd. Wanneer iedereen dan opgelucht ademhaalt kom je met een tweede dreigement, ditmaal gericht aan ondernemers. Als je niet meedoet met onze oplossing dan is er in de toekomst geen plek meer voor jouw bedrijf. Alleen bedrijven die onderdeel zijn van de circulaire economie zullen overleven. Ik overdrijf natuurlijk, maar kijk toch even naar dit citaat en het onderstaande plaatje uit één van de publicaties over circulaire economie. “Wie te ver achterloopt op nieuwkomers en op bedrijven die de sprong wel wagen, neemt risico’s.”

verliezersce(Bron: Ondernemen in de circulaire economie, OPAi)

Waarom werkt het niet?
Mijn conclusie, dit werkt dus niet. Op de een of andere manier landt het gedachtegoed niet bij de doelgroep. Zonder met een volledige verklaring te komen waarom de strategie niet werkt kan ik wel een aantal factoren benoemen:

  • Als eerste belangen van allerlei partijen. Er is een hele ‘circulaire industrie’ ontstaan van ambtenaren, adviseurs, schrijvers etc. Die hebben er natuurlijk alle belang bij om het concept circulaire economie te verkopen en hier werk uit te halen. Het rare is, cradle to cradle is (of was?) in mijn ogen ongeveer hetzelfde. Ik vermoed dat een aantal adviseurs deze boot had gemist en weer met wat nieuws is gekomen. Het wachten is nu dus op adviseurs die niet alleen C2C hebben gemist maar ook de circulaire economie (ik ben er daar één van, enige jaloezie is mij niet vreemd) en over zo’n twee tot drie jaar weer met wat nieuws komen. Ik denk aan de economie van het geluk. In de economie van het geluk draait het niet om producten of diensten maar om wat die producten / diensten voor jou betekenen, hoe gelukkig je daar van wordt. Omdat mensen ongelukkig worden van allerlei externe effecten worden deze in de economie van het geluk automatisch meegenomen en voorkomen. Mensen zullen inzien dat het in het leven uiteindelijk om zachtere waarden als geluk draait en dat al het anderen daaraan ondergeschikt is. Ondernemers die dit niet inzien zullen op termijn geen markt meer hebben. De principes van de economie van het geluk zijn gebaseerd op … (Hier zoek ik nog een aanvulling om te zorgen dat het verhaal ook intuïtief goed aanvoelt. Een specifiek ecosysteem lijkt mij mooi, maar we kunnen natuurlijk ook een samenleving op een of ander exotisch eiland kiezen, er is altijd wel een draai aan te geven dat het precies past bij de economie van het geluk.)
  • Ten tweede we voelen ons beter of anders. Toen ik het plaatje hierboven voor het eerst zag dacht ik meteen, zou een ondernemer zich hier in herkennen? Zou die hier bang van worden? Ik denk het niet en kan me daarbij vier gedachten voorstellen.
  1. Ik ben anders, deze grafiek heeft geen betrekking op mijn onderneming, wat ik doe of maak past daar niet in. Anders zijn kan ook betekenen dat je denkt dat het beter doet dan de rest, ik doe dit al.
  2. Dat gaat nog wel even duren. Er worden al jaren dit soort dingen geroepen, mijn ervaring, eerst maar eens afwachten, er is nog tijd genoeg om hier op in te spelen, als het al zover komt. Bovendien hebben wij de afgelopen jaren bewezen dat we in kunnen spelen op veranderende markten.
  3. Jongens, ik ben een jaar of 50, als mijn bedrijf het nog een paar jaar volhoudt dan vind ik het mooi geweest. Ik ga daar nu echt geen werk van maken.
  4. Grondstoffen op, fossiele brandstoffen op? Dat zeiden ze 50 jaar geleden ook al, ik merk er nog steeds niets van. Dat zal dus allemaal wel meevallen. Lees: ik weet het beter.

Het zou kunnen dat er een ondernemer die het volgende denkt. “Woh, ze hebben gelijk, ik moet nu iets doen. Hoe heb ik dat eerder niet kunnen zien, er liggen enorme kansen voor mijn bedrijf, wat dom van mij. Ik ga meteen alles lezen over de circulaire economie en adviseurs inhuren.” Als iemand zo reageert zou ik meteen wantrouwend worden.

  • Ten derde hebben we allemaal twee petten op. Natuurlijk vinden we grondstoffen, milieu, schone lucht, eerlijke verdeling van welvaart belangrijk. Als je gevraagd wordt wat te schrijven voor een blad of een bijdrage te leveren aan een symposium dan zal je uit volle mond verkondigen hoe belangrijk dit is. Komt er een enquête langs dan is het al helemaal makkelijk. Maar dat is iets anders dan het echt doen in je eigen leven of binnen je eigen werk. We hebben allemaal twee petten op, die van de burger en die van de consument, schreef Rudy eerder (maak van consument gerust ondernemer). We willen het wel, maar niet vandaag, ook niet morgen maar misschien dat het volgende week wel goed uitkomt. Uiteindelijk zetten we liever de pet van consument (of producent) op dan die van burger.

 

Wat werkt dan wel?
NMP2Kijk op de afbeelding hiernaast voor een scan van de samenvatting van het nationaal milieubeleidsplan uit 1994, precies 20 jaar geleden. In hoofdstuk 4, duurzame consumptiepatronen en productieprocessen, pagina 13 worden drie punten genoemd:

  • Koop diensten in plaats van goederen
  • Circuleer goederen,
  • Grotere efficiency in de verbanden tussen mensen, goederen en diensten.

 

Niets mis mee. In plaats van 20 jaar lang deze eenvoudige boodschap te verkondigen en te verankeren in regelgeving hebben we steeds weer nieuwe concepten bedacht met elke keer moeilijkere woorden. Laten we die fout de komende 20 jaar niet nog een keer maken.

En ja, natuurlijk is er in die twintig jaar flink aan het concept geschaafd, is het verbeterd en zijn we tot nieuwe inzichten gekomen. En dat moeten we de komende 20 jaar ook zeker blijven doen. Maar in de kern is het nog steeds hetzelfde. Het concept van een circulaire economie of cradle te cradle (of heel ouderwets duurzame consumptiepatronen en productieprocessen) is veel te mooi en belangrijk om te verkwanselen door er elke paar jaar weer een nieuwe naam aan te geven.

Stijn van Liefland

 

Systeem denken (0): wat het is en hoe je het doet

Systeem denken: ‘plaatjes’ die op enige afstand een blik gunnen op het ‘systeem’. Waarna er soms een kwartje valt: jaja, zo werkt dat dus. Het is natuurlijk niet nieuw en ook op www.slimmefinanciering.nl hebben we deze aanpak (bijvoorbeeld over de huizenbubbel) al meerdere malen (of deze: brein van een bankier) gebruikt.

Ik ben benieuwd naar hoe je zo’n systeembril hanteert. Een eerlijk antwoord: eigenlijk doen we het vooral op ons gevoel. Een eerste schets, paar keer op en neer mailen, totdat je er tevreden over bent. Maar omdat het systeemdenken al wat ouder is, moet er toch een handleiding zijn die beschrijft in stappen hoe je zoiets doet? Voor het jaar 2014 hebben we het plan opgevat ons meer in deze materie te gaan verdiepen. In ons boek ‘Geld is een middel’ eindigen we overigens met een aantal voorbeelden van systeem-plaatjes, dus het komt ook niet helemaal uit de lucht vallen.

Proefschrift Maastricht

Maar wat wil het toeval? Dat er enkele weken geleden, op 29 januari 2014, iemand in Maastricht (UMC) precies op dit onderwerp is gepromoveerd. De titel van het proefschrift luidt ‘Improving decision making processes in intellectual disability care’ en de auteur/promovenda is Meri Duryan. Ik maak van de gelegenheid gebruik elementen uit het boek te halen voor onze eigen verdieping in het onderwerp.

Ik heb de kern van het betoog in een mindmap gezet:

ScreenShot042

Wanneer gebruiken? Wat is het?

Systeemdenken is handig als er sprake is van een complex probleem. Een probleem waarbij meerdere partijen in onderlinge wisselwerking ‘dingen doen’ en op elkaar reageren. De uitkomsten van deze interacties worden vanuit de standpunten van de ‘losse’ partijen (actoren) niet goed begrepen. In zo’n geval zegt het totaal meer dan de som van de losse delen. De uitkomsten van zo’n ‘systeem’ zijn niet alleen goeddeels onbegrepen maar niet zelden ook ongewenst. Er vinden ingrepen plaats om tot verbetering te komen maar omdat er geen inzicht is in de werking van het systeem wordt het vaak alleen maar erger.

Het denken in dit soort termen komt uit de technisch-wiskundige hoek. Het proefschrift geeft als een van de eerste bronnen een onderzoeksgroep aan binnen het MIT van de late jaren 50 onder leiding van Jay Forrester. Je kunt een versterker (van audio signalen bijvoorbeeld) ook zien als een complex systeem van op elkaar inwerkende delen. Het signaal gaat het ene onderdeel in, vervolgt zijn weg naar allerlei andere onderdelen en komt later via een omweg weer opnieuw zich melden aan de ingang van dat eerste onderdeel. Er ontstaat, in systeem termen, een ‘feedback loop’. Er zal altijd sprake zijn van een vertraging (omdat signalen nooit sneller kunnen gaan dan de snelheid van het licht). Afhankelijk van de mate van vertraging kan een versterker zichzelf opblazen, gaan oscilleren maar het kan ook goed gaan en dan resulteert een versterker met een lagere vervorming (een beter systeem dus).

Maar, laat dat duidelijk zijn, hier gaat het niet om versterkers maar om sociale systemen waarbij de actoren mensen zijn. En deze mensen hebben vanuit hun eigen individuele blik niet goed zicht op dat grotere geheel. Er is sprake van beperkte rationaliteit, van ‘bounded rationality’. ‘System dynamics’ probeert dan het totale plaatje te snappen zonder het zicht te verliezen op de onderliggende delen of details. Vanaf dat nieuwe systeemstandpunt kunnen de actoren dan in onderlinge afstemming veel beter snappen wat er gebeurt en van daaruit nieuwe en betere oplossingen (interventies) bedenken.

De bekendste (meer recente) bron op dit terrein is (zover ik weet) ‘The 5th discipline’ van Peter Senge, een boek dat in dit proefschrift dan ook meermalen wordt aangehaald. Een boek dat ik onlangs heb herlezen, en nog steeds zeer de moeite waard is (ben van plan het op deze site nog apart aandacht te geven).

Zorginstelling als voorbeeld

In moderne zorginstellingen is er sprake van complexe problematieken die niet makkelijk zijn op te lossen. Dit proefschrift neemt als casus de behandeling van verstandelijk gehandicapten. Draaipunt in de hele discussie is het bestaan van wachtlijsten. Waarom zijn er wachtlijsten? Omdat er meer vraag van patiënten is (naar zorg) dan dat er zorg wordt aangeboden. Dat heeft uiteraard te maken met kosten. De managers van de instellingen proberen een midden te zoeken in het verlenen van zoveel mogelijk zorg tegen acceptabele kosten.

Op korte termijn kan de manager snijden in de kosten door de medewerkers bijvoorbeeld in een ploegensysteem te laten werken. Meer oproepkrachten, flexibele roosters en zo verder. De medewerker ziet daardoor het aantal uren werk dalen dan wel het risico of ongemak neemt toe. Medewerkers gaan daardoor naar een andere baan uitkijken of raken gedemotiveerd. Er komen meer wisselingen in het personeel dat zorg verleent. De familie van de verstandelijk gehandicapten ziet dat als ongewenst want te veel wisseling in personeel geeft onrust. Het gaat te ver om hier inhoudelijk op de problematiek in te gaan. Maar systeem denken kan dan resulteren in een plaatje als (zie pag 74 proefschrift):

ScreenShot043Maar hoe doe je het nu?

Dus het idee is dat zo’n plaatje (zeg maar ‘het schema van een sociale versterker’) de betrokken partijen meer zicht geeft op hun eigen handelen en de eventueel nadelige effecten daarvan. Maar hoe komt zo’n plaatje nu tot stand, daar ging het ons vooral om?

Eerst nog wat begrippen. Op het hoogste niveau spreken we van ‘systeem denken’. Er zijn meerdere manieren om over systemen te denken (organisatie opstellingen bijvoorbeeld). Hier hebben we het over ‘system dynamics’. In ‘system dynamics’ is sprake van losse entiteiten die in een oorzaak-gevolg relatie tot elkaar staan en waar mogelijk sprake is van vertragingseffecten. De manier van tekenen zoals hierboven is een voorbeeld van een zogenaamd ‘causal loop diagram’ (CLD). Dus CLD is een vorm van ‘system dynamics’ is een vorm van ‘system thinking’.

Het bijzondere van dit proefschrift is dat twee vormen van systeemdenken in een logische volgorde worden gecombineerd (en toegepast op een zorg casuïstiek). De andere vorm van systeemdenken is CM oftewel: cognitive mapping. Want we weten nog steeds niet hoe je zo’n CLD-plaatje maakt. Je kunt natuurlijk een paar maanden in zo’n zorginstelling rondlopen en dan lang nadenken en dan kom je misschien ook op een goed plaatje.

Maar hier is de stelling: nee, het gaat om losse actoren en die zul je eerst moeten snappen om later dat plaatje te kunnen tekenen. Iedere actor in het systeem kijkt met zijn eigen individuele blik naar de wereld om zich heen. In de hersens van die actor zit een perceptie van zijn/haar werkelijkheid (Senge spreekt hier van ‘mental maps’). We zullen dus de schedels van al deze actoren moeten lichten. Enters: cognitive mapping. Het idee is dat je de belangrijkste spelers gaat interviewen. Vervolgens noteer je de belangrijkste woorden uit het gesprek. Hoe hangen die woorden onderling met elkaar samen? Hoe vaak worden ze gebruikt? Er is software op de markt die faciliteert dat de map op een gestructureerde manier wordt getekend.

Alle ‘wordclouds’ (zo noem ik de cognitieve mappen nu maar even) worden dan samengevoegd tot een grotere collectieve map. Ook daar zijn weer allerlei bewerkingen in het programma voor om je te helpen. Pas nu kun je op basis van de samengestelde mappen bepalen om welke doelen het hier gaat en welke ‘key issues’ daarbij een grote rol spelen. Deze krijgen vervolgens, onder toevoeging van dynamiek, een plek in je CLD. Om je hierbij te helpen kun je idealiter putten uit een bibliotheek van veel voorkomende dynamieken (CLD’s), de zogenaamde archetypes. Deze tussentijdse concepten (van de mappen en van de CLD’s) bespreek je met de partijen en worden eventueel weer aangepast en verbeterd. Om het verhaal niet onnodig lang te maken, hier de manier waarop het proefschrift de voorgestelde werkwijze visualiseert:

ScreenShot044Evaluatie

Ik realiseer me dat ik hier veel informatie in weinig tekst probeer samen te ballen. Waar het me om gaat is hoe je in een beperkt aantal stappen zicht kunt krijgen op een complex systeem van op elkaar inwerkende actoren. Het proefschrift zegt dus dat je de mensen moet interviewen, de kernwoorden moet noteren om via een reeks bewerkingen uit te komen op de cognitieve mappen van de personen. Je telt al die mappen op en ontleent op basis daarvan de belangrijkste gedeelde termen en hoe die op elkaar inwerken. Pas dan heb je het materiaal in handen om een zogenaamde CLD te maken. Dit is dus een stappenplan hoe je zoiets kunt aanpakken. Onze startvraag is daarmee voor dit moment afdoende beantwoord. We hebben het proefschrift dus aangegrepen als kans om ons eigen denken verder vorm te geven (waarvoor dank Meri Duryan en UMC).

Hebben we nog vragen? Nou en of! Bijvoorbeeld:

  • Hoe bepaal je welke partijen een rol spelen?
  • Hoe gaan die interviews? Is daar een vast format voor?
  • Hoeveel interviews moet je houden? Zit daar een optimum aan? Of een minimum?
  • Zijn er behalve zo’n computerprogramma ook handmatige (meer intuïtieve) alternatieven voor CM?
  • De stap van een samengestelde map naar een CLD wordt wel erg snel genomen. Hoe bepaal je vertragingen? Hoe pak je echt de kern van het probleem? Wat laat je weg en waarom?

 

Zo hebben we het komende jaar voor onszelf ook nog wat om over na te denken.

Oplossingen?

We leggen hier dus de nadruk op de methode en hebben het niet of nauwelijks over de inhoud en de zorg-casuïstiek. Kort nog wat deze aanpak in dit proefschrift aan oplossingen genereert.

De oplossingen voor dit zorg-probleem zitten in de sfeer van informatie uitwisselen (zodat medewerkers door inzet op meer afdelingen toch weer een vol rooster krijgen) en medewerkers meer vrijheid tot zelf beslissen geven (zodat ze niet elke keer naar hun baas hoeven voor goedkeuring). Ik ga hier natuurlijk veel te kort door de bocht, waarvoor excuses.

Wat me wel opvalt is dat de oplossingen vooral in de ‘bovenstroom’ zitten. Je moet gewoon wat vaker overleg voeren, een betere PC kopen die al die roosters netjes op elkaar kan afstemmen. Je zou ook een laagje dieper kunnen gaan. Waarom wordt dat overleg dan niet vaker gevoerd? Zo ingewikkeld is dat toch niet? Nou, bijvoorbeeld omdat dat extra tijd kost en je alleen maar wordt afgerekend op je zorguren. Overleg moet bijvoorbeeld plaats vinden in je eigen tijd. En misschien vindt die zorgmedewerker wel dat zijn baas dat maar moet oplossen (want die heeft tijd zat en krijgt beter betaald). En als ik daar iets van zeg als zorgmedewerker dan zijn mijn dagen hier geteld. Wat ik maar wil zeggen: het hangt helemaal af van je vraagstelling en van je gesprekken hoe je dynamiek er uit komt te zien en dus ook waar je oplossingen komen te liggen.

Een van de conclusies die wij zelf al getrokken hebben is dat je deze hele aanpak in meerdere rondes kunt doen. Je kunt een bovenstroom-ronde doen en je kunt er nog een verdiepingsslag overheen maken die meer zoekt naar de achterliggende denkpatronen, de onderstroom-ronde. En nee, computerprogramma’s om dat te doen zijn er zover wij weten (nog) niet.

Rudy van Stratum

Biecht van een bankier

Aanstaande zondag is er op de VPRO-televisie onder de ’tegenlicht’-vlag een uitzending ‘De biecht van een bankier‘. Het is nu precies een jaar geleden dat we aandacht schonken aan de ‘voorloper’ van deze uitzending ‘Het brein van een bankier’ waarin Joris Luyendijk zijn inside-story vertelde van binnenuit de Londense financiële wereld.

Dynamiek

Nog voor de vertoning van de documentaire zie je al discussies optreden op diverse fora. De strekking is meestal iets van: ‘weer zo’n bankier die zogenaamd spijt heeft als ie is ontslagen of na het verdwijnen van zijn bonus in een keer het licht heeft gezien’.

Wat wij een jaar geleden hebben willen laten zien in deze infographic is dat de werkelijkheid wat complexer is. Zoals wij toen naar de uitzending keken, zagen we drie partijen die in een groter systeem aan elkaar waren verbonden. De partijen waren naast de bankier zelf, de techneut annex modellenbouwer / nerd en de argeloze consument/belegger. De onderlinge dynamiek beschrijft in termen van denkfouten uit de psychologie hoe het een tot het ander kan leiden.

De context is er een van toenemende deregulering op de financiële markten. Dat is een bijna wereldwijde beweging die je vanaf de jaren 80 ziet en weer is ingegeven door een andere ideologische wind (met verwijzing naar oa Reagan in de VS en Thatcher in de UK). Bankiers benutten deze nieuwe vrijheid door nieuwe producten te ontwikkelen en meer risico’s te nemen. De nieuwe ict-techniek en sophisticated modellen van nerds suggereren een bijna volmaakte ‘in control’ sfeer. Het inmiddels wereldberoemde boek ‘Zwarte zwanen’ van Taleb gaat hier uitgebreid op in. Bankiers komen in een verslavende overwinnaarsroes terecht omdat meer techniek, meer controle, meer risico, meer bonus jarenlang prima werkt. Maar de nieuwe ‘Masters of the world’ kunnen hun werk alleen maar doen als er ‘muppets’ van consumenten zijn die de volstrekt ondoorzichtige producten willen afnemen. Jarenlang verdienen deze micro-beleggers goed aan de nieuwe dynamiek en steeds meer mensen stappen op de rijdende trein.

Op afstand

Wat wij met de infographic wilden laten zien is dat we ‘met zijn allen’ in deze dynamiek terecht zijn gekomen. Eerder met een waardevrije blik en op een zekere veilige afstand. Vanuit elke speler bezien zijn de acties rationeel en tot op zekere hoogte te begrijpen. Pas als je iets waardevrij probeert te begrijpen kun je nadenken over mogelijke interventies of alternatieven (is onze stelling).

Dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat je alle acties van spelers moet goedkeuren of dat je blij bent met het eindresultaat. Dat maakt het ook meteen zo lastig de discussie op een productieve manier te voeren.

Rudy van Stratum

financiële argument

Huizenbubbel: een systeem benadering

Ik maak dankbaar gebruik van een eindejaars-artikel in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Het artikel geeft een verklaring voor de huizenbubbel zoals we die de afgelopen jaren kunnen zien. Ik heb voor mezelf het artikel samen gevat in een ‘systeem-diagram’. Het is een voorlopige versie, we zullen hier later ongetwijfeld nog op terug komen.

Verklaring

Het probleem is dat de huizenprijzen in Nederland de afgelopen 20 jaar enorm zijn gestegen en nu fors onder druk staan, met alle problemen van dien. Zo’n afgeleid probleem is bijvoorbeeld dat Nederlanders in verhouding veel van hun inkomen uitgeven aan woonlasten, zoals vandaag besproken in ‘De correspondent’:

ScreenShot002

Het artikel combineert in mijn ogen twee hoofdoorzaken:

– De politieke wens het eigen woningbezit te stimuleren

– De deregulering van de financiële sector

Het lijkt dat de consument/huizenkoper het slachtoffer is maar feitelijk speelt deze natuurlijk ook een belangrijke actieve rol. Huizen zijn van ‘dingen om in te wonen’ verworden tot investeringsobject.

Als belangrijke partijen die met elkaar interacteren in deze elkaar onderling versterkende dynamiek zijn dus te onderscheiden: overheid, banken en consument-koper. De attractor in dit web is (het artikel volgend) de hypotheekrenteaftrek.

Overheid

In vogelvlucht: de overheid wil het eigen woningbezit stimuleren, voert daar op enig moment de hypotheekrenteaftrek voor in (de motivatie hiervoor is overigens veel ruimer, zie het oorspronkelijke artikel), dat leidt uiteindelijk tot goedkopere financiering, tot meer vraag naar kredieten, tot hogere huizenprijzen en uiteindelijk tot een huizenbubbel. De staat krijgt minder inkomsten door in eerste instantie de renteaftrek zelf en later door de gevolgen van het klappen van de bubble (redden van de banken, hogere staatsschuld, werkloosheid).

Banken

De banken krijgen vanaf de jaren 70/80 meer vrijheden en minder controle. Ze springen in op de aftrekbaarheid van rente en komen met nieuwe financiële producten. Met name de aflossingvrije hypotheek (in combinatie met een aanvullende lening die wordt belegd) speelt een rol in de dynamiek. Het belang voor de banken en intermediairs is duidelijk: hoe hoger de leningen, hoe meer rente inkomsten. Uiteindelijk betaalt de consument 1,5 keer zijn huis maar ‘who cares’. De verwachte stijging van de waarde van het huis leidt zelfs tot aanvullende kredieten die consumptief worden besteed (nog meer rente inkomsten). Als de zeepbel dan klapt komen huizen ‘onder water’ te staan en heeft de bank een balans-probleem.

Consument

De nieuwe beleggingsconsument hoeft niet meer af te lossen want de huizen worden toch steeds meer waard. Rente betalen is geen probleem want die is aftrekbaar. De uitzondering die nog wil aflossen wordt als ouderwets weggezet en is een ‘dief van de eigen portemonnee’. De vraag naar huizen neemt enorm toe, en daarmee stijgen (bij een beperkt aanbod) de prijzen van de huizen. Het is overigens met name de grondprijs die de onderliggende driver is voor de prijsstijging van de huizen:

ScreenShot004Wederom met dank aan ‘De correspondent’ van vandaag. De grondprijs is een ingewikkeld economisch fenomeen in een sterk gereguleerde markt, waar we nu verder niet op ingaan, maar zie voor meer achtergronden ons dossier ‘grondwaarde’.

Een ruwe schets

Op de achterkant van een sigarendoosje ontstaat dan de volgende schets:

ScreenShot005De ‘grap’ van het plaatje is dat het grote doel van meer eigenwoning bezit onbedoeld precies het omgekeerde effect bewerkstelligt. De overheid eindigt met een hoge schuld, de banken hebben een probleem met hun balans (te weinig dekking, te weinig eigen vermogen) en de ongelukkige koper van een huis eindigt met een mogelijk gedwongen verkoop en een restschuld. Huren is ondertussen ook geen optie want door de ‘scheefgroei-discussie’ zullen de huren de komende jaren ‘marktconform’ worden aangepast (lees: ook in de huren zal een inflatoire bubble-component worden ingecalculeerd). Er zijn voldoende verhalen bekend van gezinnen die gedwongen werden te verkopen en nu een hogere huur betalen dan hun eerdere maandelijkse ‘aflossingsvrije’ betaling aan de bank (en dus: schuldsanering, huursubidie, hogere staatsschuld etc etc).

Rudy van Stratum

De kunst van het geldscheppen (3)

De laatste blog in deze serie van 3 over ‘de kunst van het geldscheppen’. Basis is het eerdere essay van MJ van der Linden. De eerdere blogs zijn hier en ook hier te vinden.

Enkele hypothesen over de dynamiek

Nu is het tijd wat vragen te gaan stellen.

Mijn belangrijkste vraag is: hoe is dit zo ontstaan en welke krachten houden het zo? Ik denk dat we hier eerst meer zicht op moeten hebben om oplossingsrichtingen te kunnen formuleren. Ik kan een aantal hypothesen bedenken (er zullen er nog meer zijn: roept u maar!).

Hypothese 1
De bijzondere situatie waarin we nu een aantal decennia zitten is toevallig en deels onbedoeld ontstaan. In de jaren 50 en 60 was er nog niet zoveel aan de hand. Arbeiders kregen wekelijks uitbetaald en dat gebeurde in contanten. Een deel van dat weekgeld werd meteen opgemaakt in de plaatselijke café en buurtsuper. Ergens in de jaren 70 is men sluipend overgegaan op bankrekeningen en digitale uitbetaling (per maand in de regel). De techniek heeft dit mogelijk gemaakt en er waren ook allerlei gemakken aan verbonden (minder kans op diefstal, controle voor de fiscus etc). In een klap werden banken hierdoor de nieuwe geldscheppers die het nu zijn. Wij als burgers, politici, bedrijven etc hebben ons in deze situatie laten wiegen, rommelen etc. Het is ons overkomen, we hebben even niet opgelet en vinden het blijkbaar wel best zo (totdat het fout gaat en we op de blaren moeten zitten).

Hypothese 2
Er is sprake van onkunde en onbegrip. Wat MJ ook terecht stelt: er zijn maar weinigen die snappen hoe het werkt. Zelfs als je bij een bank werkt of economie hebt gestudeerd, heb je er eigenlijk geen idee van. Ook politici snappen het niet. Ik denk dat dit gewoon klopt. Het is een mistige en complexe materie. Daarom moeten we de kennis hierover verspreiden, discussie entameren, de zaken transparant maken (vanuit de vooronderstelling dat transparantie en begrip of inzicht een goede zaak is).

Hypothese 3
De verklaring van een econoom. Simpel, het gaat om belangen. Het is zo oud als de mensheid. Vroeger had je rovende ridders. Toen kregen we tienden-eisenden grafen en hertogen die over de rug van de inspanningen van hun knechten vervolgens konden gaan jagen en feesten of investeren (oorlog voeren voor het volgende stukje land). En tegenwoordig hebben we banken en hun managers. Tja, wat zou jij doen als je zo’n voorrecht in je schoot krijgt geworpen? Er is de banken dan ook alles aan gelegen de situatie te houden zoals die nu is, geweldig toch? Er is dan ook een enorme lobby om dat voor elkaar te krijgen. Discussies als hier gevoerd worden, moeten zo snel mogelijk de kop worden ingedrukt. Oraties van door banken gefinancierde leerstoelen á la Boonstra moeten dienen als (voorspelbaar) tegengeluid.

Overigens wat MJ nog niet eens noemt, en om het nog erger te maken, er is heel veel talent naar de banksector gegaan. Briljante geesten hebben hun schaarse talenten ingezet om nieuwe onnodige en frauduleuze producten in elkaar te sleutelen of zijn manager geworden bij een bank omdat dat lucratiever was dan onderzoeker in een laboratorium. Vanuit de economische postulaten volstrekt begrijpelijk en verklaarbaar wederom. Maar reken dat maar eens uit.

Hypothese 4
Deze is wat genuanceerder. We zitten allemaal in het complot. We zijn groei-verslaafd. We vonden het prachtig dat we met onze digitale salarissen konden lenen bij een bank. Daarmee konden we een auto kopen en een huis. En dat dat huis steeds meer waard werd (omdat banken de groei-spiraal aanzwengelden) kwam ons ook prima uit. Met de overwaarde konden we op vakantie gaan en aflossen deden we liever niet. Het werd zelfs een gewoonte om allemaal mini-bankiers in de avonduren te worden. Met een beetje beleggen verdiende je soms meer dan overdag op je werk. We riepen onze politici ook op om steeds weer voor groei te zorgen. Ook als de hoge olieprijs (een teken van natuurlijke uitputting van grondstoffen) roet in het eten gooide, moest er wat verzonnen worden om zo snel mogelijk weer op het oude groeipad terecht te komen. Eigenlijk willen we allemaal dat het door zou kunnen gaan zoals het de afgelopen decennia ging. We wisten allemaal dat het een keer fout moest gaan, maar we waren er massaal blind voor omdat het ons allemaal beter uit kwam de andere kant in te kijken.

Onze groeiverslaving zit diep en is evolutionair bepaald (? stelling). Materieel bezit is nodig om onszelf te onderscheiden van de medemens. Het alsmaar meer en beter lijkt ingebakken, ondanks dat we ‘deep down’ toch weten dat we er niet gelukkiger van worden (want onze buren krijgen het ook beter, dus relatief ga je er niet op vooruit).

En tot op de dag van vandaag, de discussie gaat nog steeds alleen maar over wanneer de groei weer terug komt. Kijk in de krant, luister naar de praatprogramma’s en actualiteiten rubrieken. De discussie over banken en zero-growth (of welke alternatieven dan ook) zitten in de taboe-sfeer. Je bent meteen een doemdenker of idealist of oproerkraaier als je anders wilt. Dat kun je echt niet alleen bij het eigenbelang van bankiers neerleggen.

We zitten in een complexe dynamiek waarin consumenten via producenten en reclame moeten en willen blijven consumeren. Banken faciliteren dit proces met schulden en rente. De rente verplicht om te blijven werken en te blijven consumeren. Meer stuf, meer schulden en zo verder. Het wordt nog ingewikkelder als pensioenfondsen (als collectieven van verplichtingen en schulden) zelf gaan beleggen en hoge rendementen willen en garanties op toekomstige uitkeringen.

Hypothese 5
De ideologie van de vrije markt. Het is niet toevallig ontstaan zoals hierboven in een hypothese is gesteld. Met Thatcher en Reagan is er een andere ideologische wind gaan waaien vanaf de jaren 70. Denkers als Ayne Rand en Milton Friedman zijn gebruikt om een eenzijdig verhaal te vertellen over waarom het automatisch goed komt als het vrije ondernemerschap zijn werk kan doen. Economen als ‘onderzoekers’ hebben bewust of onbewust een (eenzijdige) bijdrage aan deze ideologie geleverd. Er zijn te weinig kritische vragen gesteld, er is te weinig fundamenteel onderzoek gedaan. Dit is een variant op een van de eerdere hypotheses. Het gaat hier om belangen en lobby’s. Alleen in een andere vermomming en in een andere volgorde.

Heb ik ook een mening?

Waar sta ik zelf in dit geheel? Het is een mix van alle genoemde hypothesen en ongetwijfeld zijn er nog meer te bedenken. Het enige wat ik zeker weet is dat ik hier meer discussie en transparantie over wil. De dynamiek en hoe alles op elkaar in werkt heb ik zoals gezegd nog onvoldoende duidelijk. De oplossingsrichtigen van MJ komen mij wel plausibel voor overigens. Maar of full-reserve banking met zero-rente op echte spaarrekeningen nu de beste oplossing is? Ik kan het gewoon nog niet overzien. En verder ben ik misschien een pessimist of realist: wat je ook verzint, er komt in elk systeem wel weer een klasse bovendrijven die er zijn voordeel mee doet. Een kleine rijke bovenklasse met een grote onderklasse is van alle tijden of er nu banken zijn of geld of schulden of rente dat dondert niet.

En verder denk ik dat ‘elk voordeel heb zijn nadeel’. Meer gelijkheid en minder prikkels heeft ook bepaalde effecten die ongewenst zijn. Ik ben vooral geïnteresseerd in het optimum, een gezonde mix van voordelen en geaccepteerde bijwerkingen. Duidelijk zal inmiddels zijn dat ik niet geloof dat we zonder banken, zonder rente, met alternatieve valuta, met eerlijke politici en zo verder in een Walhalla terecht komen.

En dat is ook precies het deel wat in de huidige discussie nog het meest is onderbelicht. Het psychologie-deel: wat onze drives zijn, hoe die evolutionair zijn ontstaan en bepaald en hoe die aan de basis staan van alles wat we nu meemaken. Ik zou daarom minstens 3 sferen willen onderscheiden: 1) het psychologie-deel waarin de denkfouten een rol spelen. ‘Ik wil een hogere positie in de groep omdat me meer zekerheid en status verschaft’ en daar heb ik macht, geld, middelen, goederen voor nodig, 2) de goederen-sfeer waarin productie van stuf en reclame domineren. ‘Met meer goederen ben ik een beter iemand en word ik gelukkiger’ en door reclame word ik hierop aangesproken en laat ik me verleiden tot aankopen waar ik achteraf spijt van krijg. En zelf ben ik arbeider bij een succesvol bedrijf dat veel reclame maakt en me een goed inkomen verschaft, en 3) de geld en schuld sfeer waarin je makkelijk kunt lenen en het lijkt alsof je met niks doen toch kan genieten. En ondertussen klop ik bij een overheid aan als ik er niet meer uitkom en/of werk ik bij een bank waar ik een prima bonus krijg als ik van die k-producten maak waar niemand op zit te wachten. Deze 3 sferen grijpen op een complexe manier op elkaar in en we zitten allemaal gevangen in ditzelfde systeem.

En nu een aantal plaatjes tekenen! Want deze enorme woordenbrij zal ook niet veel helpen vrees ik.

Rudy van Stratum

Energieprijzen, dynamiek en systeem

In drie artikelen hebben we de argumenten / factoren verzameld die de energieprijzen bepalen. We zijn daarin zeker niet volledig geweest, maar de belangrijkste hebben we wel gehad. Echter, alleen het op een rij zetten van argumenten is niet voldoende. Sommige argumenten komen op meerdere plaatsen terug, schaliegas kan je als argument gebruiken voor dalende energieprijzen, maar je kunt ook een verhaal bedenken waarom het tot stijgende energieprijzen gaat leiden. Hetzelfde geldt voor duurzame energie.

We hebben daarom een poging gedaan de argumenten / factoren meer dynamisch weer te geven. Het argument van technologische vooruitgang en daardoor dalende prijzen is wel aardig, maar het gaat alleen maar op als de prijzen hoog zijn. Bij lage prijzen is er helemaal geen noodzaak voor innovaties, het zoeken naar nieuwe bronnen etc. Door de verbanden in beeld te brengen worden dit soort relaties duidelijk.

Het is een eerste poging van ons om systemen en dynamiek in beeld te brengen. We hebben het als een van de ambities voor 2014 op ons lijstje staan, ons verder verdiepen en scholen in dynamiek en systemen. Er gaan er dus nog meer volgen.

Terug naar de dynamiek rondom de energieprijzen. We hebben de  verschillende argumenten en  factoren opgenomen en met behulp van pijlen de relatiesweergegeven. Een pijl kan betekenen dat het een het ander versterkt of dat het een het ander juist tegenwerkt.

  • Versterking betekent dat de richting van het een tot dezelfde richting van het ander leidt. Bijvoorbeeld, wordt de vraag groter (hoger) dan stijgen de energieprijzen (hoger). Omgekeerd, wordt de vraag kleiner (lager) dan dalen de energieprijzen (lager). Versterking betekent dus niet dat het altijd groter wordt maar dat het tot hetzelfde effect leidt. We hebben dat aangegeven met “S” van same direction, een soort universele notatie die op veel plekken gebruikt wordt. Voor het overzicht hebben we deze pijlen blauw gemaakt.
  • Tegenwerking betekent precies het omgekeerde. Een ontwikkeling in de ene richting leidt tot een effect in de andere richting. Bijvoorbeeld, als het aanbod van energie stijgt (hoger) dalen de prijzen (lager) en omgekeerd, als het aanbod van energie daalt (lager) dan stijgen de prijzen (hoger). We hebben dat aangegeven met “O” van opposite direction (ook hier universeel taalgebruik). Voor het overzicht hebben we deze pijl oranje gemaakt.

Als je dat weet dan spreekt de rest van de figuur voor zich. In de figuur zijn verschillende lussen te zien. De belangrijkste zijn de lussen met vraag en aanbod. Beide lussen zijn zogenaamde “balancing loops”, een hogere energieprijs leidt tot toename van zuinig gedrag, dat leidt tot een afname van de vraag en dat leidt weer tot een lagere prijs. Er zijn ook versterkende lussen (meer leidt tot meer of minder leidt tot minder), in het Engels reinforcement loops, maar die komen in deze figuur niet voor (dan zou je een lus moeten hebben met alleen blauwe lijnen).

Energieprijzen
Leidt deze figuur nou tot een ander of nieuw inzicht? Laat ik daar eerlijk in zijn, ik weet het niet. Ik zie twee grote balancing loops wat suggereert dat de prijzen daardoor altijd ongeveer gelijk zullen blijven, maar dat hoeft natuurlijk niet. Een balancing loop kan ook betekenen dat er nooit grote uitschieters komen, of beter dat grote uitschieters ook werkelijk uitschieters zijn en dat we na verloop van tijd weer terugkeren richting het gemiddelde. Maar dat wil niet zeggen dat er geen trend mogelijk is omhoog of naar beneden en dat de prijzen over een langere periode omhoog of naar beneden gaan.

Stijn van Liefland